Fortuyn voor gevorderden

Jo Ritzen, Tineke Netelenbos: noem hun naam, en het zoveelste onderwijsplan welt op in het geheugen. Woensdag beginnen de hoorzittingen in het onderzoek naar al die vernieuwingen....

Ruim twintig jaar lang werd ons onderwijs onafgebroken vernieuwd, maar als je op de aula van het Van Lieflandcollege in Utrecht afgaat, is er sedert de jaren zeventig van de vorige eeuw niks veranderd. Er is een toneel met verschoten donkerrode gordijnen. En op dat toneel zit vanavond in Kremlinopstelling de parlementaire onderzoekscommissie van Jeroen Dijsselbloem (PvdA).

Slecht licht, het soort strokartonnen plafond dat ooit modieus was en een microfoon die het halverwege de voorstelling begeeft – die onderwijsmiljarden zijn in elk geval niet in dit gebouw gaan zitten. Ook de leraren in de zaal zien er nog uit als een paar decennia terug, meer broer dan vader, T-shirts die om buiken spannen, gele sporthemden, truien, broeken met hoog water en één staartje. Het management en de staf, die tooien zich tegenwoordig in scherp gesneden powersuits, waaraan je meteen kunt afleiden wat zich de afgelopen jaren qua sociale stijging heeft afgespeeld.

Wat er op het spel staat, legt Dijsselbloem uit. Basisvorming, Tweede Fase, vmbo en Nieuwe Leren. Dat zijn de abstracties waarin de idealen waren versleuteld van een generatie politici, vakbond- en schoolbestuurders, onderwijskundigen, departementsambtenaren en journalisten.

Gelijke kansen, en wat je de emancipatie van de leerling zou kunnen noemen. Zelfstandig kiezen, zelfstandig leren. Mooie idealen, daar niet van. Nu is de vraag waar het mis ging. Jeroen Dijsselbloem vertelt dat de commissie haar netten wijd wil uitwerpen. Niet alleen bekijken hoe de besluitvorming verliep, zoals de collega-politici die een paar jaar geleden de Betuwelijn onderzochten. Bij die Betuwelijn ging óók van alles mis – nou en? Nu ligt het ding er, en geen haan die naar de parlementaire enquête kraait.

Om zoiets te voorkomen heeft Dijsselbloem drie onderzoeken uitgezet, óók naar de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs, óók naar de internationale vergelijking. En vanavond zijn ze hier om te horen wat het veld ervan vindt.

Nog geen vijf minuten is de bijeenkomst aan de gang of het is een feest van herkenning. Onderwijsvernieuwers staan tegenover kennisoverdragers. Zelfkazende ouders die hun kinderen uit onvrede van school haalden, tegenover ouderwetse lesboeren. Pedagogen die zich bekreunen om de kinderziel, tegenover de docent geografie die twee aardrijkskundeboeken laat zien, een dikke degelijke van vroeger en een dunnetje van tegenwoordig.

Een leraar wiskunde, lid van de actiegroep Beter Onderwijs Nederland van filosoof Ad Verbrugge, haalt luidkeels vijf onnozele illusies onderuit. Grote, geïntegreerde scholen zijn altijd beter – ‘Onzin!’. De leerling kan zichzelf het beste sturen – ‘Lariekoek!’ Kennis veroudert snel – ‘Kletspraat, alleen toepassingen verouderen snel’. Het moet leuker – ‘Versuikeren noem ik dat’. En leerlingen moeten leren samenwerken – ‘Ja dat moeten ze, maar dan in hun vrije tijd.’

Hij kan nog uren doorgaan, zoals iedereen in deze zaal. Leraren immers. Dan krijgt hij het aan de stok met een pleitbezorger voor natuurlijke ontwikkeling en persoonlijke ontplooiing. Het gaat op hoge toon, zoals alles in dit debat. Voorzitter Dijsselbloem moet de twee de mond snoeren. Hij wil luisteren. Zou hij iets nieuws horen?

Niet alleen die aula is versleten, ook de verhalen maken geen kakelverse indruk. In 1998 organiseerde de Volkskrant een artikelenreeks onder de noemer Heimwee naar de hbs. Er kwam een boekje van en wie dat nu leest, ziet dat we niets zijn opgeschoten. De terminologie is hetzelfde, de problemen, en de hoofdpersonen.

Ook in 1998 was sprake van ‘leren leren’. Er was een docent die uit onvrede over de stortvloed aan vernieuwingen stopte met lesgeven. Een universitair onderzoeker betoogde hoezeer het kennisaanbod door het studiehuis was gereduceerd, en een onderwijspsycholoog die redeneerde hoezeer de middenschool juist migranten kansen zou bieden. Is er dan werkelijk niets nieuws onder de zon?

Toch wel. Het triomfalisme van de beleidsmakers is weg. In 1998 werd juist de Tweede Fase van het studiehuis bij de eerste scholen ingevoerd. ‘Volgend jaar augustus volgt de rest’, aldus een zelfverzekerde Clan Visser ’t Hooft, toentertijd ‘vicevoorzitter procesmanagement voortgezet onderwijs’ en het brein achter het studiehuis, dat inmiddels door minister Van der Hoeven alweer een kopje kleiner is gemaakt.

Inhoudelijk zijn de loopgraven geen millimeter opgeschoven. Wat veranderde is de machtsbalans. Voorheen kwamen politici zonder al te veel twijfel vertellen hoe het moest. Nu komen ze luisteren, ervaringen horen in de aula van het Van Liefland-college.

Veelzeggend is hoe PvdA-Kamerlid Mariëtte Hamer begin dit jaar beargumenteerde dat er een parlementair onderzoek moest komen. Wij dachten, zei ze verbaasd, dat er consensus was over al die vernieuwingen. Maar telkens als de zaak werd ingevoerd bleek dat er grote onvrede bestond. Dat was mooi, want onthullend gezegd. Er bestond consensus over de vernieuwingen, onder onderwijskundigen, politici, vakbondsbestuurders, het departement, de consensus van de autoriteiten, kortom de beleidselite. En tegelijk laat die bundel Heimwee naar de hbs onbezwachteld zien dat het de consensus van de oogkleppen was – dissidente meningen te over, maar die werden door ‘de mensen die ertoe doen’ (Bram Peper) niet gehoord.

Waarom is de stemming dan toch omgeslagen? Waarom slaat de weegschaal nu door naar een parlementair onderzoek? Het antwoord moet zijn: Pim Fortuyn. Hij liet in zijn korte politieke carrière duidelijk zien dat de zittende politici en ambtenarij op gebieden als immigratie, zorg en inrichting van het landsbestuur liever een andere bevolking hadden. En hij schreef nog over onderwijs ook.

Bij Fortuyn moesten scholen voor voortgezet onderwijs niet groter zijn dan zeshonderd leerlingen, het studiehuis zou worden afgeschaft. De basisvorming was een ‘conservatief product uit de oude sociaal-democratische doos’. ‘We moeten terug naar het onderwijs van voor de Mammoetwet. Flikker die pc alstublieft de scholen uit, dat leren de kinderen thuis wel.’ (In: De puinhopen van acht jaar Paars) Fortuyn zette de beleidselite in haar hemd. Zijn voorbeeld heeft van alles losgewoeld, de opstand in het onderwijs zou je kunnen samenvatten als ‘Fortuyn voor gevorderden’. De kardinale vraag van dit parlementaire onderzoek luidt – is die les na vijf jaar beklijfd?

Martin Sommer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden