Fotograaf Erwin Olaf: 'Ik heb lang genoeg het majorettekorps aangevoerd'

Erwin Olaf maakte met prikkelende taferelen naam als fotograaf. Eigenhandig bouwde hij een imperium op in de internationale kunstscene, met daarbij het werk van zijn favoriete kunstenaars in het achterhoofd.

Erwin Olaf Beeld Judith Jockel

De realiteit is een brute indringer, tijdens het gesprek met fotograaf Erwin Olaf in New York. Op hetzelfde moment worden in Parijs de klanten van een koosjere supermarkt gegijzeld, in het kielzog van de aanslag op Charlie Hebdo.

Na afloop van het interview blijkt Amedy Coulibaly vier joden te hebben vermoord. 'Het grootste gevecht met mezelf is nu om niet te generaliseren', zegt de kunstenaar, in een wervelend verhaal dat heen en weer vliegt tussen moslimterroristen en de melancholieke ogen van Faye Dunaway. 'Maar dat is moeilijk hoor.'

Hij zit lichtjes verkrampt in zo'n ongemakkelijk-verantwoorde stoel, achter in Hasted Kraeutler, de galerie waarmee Erwin Olaf al tien jaar samenwerkt. De avond daarvoor was de opening van zijn overzichtstentoonstelling, om de lange relatie te vieren. 'Mr Olaf's professional life has been decidedly upbeat', schreef de Wall Street Journal. De gezaghebbende krant wijdde bijna een hele pagina aan de expositie en de internationale carrière van de Nederlander die vorig jaar de nieuwe euromunten ontwierp.

'Ik heb mezelf omhoog moeten vechten', zegt hij, over die carrière. 'Ik was de jongen van de Nieuwe Revu, zal ik maar zeggen. Er zijn geen grote Nederlandse musea geweest die me Amerika hebben ingeduwd.' Opgeruimd: 'Ik hoef dus geen instituten of curatoren hun kont te kussen.'

Beeld Judith Jockel

Jankende wijven

De New Yorkse galerie benaderde hem nadat hij de subtiele trilogie Rain, Hope, Grief had gemaakt, over kwetsbaarheid en eenzaamheid. Werk dat meer appelleerde aan de Amerikaanse smaak dan de heftige fotografie uit zijn beginjaren: een fantasiefestival van naakte gekreukelde bejaarden, mannen met huiveringwekkende erecties, dwergen met helmen op en imposant dikke blote blubberende vrouwen - vaak met een touw eromheen.

Vroeger gebruikte hij zijn lucratieve commerciële opdrachten om zijn vrije werk te financieren. Tegenwoordig kan hij met zijn vrije werk zijn vrije werk betalen. Naast Hasted Kraeutler wordt hij vertegenwoordigd door galeries in Londen, Parijs, Madrid, Hong Kong, Seoul. 'Ga maar verstillen', zeg ik tegen mezelf. 'Ik kan me nu veel meer terugtrekken in mijn laboratorium. Ik hoef me niet meer zo te uiten, voorop te lopen in de fanfare. Ik heb lang genoeg het majorettekorps aangevoerd.'

Een intrigerend voorbeeld van dat verstilde werk hangt nu in New York, zijn nieuwe serie Waiting, die vanaf 21 februari te zien is in de Amsterdamse galerie Flatland. Hoogtepunt is een film van vijftig minuten, waarin een Aziatische vrouw in een restaurant gespannen wacht op een date. Langzaam dringt tot haar door dat de man op wie ze zo hoopte niet zal komen.

De onaangedane serveerster ruimt de tafel zakelijk weer af; de Aziatische bestelt nog een treurige SiSi. Het doet bijna fysiek zeer om haar desillusie te aanschouwen - ook omdat die zo herkenbaar is. De kunstenaar: 'Ik merk wel dat ik weer aan het einde van een cyclus zit. Er kunnen niet veel jankende wijven meer bij, zal ik maar zeggen.' Een gierende lach, de Erwin Olaf-lach - vol zelfspot.

CV
Geboren als Erwin Olaf
Springveld in Hilversum, 1959

Opleiding School voor de Journalistiek in Utrecht

Carrière Hij debuteerde begin jaren tachtig als journalistiek fotograaf, en werkte onder meer voor Nieuwe Revu. Al snel specialiseerde hij zich in geënsceneerde fotografie. Vanaf de tweede helft van de jaren negentig werkte hij ook voor allerlei grote internationale adverteerders, zoals Diesel, Heineken, Microsoft, Nokia, BMW, Bottega Veneta. De afgelopen jaren fotografeerde hij geregeld voor tijdschriften en kranten als The New York Times, New York Times Magazine, Le Monde en Elle. In 2013 ontwierp hij de nieuwe euromunt met het portret van koning Willem Alexander.

Prijzen Zowel zijn reclamefotografie als zijn autonome werk is vaak en internationaal bekroond. In 2011 won Olaf de Johannes Vermeerprijs.

1. Fotoboek: In the American West, Richard Avedon (1985).

'Dit is de kwaliteit die ik wil maken, besefte ik toen ik deze serie zag van Richard Avedon. Hij reisde begin jaren tachtig met een witte tent door de Amerikaanse bible belt en fotografeerde bijna vlak, meningloos, de gemiddelde burger. Dat varieerde van een kale imker die onder de bijen zat, tot een mooi sexy portret van een sproeterig meisje in een tuinbroek.

Maar hij fotografeerde ook de oliewerkers, en de mensen in de slachterijen. De gewone Amerikaan. Ontluisterende, indringende portretten. Avedon is van oorsprong een modefotograaf. Hij maakte van die mooie, gestileerde vijftigerjaren modefoto's. In the American West is eigenlijk het begin van de moderne documentaire-portretten, maar met diezelfde precisie en enscenering als zijn modeportretten.

'Ik ben geen documentaire-fotograaf: als ik de realiteit wil zien kijk ik wel uit het raam. Maar deze serie blies me van mijn sokken. Ik was begin 20: veel ontdekkingen uit die periode zijn nog steeds mijn ankers. Avedon tilde de portretten naar een droomachtig niveau, gaf ze iets sprookjesachtigs. Dat vind ik fijn. Dat wil ik ook. Daar ben ik misschien ook wel in doorgeslagen. Ik heb lang ideeën op elkaar gestapeld. En dit, en dat. En een hoedje op, en een dwerg ernaast, een touwtje erom - en dan moet ze ook nog ondersteboven hangen. Ik ben mijn archief aan het uitspitten en als ik dat allemaal zie, denk ik: wat ben je toch vreselijk onzeker geweest. Waarom nou 6 ideeën in 1 foto?'

Beeld Getty

2. Leermeester: Hans van Manen, choreograaf en fotograaf.

'Hans is zo mega-precies, en messcherp. Doorgaan tot je 82ste: wie kan dat zeggen? Hans staat nu nog te choreograferen! Hij is een geweldige leermeester geweest. Nog steeds, bij elke foto die ik maak, komt Hans om de hoek kijken: wat zou hij ervan vinden? Bij hem moest je alles zorgvuldig retoucheren, met de hand. Hij zei: 'Als er een stofje in het beeld zit, kijkt iedereen alleen naar dat stofje. Terwijl je wilt dat ze kijken naar de compositie, het licht, je verhaal.

'Na mijn opleiding aan de School voor de Journalistiek was ik werkloos. Ik ben toen vrijwilliger geworden bij het COC, als fotograaf. Een van de eerste portetten die ik moest maken was van Hans van Manen. Hij zat midden in een interview toen ik binnenkwam en zei meteen: 'Jij mag mij fotograferen als ik jou mag fotograferen.' Ik was helemaal niet zo'n goed model, ik was een soort spriet, maar hij heeft een leuke foto gemaakt. Hij legde me op een plank, waardoor ik letterlijk een spriet in beeld werd - je zag alleen mijn oog.

'Ik had net een Hasselblad gekocht en ik wist bij god niet hoe ik daarmee moest omgaan. Ik dacht: ik druk op de knop en dan heb je een meesterwerk. Nee dus, waardeloos. Hans had zelf ook een Hasselblad, dus hij nam me bij de hand.

Mijn idee van fotografie was altijd: enorme settings, een stoet modellen, noem maar op. En toen kwam ik bij Hans in de studio. Er stonden een lamp, een achtergrondrol in grijs, wit, of zwart, een model en een paar spiegels om te reflecteren. Zo werkte hij. Ik dacht: dat kan ik me later ook wel veroorloven. En zo ging ik langzamerhand naar mijn eigen studiootje, met mijn eigen lampje.

'Hij heeft me in contact gebracht met beeldende kunst. Bij hem hingen Lichtenstein, Rauschenberg, Mapplethorpe, Witkin. Fantastisch werk. Avonden lang praatten we over kunst, met boeken erbij: wat wel, wat niet, wat was goed, wat was slecht. Op een gegeven moment heb ik me natuurlijk wel van hem moeten losmaken. Maar hij blijft meekijken, vanaf de zijkant.'

Beeld Els Zweerink

3. Beeldende Kunst: Otto Dix (1891-1969), schilder die vocht in de Eerste Wereldoorlog en wiens werk later door de nazi's tot 'entartete kunst' werd verklaard.

'Ik kan vreselijk lachen en hou van gezellig en leuk en noem maar op, maar als ik nadenk in wat voor vreselijke wereld... Waar zijn we op weg naartoe? En dat zie je ook in het werk van Otto Dix: de enorme donderwolk die erboven hangt. Ik heb het idee dat we in een interbellum zitten, met de gitzwarte wolk die eraan komt.

Het is misschien te concreet om dat te benoemen met het moslimterrorisme, het is niet alleen dat. In de taxi vanaf het vliegveld dacht ik: jezusmina. Industriegebiedjes, vieze gore huizen, dingen afgebroken, gaten in de muren. Ik reis veel en zie dat meer en meer, of je nou in Hongkong komt of waar dan ook.

Vroeger zat ik een half uur in een weiland, in de trein tussen Utrecht en Amsterdam. Nu zit ik op datzelfde stuk twee minuten in een weiland. We vreten crunch-crunch heel die aarde leeg. Ik net zo hard, ik ben niet heiliger dan wie dan ook. Je maakt je bedragen over naar goede doelen en gaat weer door. Waar zijn we mee bezig? Ik heb geen kinderen. Ik kan denken: na mij de zondvloed. Maar dat vind ik niet fijn hoor.'

Beeld Erich Lessing / HH
Erwin Olaf Beeld Judith Jockel

4. Boek: Lost Berlin, Susanne Everett.

'Duitsland heeft een heel zwaar, maar ook heel rijk verleden. Dit boek, een mix van fotografie en tekst, geeft een intrigerend beeld van het interbellum. Je ziet hoe vrij en geciviliseerd en party-achtig die periode was tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, maar ook hoe moeilijk. Met al die mensen die verminkt en verarmd waren teruggekeerd uit de oorlog. Al die parallelle werelden, in dat grote, bijzondere rijk. En ineens verdween al die vrijheid en decadentie als sneeuw voor de zon, in 1933.

'Wij wonen in het rijkste stukje van de wereld, en lijken eindeloos te kunnen dansen op de rand van de vulkaan. Wanneer komt het kantelpunt? Die gedachte heeft mij altijd beangstigd. Wanneer gaat het gebeuren? Geen idee waar het vandaan komt, maar ik heb dat gevoel al sinds het begin van mijn volwassenheid. Die jaren tachtig, met het doemdenken dat toen opkwam. Was ook een heftige tijd: de RAF, de IRA, de Rode Brigades. Dus eigenlijk zou je over al die ellende in Parijs kunnen zeggen: niks nieuws onder de zon. Misschien maakt de fixatie op elk flintertje nieuws ons ook wel mega-paranoïde.

'Vergeet niet dat de agent die bij de aanslag op Charlie Hebdo is geëxecuteerd Ahmed heette. Aan de andere kant zei de vader van een Nederlandse jihadist die zich voor een politiebureau in Bagdad heeft opgeblazen: 'Mijn zoon is nu een groene vogel in het Paradijs.' O ja? Ik had wel willen lezen wat hij vond van die twintig Irakezen die zijn zoon de dood heeft ingejaagd met deze zelfmoordaanslag. Zijn dat dan geen groene vogels in het paradijs? Die jongen heeft gewoon zijn eigen soort lopen vermoorden, denk ik dan.

'Ach, we praten wel veel over dit onderwerp, het houdt je ook zo bezig. Maar tegelijkertijd lees ik op Facebook: 'Mijn dochtertje heeft in haar broek geplast.' Ook een soort vlucht natuurlijk, hè. Kom op man, ik ga je ontvrienden.'

Beeld Lost Berlin - Susanne Everett

5. Film: The Eyes of Laura Mars, van Irvin Kershner (1978).

'Een jarenzeventigthriller met Faye Dunaway in de hoofdrol, prachtig, op haar allerknapst, met die mooie melancholieke ogen. Ze speelt eigenlijk een vrouwelijke variant van Helmut Newton. Tijdens het fotograferen wordt ze verblind door visioenen van moorden die ze ziet aankomen: op modellen, mensen in haar omgeving.

'In de film worden ook de foto's van Helmut Newton gebruikt. Van die sterke, agressieve, van vrouwen naakt in bontjassen en zo. Een aantal scènes is gebaseerd op foto's van hem. Dus er worden auto's in de fik gestoken, er drijft een lijk in een zwembad, vrouwen in lingerie vechten met elkaar. Het was de eerste keer dat ik echt kennismaakte met het werk van Newton. Het was voor het eerst dat ik me bewust werd van de glamourkant van fotografie; dat ik geënsceneerde fotografie zag. Deze film heeft me aan het fotograferen gezet.'

Beeld Getty

6. Regisseur: Stephen Frears, en zijn films My Beautiful Laundrette (1985) en Dangerous Liaisons (1988).

'My Beautiful Laundrette was zo emanciperend, heel positief over homoseksualiteit, een feelgoodmovie. Een Hindoestaanse en een Engelse jongen krijgen verkering en beginnen een wasserette. Ze ontmoeten veel weerstand, ze worden gepest, maar ze slaan zich er doorheen en uiteindelijk komt iedereen er over de vloer om zijn wasje te draaien.

Daniel Day-Lewis speelt de rol van Johnny, de Britse jongen. Een ongelooflijk stuk vond ik hem, met zijn geblondeerde haar. Hij had iets van: sodemieter op, en schopte tegen iedereen aan die hem uitschold. Hij ging zo gemakkelijk om met die Hindoestaanse familie en hun verzet tegen homoseksualiteit. Dus hij was voor mij een voorbeeld. Ik was even erg verliefd op dat filmpersonage.

'Er kwam toen net een ansichtkaart van me uit, van een jongen met een spuitende champagnefles tussen zijn benen. Dolgelukkig was ik, dat die ansichtkaart in goede aarde viel. Dus ik stuur er eentje naar Daniel D. Lewis: 'Ik zou u ook graag willen fotograferen', hahaha. Een maand later kreeg ik een kaart terug: 'Thank you very much for your compliments, but I'm sorry to inform you that I'm not into that kind of thing.' Hahahaha.

'Wat ik zo goed vond aan Dangerous Liaisons is het minimalisme. De make-up is vrij dun, de jurken zijn tamelijk basic, de interieurs zijn kalig. Terwijl die film speelt in de pruikentijd, het hoogtepunt van de vorm, dat gepompadourde, zal ik maar zeggen. En ik hou van vorm, maar ik kom er steeds meer achter dat die ontzettend kan overheersen.

'Nu ging de aandacht uit naar het verhaal: dat woorden zoveel kapot kunnen maken. Hoe vernietigend alleen al praten kan zijn.'

Beeld HH

7. Feest: Het Milkshake Festival, op het terrein van de Westergasfabriek in Amsterdam.

'Al mijn hele leven organiseer ik af en toe grote feesten, bijvoorbeeld The Black Tea Party in Paradiso, tegen homo-discriminatie. Tegenwoordig doe ik mee aan het Milkshakefestival, for all who love. Voor een waaier van homo's, transen, lesbische meiden, homovriendelijke hetero's, noem maar op.

In totaal wel twintigduizend man, verspreid over allerlei circustenten. Gekleurde mensen, spierwitte mensen. Zo'n feest inspireert me. Die vrijheid, dat enthousiasme, en die diversiteit. Ik wil dat er niet alleen knappe jongens rondlopen, er moeten ook lekker stevige nichten en meiden zijn, of mislukte transen en travestieten. Allerlei soorten gevederde vogels. Ik vind dat er voor iedereen een plek onder de zon is. En ik wil dat iedereen zich een ster voelt.

'Vorig jaar hadden we de Fat Brats als act. Heel dikke vrouwen die geen zin meer hebben zich in een hoek te laten zetten, begeleid door twee heel lieve mannen. Er zijn mannen die zulke enorme vrouwen erg sexy vinden. Die houden ervan om ze te feeden, en zich te laten pletten. Dus ik had een pletwedstrijd georganiseerd.

Die mannen gingen liggen en die vrouwen knalden er zo zwaar mogelijk bovenop, op het nummer Zak 's effe door. Hahaha. Je kon me opvegen, ik lach me altijd te pletter om mijn eigen grappen. En op het moment dat iedereen met zijn mond open stond, regelde ik dat schuimmachines de hele tent onderzetten, waarna er ook nog tien kilo confetti naar beneden kwam. Niemand wist van voor nog dat ie van achteren leefde.

'Het feest was vlak na het neerstorten van vlucht MH17. Daarin zat Joep de Lange, de aidsonderzoeker die zoveel had betekend voor veel gasten van het feest. Ik was een van degenen die was gevraagd een woordje voor hem te spreken. Je kon een speld horen vallen in de tent. Sorry... Ik ben even emotioneel... Maar het was zo ontroerend.

Ik stond op het podium en zag al die doodstille bezoekers voor me: tweeduizend mensen die tot je eigen soort horen. Daar stonden een paar gepeste, daar een paar onzekere, daar een paar... Een hetero obesitasmeid, een skinny biseksueel mannetje, iemand die er gek op is in het rubber te lopen. Niet de grootste gemene deler.

'Het zout der aarde - ik ben er dol op. Het is zo'n kwetsbare groep ook, ze kunnen zich niet verstoppen. Ze moeten het zout der aarde zijn, dat is geen keus: omdat ze er zo uitzien, omdat ze zo zijn. Ik ben vroeger ook gepest. Ik werd ook tot uitzondering gemaakt.'

Beeld Photographer: Maartje Geels / hh

8. Hotel: Covent Garden Hotel, Londen.

'Je hebt hier het gevoel dat je de enige gast bent. Al na twee keer wisten ze mijn naam. Als je binnenloopt, pakken ze blindelings je sleutel. Het is van oorsprong een oud ziekenhuis, het stikt er van de kamers. Elke kamer is verschillend vormgegeven. Geweldig Engels design. Per kamer hebben ze een vertaalslag gemaakt van het Britse bloemetjesbehang, maar dat zijn dan bijvoorbeeld zúkke grote bloemen.

In alle kamers staan ook allerlei rommeltjes, een paspop, of zo. Goeie lekkere stoelen, die dan weer half fluweel, half vilt zijn. Over alles is nagedacht. Er is een honesty-bar, je moet zelf bijhouden wat je pakt. Ik voel me er waanzinnig comfortabel. In dit hotel kom ik vaak op ideeën, als ik zit te wachten. Het is een soort meditatie. Ineens, plop, komt er iets.

'Het is een hotel waar ik count my blessings doe. Een warme deken, met die Londense voorkomendheid en die Britse manieren en dat eten en dat ontbijt. Jezus, denk ik soms, over die overdaad. Dat kan toch zo niet door blijven gaan, dat wij dat allemaal maar hebben?'

Gierende lach, de Erwin Olaf-lach: 'Maar intussen doe ik er wel aan mee.'

Beeld Hotel Covent Garden
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden