Fotograaf zoekt schoonheid in jungle bij Calais

De verzameling hutjes die Henk Wildschut in 2006 bij Calais fotografeerde, groeide uit tot een internationaal bekend vluchtelingendorp. Bulldozers maakten er deze maand een eind aan. foto'shenk wildschut tekst

Juli 2015 De kerk, gebouwd door de Eritrese gemeenschap, mag van de Franse rechter niet worden afgebroken.Beeld Henk Wildschut

Die man die net met water uit een fles zijn gezicht waste. Met die dichtgenaaide mond. Zag ik die? Henk Wildschut zet zijn statief neer en zegt: 'Dat vind ik nou zó theatraal.' Hij pakt zijn iPad uit zijn binnenzak en swipet langs de beelden die hij het afgelopen jaar in het vluchtelingenkamp in Calais maakte. Het spaanplaten kerkje stond twee weken geleden nog ingebouwd tussen de hutten van Eritreeërs. Die zijn nu weg. Hij kijkt door zijn lens, kijkt weer op zijn iPad, zet een stap naar rechts, weet dan zeker dat dit precies het punt is van waaruit hij de kerk eerder fotografeerde, en drukt op de knop.

Zo gaat het sinds we een halfuur geleden arriveerden in de jungle van Calais, een voormalige stortplaats in de duinen: overal lege blikjes, pannen, slaapzakken, kleren, schoenen. Overal mannen in oranje hesjes die met sloophamers, zagen en stanleymesjes hutten aan het ontmantelen zijn voordat de shovels ze als kaartenhuizen opzij schuiven. Overal zwartgeblakerde staketsels en de geur van verbrand plastic. En daar tussendoor loopt fotograaf Henk Wildschut. Statief met camera over de schouder, uit zijn rugzak steekt een ingelijst portret. Alsof iets hem op de hielen zit, zo straf is zijn tempo. Hij speurt naar plekken die hij herkent, roept holy shit als er weer een hut is verdwenen, roept: dit is heftig, want hij had niet gedacht dat de slopers zo zouden zijn opgeschoten.

Eigenlijk wil hij hier niet zijn. Hij houdt niet van afbraak, van het treurige gevoel dat erbij hoort. Maar het was zijn eigen plan om de opkomst en ondergang van de nieuwe jungle van Calais te fotograferen. Nu gaat hij het afmaken ook.

Vanaf links: Henk Wildschut, vriend Aziz, restauranteigenaar Noor en assistent Hishaam.Beeld Henk Wildschut
Augustus 2015Beeld Henk Wildschut
Oktober 2015.Beeld Henk Wildschut

Schoonheid naast ellende

In 2006 maakte hij zijn eerste foto's in de bossen van Calais, waar immigranten die de oversteek naar Engeland wilden maken, hun tenten hadden opgeslagen. Hij zag er schoonheid naast de ellende, en dat fotografeerde hij: kleurrijke bouwsels, niet de mensen. Vijf jaar werkte hij aan een serie monumentale foto's, die werd bekroond en er kwam een boek van, Shelter. Hij werd een veelgevraagd fotograaf, met opdrachtgevers als het Rijksmuseum. Calais blijft altijd aan hem trekken. Op 25 februari 2015, twee weken nadat er driehonderd vluchtelingen voor de kust van Italië waren verdronken, was hij opnieuw in de jungle. Hij was er twee jaar niet geweest, de laatste keer had hij het bos leeg aangetroffen. Hij hoopte stiekem dat hij hier en daar weer een nieuw bouwsel van dekens en plastic zeilen zou aantreffen. De schizofrenie van de fotograaf: ondanks alles mooie foto's willen maken.

Dit keer stond het bos ramvol tenten. Wat hij kwam doen, vroeg een Afghaan hem terwijl hij met zijn camera rondliep, en hij vertelde dat hij al negen jaar foto's maakte van het bos. Negen jaar? had de man gevraagd. En in al die tijd heb je niks aan deze situatie gedaan? Ga naakte meisjes fotograferen! Toen had hij zich lullig gevoeld. De man had gelijk. Wat stelde zijn weerwoord, dat zijn foto's leidden tot bewustwording van het vluchtelingenprobleem, nou helemaal voor?

Een maand later veegde de Franse politie het bos schoon, stonden de eerste tenten in de duinen, en wist Wildschut dat hij aan een nieuwe fase van zijn fotoproject was begonnen.

Augustus 2015.Beeld Henk Wildschut

Zien wat hij ziet

Kijk dan, wat mooi. Recht voor ons ligt een hut op zijn zij. Een houten staketsel met daaromheen grijs plastic, de binnenkant bekleed met roze en oranje dekens. We zijn in het zogenaamde Soedanese kwartier, waar de meesten nog liggen te slapen, of hun boeltje al hebben gepakt. Achter Henk Wildschut aanlopen, is proberen te zien wat hij ziet. Wat hij de moeite van het fotograferen waard vindt. Niet de snottebellen, de kinderen in de blubber, niet de dichtgenaaide mond, niet de rellen tijdens de ontruiming of de jonge Engelse vrijwilligers die druk bezig zijn de behuizing van de vluchtelingen een paar honderd meter verder neer te zetten. Daar zijn de nieuwsfotografen voor. Achter Wildschut aanlopen, dat is hem horen uitroepen, als hij ergens een hoek omslaat: o, man, hier was het heel gezellig, hier had je tuintjes. Dan zet hij zijn statief weer neer, pakt hij zijn iPad en laat hij een foto zien van een tent met daarvoor twee witte plastic tuinstoelen, een laag hekje van kippengaas en een rij potten met bloemen en planten. Wat daarvan over is: alleen de potten. Waar de tent stond, ligt een berg huisraad. Even verderop komt een man uit zijn hut. Hij is bezig met verhuizen, er ligt een stapel keurig opgevouwen dekens op de grond.

Spreek je Engels?, vraagt Wildschut. Ja.

Wanneer komen ze hier alles weghalen?

Weet ik niet.

Waar ga je heen?

Weet ik niet.

Mag ik je dekens fotograferen?

Prima.

Wildschut maakt zijn foto, wenst de man sterkte, en zegt als hij zich omdraait: 'Dit is wel heel erg mooi licht.'

In april 2015 werd een weg aangelegd in het kamp. In juni, op last van de rechter, elektriciteit en stromend water. Hoge hekken sloten het kamp af van de snelweg. Binnen de kortste keren werden tenten hutten, kregen hutten een aanbouw, werd de eerste winkel gebouwd, ontstond er een pleintje om die eerste winkel. Wildschut legde het allemaal vast.

December 2015.Beeld Henk Wildschut

Gated community

In juli ging hij op vakantie. Die maand kwamen de vluchtelingen met tienduizenden tegelijk aan in Griekenland. Op zijn vakantieadres las hij hoe het in Calais uit de hand liep, de Eurotunnel werd bestormd door immigranten, ze klommen op de trein en onder vrachtwagens. Europa in crisis, en hij zelf ook. Hij dacht alleen nog maar in hekken, hoe politici van Europa een gated community probeerden te maken en dat hij in zo'n wereld niet wilde leven. Met terugwerkende kracht vond hij het werk dat hij in de bossen van Calais had gemaakt naïef, banaal zelfs, met zijn nadruk op de schoonheid van de tenten en de kracht waarmee de bewoners probeerden iets van hun situatie te maken. Als hij nu rondliep in de jungle, was hij verward door de enorme expansie van het kamp. Hij had altijd geïsoleerde tenten gefotografeerd. Het kleine leven, maar nu, die massaliteit, wat moest hij ermee?

In september spoelde de 3-jarige Aylan aan op het strand van Akyarlar. Net als de rest van de wereld was hij ontzet. In oktober had hij zich herpakt. De jungle was een stad geworden, de winkelstraat had nu ook grote restaurants en hamams. Er werd verdiend, en veel: bakkers die 700 broden per dag bakten, zetten wekelijks 2.000 euro om. Afghanen, die de hele straat in handen hadden, verkochten grond door voor grof geld. En toen wist Wildschut dat zijn blik op het alledaagse bestaan van de immigranten toch de goede was. Vanaf nu zou hij zijn camera richten op de ondernemers. Zíjn Calais zou symbool worden voor de opkomende tweede orde in Europa, die van de immigranten. Ze zouden onverzettelijkheid uitstralen, en daadkracht, en hoop.

Er loopt een cameravrouw achter een jongen aan. Wildschut kent hem, ze schudden handen. De cameravrouw komt uit Engeland. Ze maakt een film over young guys with hope. Hoop, zegt Wildschut als ze verder zijn gelopen. Een paar weken geleden fotografeerde hij de jongen met een vriendje in een hamam. De baas van het badhuis was er ook, met nog een paar kerels. Wildschut had er geen goed gevoel bij, zegt hij. Een week later kwam hij de jongen weer tegen, huilend op straat. En nu heeft hij net gelezen over minderjarige jongens die verkracht zijn in het kamp, en ziet hij maar steeds het beeld voor zich, van de kapper en zijn vriendje en die mannen eromheen, hij heeft nog een foto gemaakt, maar daar kan hij niet meer naar kijken, ook al heeft hij geen enkel bewijs dat ze iets hebben misdaan.

Februari 2016 Afghaan Aimal bouwde dit restaurant, het kostte hem 6.500 euro. Drie weken voordat de jungle ontruimd moest worden, ging het open.Beeld Henk Wildschut
Maart 2016 Een omgegooide hut in het Soedanese kwartier.Beeld Henk Wildschut

Rellen

In december en januari braken er rellen uit. Drieduizend mensen op zo'n klein oppervlak en dan de kou en de regen. De sfeer werd grimmig, merkte Wildschut als hij er was. Geruchten gingen dat rechts-extremisten verkleed als politie het kamp binnenkwamen om bewoners te molesteren. In de duinen werd tot drie keer toe een lijk gevonden.

Kan het nog, vroeg hij zich af, kan ik deze beelden nog maken terwijl de actualiteit in mijn nek hijgt? De vraag werd prangender naarmate de datum dichterbij kwam dat zijn project als tentoonstelling in fotomuseum Foam zou worden geopend; met de openbaarheid komt nou eenmaal ook de verantwoording.

In februari verhevigden de rellen en voelde hij dat hij zich begon te wapenen tegen de onmacht en de uitzichtloosheid. De verhalen die hij hoorde van de mannen uit het kamp raakten hem minder. Als hij na twee dagen fotograferen weer terug was in Amsterdam was hij van slag en chagrijnig tegen zijn vrouw en zijn kinderen. Op 19 februari 2016 werd de ontruiming van de zuidzijde van het kamp aangekondigd. Hij had nooit gedacht dat het zo'n opluchting zou zijn.

Een dag na ons bezoek gaat de hele winkelstraat in vlammen op. Ontplofte gastank, wellicht aangestoken, de politie staat erbij en laat het gaan. Als Henk Wildschut de volgende ochtend arriveert, treft hij smeulende puinhopen, schrijft hij in een mail. 'Hiroshima, tenminste, wat ik me daarbij voorstel.' In de lege straat proberen ze hem te beroven. Het is de derde keer in twee weken tijd. Chaos veroorzaakt wetteloosheid, schrijft hij. 'Maar wat me dan toch weer verrast, is dat Noor, de eigenaar van het restaurant waar ik altijd at, in het noorden van het kamp alweer iets nieuws aan het bouwen is.' Hij stuurt een foto mee van een frame van vers, blank hout.

Calais - From Jungle to City van Henk Wildschut is van 8 april t/m 5 mei in Foam, Amsterdam te zien.

Februari 2016.Beeld Henk Wildschut
Maart 2016 - Afghaan Aimal bouwde dit restaurant, het kostte hem 6.500 euro. Drie weken voordat de jungle ontruimd moest worden, ging het open.Beeld Henk Wildschut
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden