Françaises werken vol passie vijf dagen per week

Als Nederland het parttimeparadijs van Europa is, is Frankrijk zijn pendant: vrouwen werken hier het liefst voltijds. Want moeder-zijn is leuk, maar jezelf professioneel volledig ontplooien is net zo belangrijk.

Julia Golovanoff heeft net de kerstboom opgetuigd met haar kinderen. In de gezellige huiskamer is het spitsuur. Lara (13) en Lucie (7) vermaken zichzelf, Anton (4) en Kostja (1) rennen lachend rond. 'Ik houd van een groot gezin', zegt Julia (40). 'Het is zo levendig en vrolijk, er is altijd iets te beleven.'


Ze lijkt dat gezin moeiteloos te combineren met een meer dan volledige baan als landschapsarchitect. Ze heeft een eigen bureau dat veel tijd en energie vergt. Daarom verloopt elke dag volgens een strak schema. 's Ochtends brengt Julia de kinderen naar crèche en school. De nounou, het kindermeisje, haalt ze om half vijf weer op. Ze geeft ze te eten en doet ze in bad. Als Julia en haar vriend Grégoire, architect, om half acht thuiskomen van hun werk, zijn alle praktische zaken afgehandeld. De nounou gaat naar huis, de ouders hebben anderhalf uur qualitytime met hun kinderen. Om negen uur gaan de kinderen naar bed, op de oudste na, en gebruiken Julia en Grégoire nog een maaltijd.


Julia heeft nooit het gevoel dat ze haar kinderen te weinig ziet. 'Alleen toen ze nog baby waren en vroeg gingen slapen', zegt ze. 'Nu niet. Ik heb niet zo veel tijd, maar die tijd is wel helemaal aan de kinderen gewijd. Tussen half acht en negen beantwoord ik mijn telefoon ook niet. Bovendien: ik houd ook van het werk dat ik overdag doe. Als je 50 bent, zijn de kinderen weer het huis uit. Stel je voor dat je in de tussentijd niets interessants hebt gedaan.' Dochter Lara is het er volkomen mee eens: 'Het is normaal dat mijn moeder een volledige baan heeft. Van de 36 kinderen in mijn klas hebben er 2 een moeder die niet werkt. Zelf vind ik het ook geen probleem. Ik vermaak me wel.'


Meer dan de helft van de werkende Franse moeders heeft een volledige baan, tegenover nog geen 20 procent in Nederland. Over de vraag of dat goed of slecht is, kun je eindeloos discussiëren. Voor sommigen is Nederland een parttimeparadijs waar vrouwen hun kinderen tenminste kunnen zien opgroeien. Voor anderen zijn Nederlandse vrouwen mutsen zonder ambitie die zichzelf tekortdoen.


Hoe dan ook, de Franse situatie heeft een aantal voordelen. Het is de normaalste zaak van de wereld dat vrouwen zichzelf professioneel volledig kunnen ontplooien. Meer Franse vrouwen zijn economisch zelfstandig, wat altijd handig is in landen waar menig huwelijk in een scheiding eindigt. En op iets langere termijn is het goed voor de economie. Zo veel mogelijk mensen moeten zo lang mogelijk aan het werk, zeggen economen, om de kosten van de vergrijzing en de verzorgingsstaat op te vangen.


Het Franse model heeft ook zijn nadelen. Omdat deeltijdbanen minder gebruikelijk zijn, blijven meer moeders helemaal thuis. 'In Frankrijk werkt ongeveer 60 procent van de vrouwen, in landen als Nederland en Duitsland ligt dat boven de 75 procent', zegt Angela Greulich, econoom aan de Sorbonne, de universiteit van Parijs. 'Maar dat cijfer zegt niets, omdat alle werkende vrouwen worden meegeteld, ook al werken ze maar één uur per dag. Vooral als je naar moeders met jonge kinderen kijkt, doet Frankrijk het heel goed, met de Scandinavische landen, omdat zo veel vrouwen een volledige baan hebben.'


Frankrijk heeft een goed gezinsbeleid, zegt Greulich, waardoor vrouwen niet hoeven te kiezen tussen werk en kinderen. Maar ook de Franse cultuur is anders. Franse vrouwen voelen zich absoluut niet schuldig als ze hun kinderen vijf dagen per week uitbesteden.


Crèches

Internationaal gezien heeft Frankrijk een goed systeem van crèches, maar juist op dit punt scoort Nederland ook goed: ongeveer de helft van de Nederlandse kinderen gaat naar de crèche, tegenover 45 procent in Frankrijk. De Nederlandse crèche is wel honderden euro's per maand duurder. De laatste jaren heeft de Franse staat weinig geïnvesteerd in kinderopvang, waardoor het steeds moeilijker is een plaats te vinden. 'In Parijs is het oorlog', zegt Golovanoff. 'Je moet geluk hebben, een politicus kennen of een gescheiden moeder met twaalf kinderen zijn.'


De uitkomst is de nounou, het kindermeisje dat eveneens door de staat wordt gesubsidieerd. In Parijse parken zie je vaak Afrikaanse vrouwen die op blanke kinderen passen. De ouders betalen hun salaris, maar mogen de helft van de belasting aftrekken. Een nounou mag maximaal vier kinderen onder haar hoede nemen. Veel ouders delen zo'n oppas. 'Dan hoeft het niet heel veel duurder te zijn dan een crèche, zo'n 500 tot 600 euro per maand', zegt Golovanoff.


Als de kinderen 3 zijn, mogen ze al naar de gratis école maternelle. Het Franse onderwijs is ingericht op werkende ouders. Tussen de middag krijgen de kinderen warm eten. De school is om half vijf afgelopen, maar dan worden de onderwijzers afgelost door een equipe van animateurs, die de kinderen tot zes uur bezighouden met sport, spel en ander vermaak. Ook in de vakanties kunnen de kinderen op school terecht voor sportieve of kunstzinnige activiteiten. 'Daar moet je wel een beetje geluk mee hebben', zegt Golovanoff. 'De kwaliteit is vaak niet al te denderend. Daarom haalt bij ons de nounou de kinderen van school. Ik vind het fijner als ze in hun omgeving kunnen spelen. Anders duurt de dag ook zo lang.'


Golovanoff woont in een smal, sfeervol straatje bij Place Saint-Michel, in een gebouw uit de 17de eeuw. Twee scheve trappen leiden naar haar kleine appartement. Zes personen op 75 vierkante meter, het is woekeren met de ruimte. Er is een ouderslaapkamer en een eigen kamer voor de oudste dochter. De twee jongens slapen bij elkaar op één kamer, met hun zusje op de vide. Ook Parijzenaars uit de hoge middenklasse wonen vaak verbazend klein, zelfs voor Amsterdamse begrippen, in een stad waar een koophuis al snel 10 duizend euro per vierkante meter kost. Maar een echte Parisien woont liever in zo'n krap bemeten flatje dan in een comfortabele woning in de onmetelijke steenwoestijn aan gene zijde van de péripherique.


Minder sentimenteel

Julia vertolkt het standpunt van veel Franse moeders: kinderen fantastisch, maar ik heb ook nog mijn werk. Zijn de Fransen minder sentimenteel dan de Nederlanders? 'Dat weet ik niet', zegt Julia. 'Een moeder die zich totaal niet om haar kinderen bekommert, maakt me bang. Maar een moeder die zich te veel om haar kinderen bekommert ook. De belofte van het leven is niet om altijd bij je moeder te zijn.'


Frankrijk is het land van de revolutie en de gelijkheid, waarin vernieuwers zich altijd radicaal hebben afgezet tegen de katholieke traditie. Dat heeft ook de ideeën over het moederschap beïnvloed. 'Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt als vrouw gemaakt', schreef Simone de Beauvoir in De Tweede sekse. Vooral hoger opgeleide Franse vrouwen moeten niets hebben van ideeën die de moeder een 'natuurlijke' plek bij haar kinderen geven. Ze maken zelf wel uit hoe ze willen leven. In Frankrijk wordt ook weinig borstvoeding gegeven. 'Daar voelen vrouwen zich helemaal niet schuldig over, het is een keuze. Maar als je in Duitsland je baby niet de borst geeft, ben je een monster', zegt Golovanoff.


Ook over kinderen wordt anders gedacht, zegt Angela Greulich. 'In navolging van Jean-Jacques Rousseau geloven de Fransen dat het kind wordt geboren met een blanco ziel. Het moet zijn karakter ontwikkelen. Daarom moet je het blootstellen aan zo veel mogelijk externe invloeden. In landen als Nederland en Duitsland gelooft men eerder dat het kind wordt geboren met een perfecte ziel die je zo lang mogelijk tegen de buitenwereld moet beschermen.'


Golovanoff: 'De kinderen leren dat ik niet het centrum van hun wereld ben. Dat vind ik goed. Ooit zullen ze het toch zonder mij moeten doen. Ik vind het een verrijking als ze worden opgevangen door Nina, een intelligente jonge vrouw die ook iets van de Russische cultuur in huis brengt.'


In de Franse traditie is het opvoeden van kinderen in crèches en scholen ook in maatschappelijk opzicht een goede zaak. In de République zijn alle kinderen gelijk, of ze nu uit de diepste banlieue komen of het deftige 16de arrondissement van Parijs. Op school worden ze opgevoed tot goede citoyens, waarbij de sociale verschillen zoveel mogelijk worden geëlimineerd. Hoewel die belofte helemaal niet wordt waargemaakt - juist in Frankrijk is het verband tussen sociale afkomst en schoolprestaties heel sterk - speelt zij een belangrijke rol in het onderwijs- en gezinsbeleid.


Glazen plafond

Je zou verwachten dat het glazen plafond in Frankrijk veel gemakkelijker te doorbreken is, gelet op alle voorzieningen en de afwezigheid van een dominante moederschapscultuur. Dat blijkt toch tegen te vallen. 'Het verschil in beloning tussen mannen en vrouwen is wel iets minder sterk dan in andere landen', zegt Greulich. 'Maar ook in Frankrijk dringen weinig vrouwen door tot de raden van bestuur van grote bedrijven. Daarom heeft de Franse regering voor 2016 een quotum afgekondigd, naar Noors voorbeeld. Een ander probleem is het parlement: Frankrijk heeft relatief weinig vrouwelijke afgevaardigden.'


Het Franse gezinsbeleid is ook duur. Het kost meer dan 3,5 procent van het bruto nationaal product tegenover iets meer dan 2 procent in Nederland. Maar het is ook een investering, zegt Greulich. 'In Frankrijk is het geboortecijfer hoger dan in andere landen, omdat moeders niet hoeven te kiezen tussen werk en gezin. Daardoor zal Frankrijk op langere termijn gemakkelijker zijn publieke voorzieningen kunnen betalen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden