Franca Treur

De tweede roman van Franca Treur is onvast, de vertelster een naïef geval.

Franca Treur: De woongroep

**


Prometheus; 344 pagina's; euro 19,95.


'Als het moet zeg ik het de hele wereld in het gezicht. 'We willen goed zijn, het goede doen, iets goed kunnen, een betekenisvol leven. We...' Ik haper. Ik heb geen flauw idee meer wat ik wil zeggen.'


Aan het woord is de 28-jarige Elenoor, verteller in de langverwachte tweede roman van Franca Treur, De woongroep.


Treur triomfeerde met haar debuut, Dorsvloer vol confetti (2009), over een jong meisje dat opgroeit in een streng religieuze boerengemeenschap. Het verhaal lag dicht bij haar en ze vertelde het met een grote vanzelfsprekendheid. Dat laatste nu is verdwenen. Treurs tweede maakt een onvaste indruk.


Opnieuw gaat het over zingeving, over het streven naar verbinding. Maar het wreekt zich dat er geen hogere macht is waaraan Treurs personages zich kunnen overgeven, of tegen kunnen verzetten. Goeddoen en betekenisvol willen zijn in een wereld zonder God is geen sinecure. Lukrake inspanning ligt op de loer, weet de vrijdenker. Richtingloos handelen eveneens. Elenoor is een naïef geval. Zonder diepere motivatie dan 'idealen' te willen hebben, neemt ze haar intrek in een woongroep. Die groep bestaat uit types die in het wilde weg acties verzinnen. Bijvoorbeeld tegen het consumentisme, of tegen de zogenoemde graaicultuur in de zorg. Maar dan blijkt Elenoors verkering, Erik, een vader te hebben die zorgondernemer is. Hij wordt doelwit in de strijd. Tijdens een diner in een restaurant bekogelen de actievoerders, onder wie Elenoor, hem met voedsel.


Hieruit moeten we begrijpen dat het om de donder niet meevalt een waarlijk goed doel te vinden zonder anderen te kwetsen en toch een morele overwinning te behalen. Helder, zo'n narcistische opvatting. Maar is dat dilemma niet wat kinderlijk voor mensen van om en nabij de dertig? Is het niet interessanter eerst de vraag te beantwoorden waarom je überhaupt goed zou willen doen?


Onnozele personages hoeven geen vervelende lectuur op te leveren. Maar in dit geval werkt het niet. De passages waarin de woongroepbewoners hun 'inzichten' debiteren, of met trivialiteiten bezig zijn als het maken van een milkshake of het bestuderen van de eigen 'dikke kont' schreeuwen om redactie. Dat geldt ook voor de bouw van de roman. Die heeft een lange aanloop en bevat schimmige zijlijnen waaronder de relatieproblemen van Elenoor. Pas echt duister is de wending dat het zou spoken in het pand van de woongroep. Op driekwart zien we ineens een soort misdaadonderdeeltje, de verdwijning van een huisgenoot, waarna plotsklaps een afwikkeling volgt. Elenoor, die niet kan koken, niets van kinderen moest hebben en een burgermansleven een gruwel vond, blijkt zwanger. Op de laatste pagina is ze bezig met een hypotheek. Me dunkt dat het goede doel gevonden is.


Gods pertinente afwezigheid wreekt zich ook in de stijl. Voor de tale Kanaäns, oerdegelijk en stootvast, vond Treur geen gelijkwaardig equivalent. De suggestie dat de schrijfster met gemak formuleert, blijft deze keer achterwege. In plaats daarvan germanismen, 'iemand interessants' en modieuze gekkigheid die nu al gedateerd aandoet: 'Erik vindt het ook humor.' En tot slot een handvol zinnen in onvervalst koeterwaals: 'Zo was hij nog gezond, en zo was hij een bizarriteit die met de roddels mee van de kapper naar de slager ging, zoals kleine provinciestadjes dat doen.'


Dat Treur niet heeft doorgeborduurd op het succes van haar debuut, verdient waardering en de opzet van De woongroep is ambitieus te noemen. Daarmee is helaas alles gezegd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden