Fotografische roadmovie door Amerika in verbijsterende kleuren

De twee fotografen William Eggleston en Alec Soth brengen vooral de zuidelijke Verenigde Staten minutieus in kaart. Twee grote exposities volgen het leven langs de Amerikaanse weg. Een fotografische roadmovie in verbijsterende kleuren en details.

null Beeld David Zwirner, New York
Beeld David Zwirner, New York

De expositie Gathered Leaves van de Amerikaanse fotograaf Alec Soth ademt de sfeer van Mark Twains Avonturen van Huckleberry Finn en de gedichten van de aartsvader van de Amerikaanse poëzie, Walt Whitman. Net als schrijver Twains avonturier Huck zwerft Soth langs de Mississippi, de ruggegraat van Amerika. En net als Whitman vindt hij de poëzie in het grandioze landschap. Maar Soths werk is grimmiger dan dat van de illustere kunstenaars die hem voorgingen langs de rivieren, op de prairies en in de bergen, op zoek naar de ziel van Amerika. Hun verlangen naar ongereptheid, eenzaamheid en vrijheid is in Soths werk onverminderd aanwezig.

Alec Soth (1969, Minneapolis, Minnesota) is sinds 2008 lid van het gerespecteerde fotocollectief en agentschap Magnum. Hij publiceerde onder meer in New York Times Magazine, Fortune en Newsweek. In 2004 publiceerde hij zijn eerste boek Sleeping by the Mississippi. In zijn jeugd zou hij ‘pijnlijk verlegen’ zijn geweest, wat misschien deels zijn fotografische interesse verklaart voor zich afzonderende eenlingen. Soth woont nog steeds in Minneapolis.

Vier thema's telt de grote expositie in Fotomuseum FOMU in Antwerpen van Alec Soth (47), wiens werk en met name boeken zo populair zijn dat de catalogus tien dagen na opening al was uitverkocht. Niet verrassend, aangezien zijn veelal uitbundig kleurrijke werk door zijn thematiek een uitnodigend karakter heeft. Je zou zo in Soths landschappen willen stappen, ook al weet je dat wat je daar te wachten staat niet per se aangenaam, en wie je er ontmoet niet noodzakelijkerwijs sympathiek, misschien zelfs vijandig gezind is. Het is die nieuwsgierige, onderzoekende en soms ironische blik die we kennen van andere fotografen uit de tweede helft van de 20ste eeuw. Ze gaven hun oeuvre vorm tijdens roadtrips door de Verenigde Staten: Robert Frank, William Eggleston, Gary Winogrand, Stephen Shore.

(De tekst gaat verder onder de foto.)

null Beeld Alec Soth
Beeld Alec Soth

Zwerft Soth in het eerste deel van de tentoonstelling langs de machtige Mississippi, in het tweede onderzoekt hij de typisch Amerikaanse huwelijksrituelen bij de Niagarawatervallen op de grens met Canada. Het derde deel spitst zich toe op zonderlinge individuen. Om uiteenlopende redenen - een afkeer van de medemens of regelgeving, ter voorbereiding op het onvermijdelijke einde van de wereld of uit puur spirituele of persoonlijke noodzaak - hebben ze zich teruggetrokken uit de samenleving en leiden in de wildernis een kluizenaarsbestaan. Het vierde deel, het enige in zwart-wit, zit vooral de Amerikanen zelf op de huid, de alledaagse en tegelijk karakteristieke bewoners van een land in schijnbaar constante verwarring. Het zijn mooie schetsen, maar Soth moet bij dit soort werk zijn meerdere erkennen in fotografen die hem voorgingen, zoals Frank en Eggleston.

Soth onderscheidt zich door het gebruik van kleurenfilm en een grote technische camera. Het leidt tot scherpe, gedetailleerde foto's, die in zekere zin statisch zijn: beweging is schaars, poseren door zijn personages min of meer vereist omdat de techniek van het fotograferen dat vergt. In die zin hebben zijn kleurenfoto's een schilderachtige kwaliteit. Bedachtzaam, geconcentreerd, in onderwerpkeuze laverend tussen portret, landschap en stilleven.

Soth is er een meester in de sporen van de mens in het rivierlandschap een verhaal te geven. Eenzame bootjes, met dunne latjes en doorzichtig plastic van een primitief soort beschutting voorzien, waarin iemand moet wonen of hebben gewoond. Een onafzienbare watervlakte, dat verlaten bootje en honderd vragen. Waar is de bewoner? Hoe hield hij het daar uit in weer en wind? Waar leefde hij van? Wat at en dronk hij? Enzovoorts. Zulke bouwsels, shelters opgetrokken uit hout en restmateriaal komen we vaker tegen op Soths foto's. Onmiskenbaar eigenzinnig ontworpen (no budget, maximaal improvisatievermogen), soms de bewoner in beeld - altijd een blanke man, want teruggetrokken leven is, zo blijkt telkens weer op Soths foto's, een nagenoeg exclusieve blankemannenaangelegenheid.

De eindeloze rivier is meer dan de habitat van eenzame en teruggetrokken Amerikanen. Het is de bron van het volle leven. Van de gevangenen die het land bewerken, nietige, voornamelijk zwarte figuren, zo is te zien, in uitgestrekte landerijen met een hoge onweerswolkenhemel erboven. Ook net te onderscheiden: de enige twee die het zich gemakkelijk maken, zijn een opzichter te paard en een bewaker. Geweer in de aanslag, gezeten op een klapstoel.

(De tekst gaat verder onder de foto.)

null Beeld Alec Soth
Beeld Alec Soth

Andere bijzondere exponenten van het leven langs de Mississippi? De roodharige vrouw met een askruisje op het voorhoofd, een hemelse blik onder haar krullen - een zinnebeeld uit de Renaissance misschien, maar ze kan ook een godsdienstwaanzinnige zijn. In diezelfde categorie: een zwarte prediker in toga met zijn vrouw, leunend tegen hun auto. Op het dak een Peevey-gitaarversterker, in zijn hand een microfoon: Praise the Lord, Hallelujah!, mogelijk van de galm voorzien die doorgaans de gitaarklank verlengt.

Barstensvol verhalen en vol sociaal commentaar zit Soths werk. Natuurlijk hebben de motels bij de Niagarawatervallen iets diep treurigs, met hun gestandaardiseerde geluksingrediënten (goedkope trouwringen, shabby slaapkamers met tranentrekkend kreukelige handdoeken in zwaanvorm gevouwen op het huwelijksbed, de eenvormige galerijen met hun tl-buizen boven de voordeur).

Tegelijk heeft hij oog voor wat de bruidsparen hier brengt. Het, vermoedelijk ingeloste, verlangen naar de gelukkigste dag van hun leven, met de witte jurk en een liefdeskus die bezegeld wordt door de druppels van de waterval - die hoe dan ook van een verpletterende natuurlijke schoonheid is. Aandoenlijk ook, de briefjes van liefde én haat die Soth er aantrof en deel laat uitmaken van de expositie. Met als tragisch bewijs voor een uitermate kortstondig huwelijk de verwensing: drop dead.

In de parade van vreemde en minder vreemde Amerikanen, nemen de kluizenaars een bijzondere plek in. Als een wildediersoort, nauwelijks te benaderen, schichtig in het woud, verscholen achter bomen, portretteerde Soth ze soms. Andere keren dichterbij, maar nauwelijks beter te doorgronden. In zichzelf gekeerde blik, een surplus aan haardos en baardgroei, levend als monnik, asceet, zonderling of politiek dwaallicht (zoals de blanke naakte krijger met vermoedelijke nazisympathie, althans met een hakenkruistatoeage op de arm.) Sommigen wonen in grotten en leiden een bijna dierlijk bestaan. Het is een soort leven dat bij gebrek aan oneindigheid en dunne bevolking in Europa nauwelijks denkbaar is.

(De tekst gaat verder onder de foto.)

null Beeld Alec Soth
Beeld Alec Soth

Soths interesse voor deze mensen - mannen - gaat diep. Niet direct om in hun voetsporen te treden, maar om de radicale keuze die ze hebben gemaakt, de hoe dan ook moedige stap die ze hebben gezet om de samenleving de rug toe te keren, toont hij hun zijn respect.

Het zijn in zekere zin pioniers, die gestalte geven aan de Go West-mentaliteit van de Amerikaanse kolonisten. Daarom spreekt het werk van Soth ook zo aan: we hoeven de dromers en de zonderlingen niet na te volgen om toch in hun verlangens te delen: vrijheid, ruimte, een leeg landschap, eigen baas zijn - die American dream delen we allemaal.

(De tekst gaat verder onder de foto.)


null Beeld David Zwirner Gallery, New York
Beeld David Zwirner Gallery, New York

Het banale in felle kleuren

Misschien is het te vergelijken met de schok in de muziekwereld toen Bob Dylan in 1965 een elektrische gitaar inplugde en zo de akoestische folkwereld opblies: de opening van de eerste solotentoonstelling van het kleurenwerk van William Eggleston (1939) in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York en de gelijktijdige publicatie van de catalogus William Eggleston's Guide in 1976.

Ongetwijfeld zijn beide gebeurtenissen inmiddels tot mythische proporties opgeblazen, maar elke cultuurgeschiedenis heeft kantelpunten nodig. En al waren er eerder kleurenfoto's in het MoMA te zien geweest: het was het werk van Eggleston dat de wereld van de kunstfotografie, tot dan toe gedomineerd door zwart-witwerk, voorgoed veranderde. Het was 'de meest gehate show van het jaar' (The New York Times) en 'een vorm van oplichterij' (The Village Voice).

William Eggleston (1939, Memphis, Tennessee) is autodidact. Een introverte jongen uit een prominente familie. In zijn studententijd kreeg hij een Leica van een vriend. Zijn grote inspiratiebronnen waren fotoboeken van Robert Frank (The Americans) en van Henri Cartier-Bresson (The Decisive Moment). Zijn doorbraak in de kunstwereld kwam met een solo-expositie in het Museum of Modern Art in New York. Een groot deel van zijn oeuvre is in en rond Memphis ontstaan.

Waar maakte men zich zo druk over? Het was niet alleen de introductie van kleur, domein van de commerciële en de amateurfotografie, op de heilige witte muren van het museum, het waren ook Egglestons onderwerpen die tegen de borst stuitten. Hij fotografeerde het 'niets', zou fotograaf Martin Parr, een grote bewonderaar, zeggen 'en probeerde dat interessant te maken'. Een vriend omschreef Egglestons oeuvre als een ode aan 'the ugly stuff'.

En hij maakte dat banale subliem door het te printen met een methode die vooral in de reclamefotografie werd gebruikt (dye-transfer printing), waarbij de verzadigde kleuren bijna als natte verf op de foto lijken te liggen. Het was een methode waarmee men op billboards de lucht blauwer dan blauw kreeg en het Coca-Colalogo in het vetst mogelijke rood.

(De tekst gaat verder onder de foto.)

null Beeld David Zwirner, New York
Beeld David Zwirner, New York

Op de cover van het begeleidende boek staat een van de bekendste foto's van Eggleston: een driewieler vanaf de grond gefotografeerd, zodat de kinderfiets hoog boven de huizen op de achtergrond uitsteekt. Uit de prachtige documentaire The colourful Mr. Eggleston (te vinden op YouTube) weten we hoe hij werkt. We zien de fotograaf door de straten van zijn woonplaats Memphis, Tennessee rijden met zijn zoon achter het stuur. Ze stoppen op aangeven van Eggleston op plekken waarvoor het woord onogelijk is bedacht. De fotograaf loopt voorzichtig rond, zijn Leica op borsthoogte houdend. Af en toe komt de camera omhoog, waarbij hij een keer snel afdrukt en verder loopt. Altijd één opname: dat moet hem zijn.

In de introductie van een van zijn fotoboeken probeert de auteur van de inleiding Egglestons onderwerpen in kaart te brengen: 'Oude autobanden, Dr. Peppermachines, weggegooide airconditioners, snoepautomaten, lege en vieze Coca-Colaflessen, gescheurde posters, elektriciteitsmasten- en draden, verkeersblokkades, verkeersborden, parkeerborden, omleidingsborden, parkeerautomaten.' De ugly stuff, kortom: de wereld die we niet willen zien.

Geen wonder dat Egglestons werk onrust veroorzaakte toen het aan de muur verscheen van een eerbiedigwaardig instituut dat zich wijdde aan de schoonheid. Alles was een onderwerp, bekeken door, in de woorden van de fotograaf, de 'democratische camera'.

Zijn bekendste foto is Greenwood, Mississippi 1973, beter bekend als The red ceiling (Het rode plafond). De foto werd genomen bij een van Egglestons beste vrienden, een tandarts met de naam T.C. Boring. We zien een plafond van een kamer die geheel in een intense kleur rood is geschilderd. Witte elektriciteitsdraden lopen naar een kale gloeilamp; in de hoek van een foto zien we nog net fragmenten van erotische afbeeldingen.

De fotograaf vergeleek de kleur van de uiteindelijke print met vers bloed, een vergelijking die mogelijk werd ingegeven omdat de tandarts kort na het nemen van de foto werd vermoord en het huis afbrandde. Kijkend naar The red ceiling wordt duidelijk waarom iemand als de filmmaker David Lynch Eggleston zijn favoriete fotograaf noemt. Er lopen lijntjes van Egglestons foto's naar Lynch' meesterwerk Blue Velvet en de Red Room uit Twin Peaks.

(De tekst gaat verder onder de video.)

null Beeld David Zwirner Gallery, New York
Beeld David Zwirner Gallery, New York

In Foam is dit voorjaar de serie Los Alamos te zien, die in het oeuvre van Eggleston een curieuze plaats inneemt. De foto's werden genomen tijdens een aantal roadtrips in de jaren 1965-1974, die vanuit woonplaats Memphis werden ondernomen met zijn vriend, schrijver en curator William Hopps. Ze voerden door de Mississippidelta, door New Orleans, Las Vegas, Californië en eindigden bij de Santa Monica-pier, klassiek eindpunt van veel Amerikaanse roadtrips.

Het was de bedoeling de serie van 2.200 beelden in delen uit te geven, maar dat project kwam niet van de grond. Veertig jaar later doken de beelden weer op, als een vergeten voorloper van de kleurendoorbraak van 1976.

Los Alamos is al onmiskenbaar Eggleston, met die belangstelling voor verweerde verkeersborden, gerafelde luifels en andere monumenten van het versleten leven langs de weg. Met dezelfde opmerkzaamheid waarmee hij later de inhoud van een vriesvak zou vastleggen, kijkt hij wat er in motels onder een bed ligt en fotografeert het.

Als een introverte man die moeilijk contact met vreemden legt, zijn portretten schaars in het oeuvre. Hij fotografeert een vrouw in een diner van achteren, een man aan een flipperkast van de zijkant, vermoedelijk vanwege de felle kleuren van zijn shirt. In een vliegtuig op weg naar New Orleans maakt hij een foto van de zon die door een vliegtuigraampje een glas met ijsblokjes raakt en op de uitklaptafel een kleine kleurenexpolosie veroorzaakt (zie hierboven).

Schitterend beeld. En je realiseert je dat er in de Amerikaanse fotogeschiedenis eigenlijk nooit een foto uit een vliegtuig opduikt. Te banaal, te gewoon, te lelijk. Totdat William Eggleston de zon in het glas van zijn buurvrouw zag schijnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden