Fotosfeer

Tout le monde is deze zomer weer aanwezig op fotofestival Rencontres in het Zuid-Franse Arles. Hoogtepunt: een fotoserie over Zambiaanse astronauten en een kat die een ruimtereis maken.

In 1964 wilde Edward Makuka Nkoloso naar Mars. Zijn vaderland Zambia was net zelfstandig geworden en de schoolleraar droomde van een ambitieus en knotsgek ruimtevaartproject, dat de eerste Afrikaan naar de maan, en verder, moest brengen. De buitenlandse journalisten stroomden toe. Nkoloso's Academy of Science, Space Research and Philosophy en de speciale raket die hij zelf bouwde, kwamen - de hemel zij geprezen - nooit van de grond. De Zambiaanse regering nam afstand van het project; de twaalf astronauten en een paar katten die Nkoloso van plan was de ruimte in te sturen, bleven veilig beneden.


In 2012 zorgde de Spaanse fotograaf Cristina de Middel ervoor dat zijn droom alsnog uitkwam. Haar geënsceneerde 'documentaire'-project The Afronauts, geïnspireerd door dit verhaal en nu te zien op de 44ste editie van het jaarlijkse festival Rencontres d'Arles in Zuid-Frankrijk, gaat door waar Nkoloso moest stoppen. Zo'n vijftig jaar na dato ondernemen de Zambianen, plus een kat gekleed in een schattig sterrenpakje, hun reis. Ze ontdekken vreemde dorre gebieden en buitenaardse wezens. En ergens in het hemelruim planten ze hun vlag: een kleine moeite voor de fotografie, maar een geweldige sprong voor Zambia.


De aandoenlijk futuristische en vermakelijke fotoserie (hoewel hier en daar iets te zoet) is één van de hoogtepunten op Rencontres. Hij wordt gepresenteerd op de eeuwenoude muren van het Cloître Saint Trophime die werden bekleed met zilverfolie. Tijdens de vorige editie viel The Afronauts al op, omdat de belangrijke Britse fotograaf/verzamelaar Martin Parr 35 exemplaren van Cristina de Middels net zelf uitgegeven boek opkocht. En dan weet je het wel: dan word je als fotograaf zo ongeveer bijgezet in de fotografenhemel. Het boek is uitverkocht. Wie het per se wil hebben, kan het op eBay kopen voor 1850 dollar (of als iPad app voor 5 euro).


Zo kan het dus gaan op Rencontres, dat festival in het honingkleurige Zuid-Franse stadje waar de zon altijd schijnt en waar al decennia lang elk jaar fotografen en kunstenaars uit alle windstreken neerstrijken om elkaar te ontmoeten. Hier ligt het Grand Hotel Nord-Pinus, in de jaren vijftig en zestig de favoriete hangplek van onder andere de filmregisseurs Jean Cocteau, Fritz Lang en John Huston, zachtjes te stoven in de warmte van zijn eigen legendarische geschiedenis. Hier treden 's zomers bijna elke avond beroemde zangers en bands op in het eeuwenoude amfitheater. Hier pompt de LUMA Foundation, een belangrijke speler in de internationale kunstwereld (zie kader), veel geld in het culturele leven en dus ook in Rencontres.


Zo'n stadje dus. Wil je er als fotograaf graag gezien worden, dan word je gezien, want iedereen reist er in de zomermaanden maar wat graag naartoe. Vooral tijdens de openingsweek van Rencontres is het één groot feest van tentoonstellingsopeningen, lezingen, portfoliobesprekingen en ongedwongen ontmoetingen met belangrijke fotografen, museumconservatoren en tentoonstellingsmakers op een of ander zonovergoten pleintje.


Dit jaar staat het festival in het teken van zwart. Of eigenlijk zwart-witfotografie. Of: zij tegenover ik, hier tegenover daar, oud tegenover nieuw, privé tegenover openbaar - nou ja, eigenlijk is totaal onduidelijk welk etiket festivaldirecteur François Hébel deze keer precies op zijn geesteskind heeft geplakt. Er is veel oude zwart-witfotografie te zien, maar dat is elk jaar het geval. Maar er is ook kleurenfotografie, zoals van Wolfgang Tillmans en Viviane Sassen (samen met fotoverzamelaar/reclameman Erik Kessels de Nederlandse afvaardiging). Die uitzonderingen spreken voor zich, schrijft Hébel. En dat legt hij dus verder ook niet uit. (Zuid-)Afrika is een steeds terugkerend onderwerp op deze Rencontres. Daar schrijft Hébel niets over, maar hij zal met 'zwart-wit' toch hopelijk niet doelen op het contrast tussen zwarte en witte mensen? Dat zou wel erg simplistisch zijn.


Je komt er niet achter. Wie in Arles de rode draad wil volgen, raakt binnen de kortst mogelijke keren hopeloos verstrikt. Maar ach: het is wellicht overdreven gemopper over een festival dat op de laatste paar edities steeds meer dan 50 duizend bezoekers trok en nog altijd een bonte mix aan tentoonstellingen weet te presenteren. Waar anders kun je op één dag en bij ruim dertig graden een werkelijk prachtig retrospectief van de Chileense Magnumfotograaf Sergio Larrain (zie boven) én het nieuwste werk van Wolfgang Tillmans én een mooie groepstentoonstelling met de belangrijkste Zuid-Afrikaanse fotografen zien? Vergeet dat achtkoppige thema dus maar en ga kijken.


Een pareltje is bijvoorbeeld de kleine expositie À Fonds Perdus, die één zaal behelst in het Parc des Ateliers, een verzameling 19de-eeuwse industriële hallen buiten het centrum van Arles, waar zich een belangrijk deel van Rencontres afspeelt. Op knalblauw geverfde muren werd hier een groot aantal geretoucheerde foto's van Hollywoodsterren en andere beroemde figuren bijeengebracht, gemaakt door Amerikaanse persbureaus tussen 1910 en 1970. De retouches - het oogwit van acteur Clark Gable, de lippen van actrice Helen Hayes - werden met de hand gedaan. Grijze vlakken verf, zwarte sterretjes, witte kaders en contouren - ze zijn bij de portretten gaan horen, die in hun eveneens knalblauwe lijstjes ogen als geheimzinnige iconen.


Een elk jaar terugkerend onderdeel is de Discovery Award. Hiervoor leveren vijf belangrijke (en helaas ook vaak nogal voorspelbare) mensen uit de fotografiewereld ieder twee namen van fotografen die zij het afgelopen jaar ontdekt hebben en wier werk ze met het publiek willen delen. Het sympathieke van deze prijs is dat-ie niet alleen vergeven wordt aan fotografen van onder de 35, maar dat ook oudere mensen, die immers ook nog steeds erg fris kunnen zijn, er kans op maken.


Wat opvalt aan de keuze, is de preoccupatie die er nog altijd schijnt te zijn met het medium zelf. Veel van de genomineerden maakten werk dat reflecteert op de fotografie: op wat het medium voor hen betekent, wat de functie ervan is en op welke manieren je het kunt ervaren. Ze wekten oude technieken en procedés tot leven en experimenteerden met verschillende soorten fotopapier. Het is behoorlijk vervelend, want inhoudelijk levert het niet veel op. Het onderzoek is dikwijls oppervlakkig, het stokt op het moment dat je zou willen dat het verder ging.


Dat gaat het gelukkig wel in het project van het duo Yasmine Eid-Sabbagh en Rozenn Quéré, genomineerd door Zeina Arida van de Arab Image Foundation uit Beiroet. Vies Possibles et Imaginaires vertelt het mogelijke verhaal over vier Palestijns-Libanese zussen, die middels familiefoto's, documenten en het script van een toneelstuk tot leven komen. Behalve dat het visueel aantrekkelijk is, toont het project ook mooi hoe zelfs de meest intieme foto's, hoewel gemaakt voor het fotoalbum en niet om in een museum verwarring te zaaien, nooit eenduidig en kristalhelder zijn. Eigenlijk kun je er alle kanten mee op. Ze voerden Eid-Sabbagh en Quéré regelrecht naar de Discovery Award. Terecht.


En dan was daar nog Wolfgang Tillmans, het Duitse wonderkind en tot nu toe de enige fotograaf die ooit (in 2000) de prestigieuze Britse Turner Prize in ontvangst mocht nemen. De LUMA Foundation regelde dat zijn tentoonstelling Neue Welt vanuit Zürich naar Arles reisde en dat aan voorpubliciteit en premature opwinding geen gebrek was. Rest alleen nog de vraag: maakt Tillmans het waar? Maar liefst de hele Grande Halle in het Parc des Ateliers werd vrijgemaakt voor zijn mooie opgeblazen prints van grootstedelijke taferelen, hotelkamers, en delen van auto's, waarvan de meeste op z'n Tillmans (dus lekker nonchalant met spijkers en witte papierclips) aan de muur werden gehangen. Ze worden gecombineerd met de Silver Works, grote monochrome afdrukken.


Neue Welt is een reis door de wereld met als doel een soort nieuwe visuele samenhang te vinden. Die moet zowel iets vertellen over de sociale en economische omstandigheden waarin wij ons met zijn allen bevinden, als over de nieuwe beeldtaal die de hedendaagse digitale camera's voortbrengen en die een gedetailleerder zicht op de werkelijkheid biedt dan onze ogen ooit voor elkaar kunnen krijgen. Een nogal ambitieus project dus. Tillmans krijgt het (in de tentoonstelling althans, in het boek lukt het beter) niet helemaal van de grond. Hij zegt feitelijk niets wezenlijks of nieuws over de veranderende sociale en economische wereld, lijkt haar in plaats daarvan slechts als vluchtig decor te gebruiken voor foto's die, zoals altijd, 'lekker in het gezicht liggen'. De fotograaf blijkt nog altijd in staat om een ongeëvenaard fijn beeldritme in zijn werk aan te brengen, dat ervoor zorgt dat de bezoeker sereen en toch ook alert door de zalen dwaalt.


Volgend jaar weer.


De Megalomane toekomst van Arles

Een fris park met meer dan 400 bomen, fonkelnieuwe tentoonstellingsruimten, kunstenaarsverblijven, productiestudio's, een auditorium, bibliotheek, boekwinkel, een panoramisch restaurant - er staat heel wat te gebeuren in Arles de komende jaren. In 2015 moet het Parc des Ateliers, waar elk jaar een groot deel van de tentoonstellingen van Rencontres d'Arles plaatsvinden, volledig gerenoveerd zijn en staat er als het goed is een zilveren toren van 56 meter op het terrein. Dit ambitieuze plan komt uit de koker van de LUMA Foundation, een invloedrijke non-profitorganisatie die financiële ondersteuning geeft aan kunstenaars, musea en instellingen op het gebied van beeldende kunst, fotografie, multimedia en documentaire. Zelf wordt LUMA gefinancierd vanuit een ogenschijnlijk bodemloos privéfonds. De Zwitserse oprichter Maja Hoffmann vroeg de Amerikaanse architect Frank Gehry, van het Guggenheim Museum in Bilboa, om een multifunctioneel gebouw te ontwerpen. Een maquette van dat gebouw plus de omgeving, ontworpen door de Belgische landschapsarchitect Bas Smets, staat nu te pronken in een van de ruimten in het Parc des Ateliers. Het is alsof er een glanzende UFO neerdaalde in Arles, waar alles vooral klein en middeleeuws is.

Arles lijkt het avant-gardistische epicentrum van de kunstwereld te moeten worden, met plek voor onderzoek en experiment. Het is de vraag of festivaldirecteur François Hébel, die de laatste jaren toch vooral de mensen uitnodigt die al een veilige naam hebben opgebouwd, aan die verwachtingen zal kunnen voldoen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden