Fotokanon

De glamourfoto's van Studio Merkelbach uit Amsterdam waren vermaard: van Toon Hermans tot jan modaal. Duizenden portretten zijn verzameld voor een boek en een tentoonstelling.

De camera in het hart van de tentoonstelling over Fotostudio Merkelbach intimideert. Een forse kast, gedragen door een manshoge stellage met tandwielen en geleiderails, een lens zo groot als het oog van een potvis. Het zou een martelwerktuig kunnen zijn, een guillotine, een meetinstrument, een hakselaar. Maar nee: het apparaat werd ruim een halve eeuw gebruikt voor zachtmoedige doeleinden. Een veelvraat was het wel: tienduizenden prominente en minder prominente Nederlanders passeerden haar magische oog en poseerden voor de eeuwigheid. De camera verzwolg hun beeltenis en produceerde een glasplaat die de basis vormde voor een haarscherpe afdruk in duotone.


Zo ging het van 1913 tot 1969 in de luxe studio opgericht, door Jacob Merkelbach (1877-1942), op de vijfde verdieping van modehuis Hirsch aan het Leidseplein in Amsterdam. Acteurs, musici, filmsterren, huisdieren, hooggeplaatsten als burgemeesters en de koningin, gezinnen op hun paasbest - het was er met nauwelijks een onderbreking een komen en gaan van gelegenheidsmodellen. Het stadsarchief van Amsterdam, beheerder van de 40 duizend glasnegatieven uit de met ambtenarenijver in kaartenbakken geadministreerde nalatenschap van Studio Merkelbach, heeft de collectie gedigitaliseerd, een fraaie selectie samengebracht in een boek en de absolute topstukken opnieuw afgedrukt ten behoeve van de expositie met die klerenkast van een camera als middelpunt.


Zo is een sfeervolle, met liefde en zorg samengestelde tentoonstelling ontstaan van technisch moeilijk te overtreffen hoogstandjes, foto's met grote historische waarde, hilarische en een enkele keer aangrijpende afdrukken. Met zo veel virtuositeit bijeengebracht, is de prangende vraag waarom je de zaal toch tamelijk onaangedaan verlaat.


De Nederlandse cultuurgeschiedenis van de 20ste eeuw laat zich mooi aflezen in de portretten. Je ziet het terug in de haardracht en in de mode, in de aanvankelijke bedeesdheid waarmee modellen poseren en de flair waarmee vooral vrouwen in de jaren twintig en dertig dat doen, geïnspireerd door de glamour van filmsterren en theateracteurs. Mooi en bij vlagen hilarisch is de manier waarop destijds beroemde acteurs met uiterst expressieve uitdrukkingen in de fotostudio het - nu zo gedateerde - grote drama van het podium op de gevoelige plaat proberen over te brengen.


Talrijk zijn ook de filmfoto's die Merkelbach maakte, honderden werden er gemaakt op de sets van destijds beroemde producties als Komedie om geld (1936), De spooktrein (1939), en Morgen gaat het beter (1939, met de diva Lily Bouwmeester). Spannend materiaal voor liefhebbers van Nederlandse filmgeschiedenis, maar voor de leek voornamelijk curieus.


Interessanter vaak dan de zelfbewuste blik waarmee onvermijdelijk bijna of geheel vergeten podiumkunstenaars zich hebben laten portretteren, zijn de burgers die opdraafden in Studio Merkelbach. In die portretten van kinderen in hun zondagse kleren, met pop of knuffel in de hand, van jochies met fris gekamde kuif en meisjes met strikken in het haar, valt onder de afgedwongen pose, onder de duistere ernst die hen in de studio omgaf bijna altijd een twinkelende spontaniteit te ontdekken.


Ook in de oorlogsjaren voelden talrijke Amsterdammers de behoefte zich, al dan niet met hun gezin, te laten vereeuwigen. Onzekere tijden stimuleren blijkbaar de wens een tastbare herinnering te hebben aan de fragiele vrienden- en familiebanden. Op pijnlijke wijze blijkt dat ook aan de veranderende clientèle van Merkelbach. Nog tot in 1940 behoorden relatief veel gegoede Joodse Amsterdammers tot de bezoekers van de studio. Door de vervolging en deportaties verdwenen zij uit de stad en kwamen er nieuwe klanten voor in de plaats: Duitse officieren in vol ornaat, al dan niet met pet, bijna nooit zonder dat belangrijkste distinctief, de adelaar met het hakenkruis.


Die lobbes van een camera bleef onverschillig onder al die modellen, die klikte voor de Joden die, vermoedelijk onwetend van hun lot, voor de laatste keer poseerden, voor onderduikers of verzetslieden die een portret nodig hadden voor een vals persoonsbewijs, voor SS-officieren en voor Wilhelmina, die na de oorlog een nieuw staatsieportret nodig had. Voor de jonge komiek Toon Hermans en voor het gestaag afnemende aantal burgers dat in de wederopbouwjaren nog de weg naar de studio wist te vinden.


Studio Merkelbach stond open voor alle gezindten. Als die zich in de oorlogsjaren al afhoudend ten opzichte van de bezetters had willen opstellen, was dat in de praktijk van alledag onmogelijk; op het dak van Hirsch stond afweergeschut, dat de Duitsers binnendoor alleen via de studio konden bereiken. Begrijpelijk opportunisme dus. Tegelijk laten juist de foto's uit die oorlogsjaren in het extreme zien waar het die enorme nalatenschap van Studio Merkelbach aan ontbreekt: een fotografisch oog dat verder kijkt dan technische perfectie en een fotogeniek uiterlijk, een fotograaf die wil doordringen in de ziel van zijn model, die dat model gebruikt, desnoods misbruikt, voor zijn eigen signatuur en artistiek standpunt.


Natuurlijk zijn dat geen kwaliteiten waarmee commerciële studiofotografen de kost konden verdienen - hun klanten zouden daarop geenszins hebben zitten wachten. Als op deze expositie iets zonneklaar blijkt, is het wel dat het de inbreng van een fotograaf is die bepaalt of een portret - buiten de privésfeer van het model zelf - eeuwigheidswaarde heeft. Kijk naar de foto's van de vooroorlogse sterren Lily Bouwmeester, Louis Borel en Dolly Mollinger en realiseer je: hun aanblik is vereeuwigd, maar hoe vergankelijk hun roem. Geen glamour is daartegen opgewassen.


FOTOSTUDIO MERKELBACH, PORTRETTEN, 1913-1969 EN STUDIOPORTRETTEN 2013, STADSARCHIEF AMSTERDAM, T/M 5/1. HET (GELIJKNAMIGE) BOEK OVER MERKELBACH IS UITGEGEVEN DOOR KOMMA/D'JONGE HOND EN KOST 45 EURO.


Reflecties

Jaarlijks verstrekken het Amsterdamse Fonds voor de Kunst en het Stadsarchief foto-opdrachten. Dit jaar vroegen zij Erwin Olaf, Petra Stavast en het duo Blommers-Schumm te reflecteren op de portretten van Studio Merkelbach. Het resultaat is te zien in de hal van gebouw De Bazel in Amsterdam, waar het archief is ondergebracht. Olaf maakte sobere portretten van Joodse Amsterdammers. Stavast gebruikte een van de eerste mobiele telefoons met camerafunctie om acteurs-als-zichzelf te portretteren. Blommers-Schumm gebruikten enkele foto's van Merkelbach als basis voor uit in hun eigen studio aangetroffen alledaagse objecten opgebouwde portretten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.