FOTO MET STOOM

Het fallusmuseum in Reykjavik hoopt op een penis van de homo sapiens en intussen spuit de geiser onder grote belangstelling stoom....

Lulkunde is volgens de directie van het Phallological Museum van Reykjavik een oude wetenschap die in vergetelheid was geraakt. Er werd nog weleens iets aan gedaan in de marge van andere wetenschappen, menskunde bijvoorbeeld en psychologie. En ook op artistiek terrein werd de penis zijdelings nog wel bestudeerd, zoals bij ballet, aldus een verklaring van het museum, dat zegt deze oude tak van wetenschap weer serieus te nemen.

Dertig walvispenissen zijn in het museum verzameld, ook een paar van jonkies, voor de pedophallologie. Er is iets van een hond, een stier, een bok, een walrus, zeehonden, een paar rammen, een dolfijn, een veldmuis, een huismuis en een varken en er is een berenpenis die niet van een mannetjesvarken komt, maar van een echte bruine beer. Som mige penissen zijn op net zo'n gepoetst stuk hout bevestigd als waarop in Veluwse eethuizen de hertenkoppen vastzitten aan de muur. Of een reeschedeltje met twee hoorntjes eraan.

In het fallusmuseum is van 36 zoogdieren een penis te zien. Niet die van homo sapiens. Nog niet. Het museum heeft al wel een toezegging. Een schenking is het, op papier officieel bevestigd. Een man, of de vrouw van die man, wil die van hem, of die van haar man, na zijn dood toevoegen aan deze wetenschappelijke verzameling. Ze zouden er ook gewoon een spiegel kunnen ophangen. Kunstpenissen zijn er trouwens ook te zien.

Maar we komen er niet voor naar IJs land. We zijn op zoek naar iets fenomenaal smerigs waarover we alleen gelezen hebben en sterke verhalen gehoord. We willen met eigen ogen zien, met eigen neus ruiken aan en eventueel met eigen tong proeven van de vieste vis ter wereld. Die moet op IJsland te vinden zijn, maar wordt daar een bijzondere lekkernij gevonden.

Er is iets vreemds met vliegen. Een vlucht heen en weer om even van de vieze vis te proeven is heel veel duurder dan heen en terug met drie dagen ertussen. Om geld te besparen blijven we daarom drie nachten slapen in Reykjavik en we vervelen ons er dood met honderden andere vreemdelingen die niet bij de Chinees gaan eten en niet in de nachtclub dansen waar om elf uur 's avonds de polonaise begint, volgens een brochure van de vvv van de stad. De brochure waarin we ook het penissenmuseum vinden.

In de winter is het maar twee dagen open in de week en op zondag is het altijd dicht.

IJsland sterft van de kerken. En van de benzinepompen. We denken dat het land met maar driehonderdduizend inwoners het dikst benzinebepompte land is en makkelijk voor elke inwoner en alle toeristen erbij een bankje in een kerk heeft staan. Nou is onze waarneming niet helemaal betrouwbaar, we namen de bus en telden bij elkaar op wat we zagen onderweg. Het regende. Ook als het regent eten IJslanders ijsjes, net als de toe risten.

De bus brengt mensen en pakjes rond tot ver buiten Reykjavik. Hij stopt onderweg bij elke benzinepomp en hij stopt vaak. Eerst is het gewoon openbaar vervoer. Tot de laatste IJslander is uitgestapt. Dan verandert de chauffeur in reisleider en rijdt hij vijf Italia-nen en twee Hollanders nog verder het vrijwel verlaten land in, naar toeristische attracties.

We krijgen een kratertje met mooi helder water, een wit kerkje waarin onder de vloer drie bisschoppen liggen begraven, een waterval en een veldje vol beroemde IJs land se geisers. De krater was tien minuten, de waterval een halfuur en bij de geisers mogen we een heel uur kijken.

Bij het kerkje stopte hij niet. We reden er twee keer langs. Heen om een pakje weg te brengen naar een benzinepomp, en weer terug. Als er geen pakje was geweest, hadden we van het kerkje niet geweten.

IJsland is kaal en onherbergzaam en als er ergens wat bomen groeien, neemt de chauf feur gas terug en zegt hij door de microfoon dat we links bomen kunnen zien.

Onze bus is niet de enige die stilhoudt bij de geisers. Op een parkeerterrein staan er meer en bij de geisers wemelt het van de toeristen die allemaal proberen foto's te maken.

Een geiser werkt als volgt. Onder een korst gestolde lava (IJsland is een korst lava) is de aarde heet. De korst is lek. In de gaten staat water. Onder in de waterkolom komt het water in aanraking met de gloeiende hitte en verandert in stoom, dat een uitweg zoekt. De stoom drukt eerst de waterkolom omhoog en ontsnapt dan met geweld uit het gat. Het water loopt weer terug in het gat om opnieuw onderin in stoom te veranderen. Zo gaat dat maar door, maar niet elke geiser heeft hetzelfde tempo. Er zijn er die maar een paar keer per dag spuiten. Deze zijn alleen geschikt voor toeristen met eigen vervoer, die geduldig kunnen wachten, met hun camera in aanslag.

Bustochtjesbuitenlanders zijn aangewezen op een snelle spuiter. Een geiser die om de acht, tien, vijftien minuten opbolt - dat is het mooiste, water dat als een grote kwal omhoog komt uit een rond gat - en dan een een paar meter hoge kolom stoom uitblaast. Die stoom is niet veel soeps. Het is een wolk hete mist die thuis ook uit de fluitketel komt. Maar iedereen wil die wolk op de foto zien te krijgen. Alle toeristen staan geduldig minutenlang met de camera klaar om precies op het goede moment de foto te maken. Dat lukt de meesten niet meteen, zodat ze de hele tijd die de buschauffeur ze gaf, door de zoeker van hun toestel staan te loeren en niet goed gekeken hebben naar het moois zelf. En thuis zullen ze zien wat ze gefotografeerd hebben: mist. Er zijn er ook die hun meisje op de foto willen, precies op het moment dat de geiser spuit. Minutenlang zien we zo'n meisje staan wachten met haar rug naar het spuitgat. Nooit zo lang een blije lach vast zien zitten op een meid in vrije tijd.

Een Nederlands echtpaar, dat in een huurauto in twee weken meer dan 2000 kilometer reed door het land, staat met videocamera (man) en fotocamera met enorme lens (vrouw) bij de achtminutengeiser.

'Is er al een foto gelukt', vragen we. 'O heren, we staan hier al de hele dag', zegt het echtpaar, 'we hebben al tientallen foto's.' En video. 's Morgens was er nog geen doorkomen aan geweest, zeven busladingen toeristen stonden in de weg. Wat zouden we graag het avondje meemaken, bij de mensen thuis, als familie en vrienden mogen komen kijken. Eerst de foto's en dan de video, en maar wachten tot iemand het durft te zeggen, pap, mam, het is toch steeds hetzelfde?

En de vieze vis? Het kwam door Alan Da vidson, een door ons bewonderde Engelse diplomaat, die zich tijdens zijn verblijf in vele buitenlanden ging toeleggen op het verzamelen van wetenswaardigheden over vis en bereidingswijzen. Zijn bijna 25 jaar oude boek North Atlantic Seafood verscheen dit jaar in de eerste niet-Engelse versie, de Ne der landse, Het Noordatlantisch viskookboek. We ontmoetten Davidson en kwamen te spreken over vieze vis. Hij vertelde dat hij een pakje gefermenteerde haai kreeg van iemand uit IJsland. Het is onverstandig om zo'n pakje in huis open te maken. De lucht is vreselijk. Opzij, riep hij tegen zijn vrouw. Hij wilde zo snel mogelijk met zijn cadeautje naar buiten, maar kon niet voorkomen dat in zijn huis in Engeland de penetrante geur kwam te hangen van wat in IJsland een delicatesse wordt genoemd: h karl. We gingen er naar op zoek en hebben het gevonden. Volgende week over haai en rare haring.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden