'Fortuyn en Wilders zijn eigenlijk nihilisten' Een serie gesprekken over de stand van ons land (deel 16)

Vandaag: JÉRÔME LOUIS HELDRING, columnist NRC Handelsblad..

Denkend aan Holland zie ik ‘grote rivieren, net als Marsman. De IJssel vind ik prachtig. En ik denk ook aan de enorme luchten uit de 17de-eeuwse schilderijen. Ik ben nogal dol op het Nederlandse landschap.’

Hij is al 65 jaar journalist, de nog altijd gezaghebbende NRC-columnist Jérôme Louis Heldring (1917). Iedere dag staat hij om vijf uur ’s ochtends op en fietst hij van zijn ouderenflat aan de Wassenaarseweg in Den Haag naar de politieke redactie tegenover de Tweede Kamer. Een kwartier fietsen, door weer en wind. ‘Regen deert me niet. Alleen toen het zo sneeuwde, liet ik weleens verstek gaan.’

Op de Haagse redactie leest hij in alle vroegte – om de journalisten niet in de weg te lopen – zo veel mogelijk kranten, zowel de Nederlandse als de Financial Times, Le Monde en de Süddeutsche Zeitung. Heldring doet er inspiratie op voor zijn column ‘Dezer Dagen’, die voor het eerst verscheen in januari 1960 en ook nu nog wekelijks in NRC Handelsblad staat.

Talloze columns heeft hij getikt, altijd op een typemachine. Nimmer verscheen er een boek van zijn hand, een magnum opus. Heldring voelt dat wel als een gemis. ‘Mijn leven lang ben ik een analyserend journalist geweest. Het ging mij om het snijden, niet om de synthese. En ik heb me ook wel verscholen achter tijdgebrek, mijn column en mijn gezin met vier opgroeiende kinderen.’

Heldring, zoon van een Franse moeder en een reder, is een overtuigd conservatief. Hij is wars van idealisme, of het nou het collectief of het individu betreft. ‘Iedere vorm van idealisme kan uiteindelijk ontaarden, perverteren zelfs. Maar ik geef toe dat zonder idealisme niets tot stand zou zijn gekomen. De Europese integratie is eraan te danken. Niet iedereen neemt gelukkig dezelfde sceptische houding aan als ik.’

Houdt u van Nederland?

‘Ik voel mij er thuis. Een nationalist wil ik me niet noemen, maar ik voel me ermee verbonden. Meer dan met andere landen. Dat komt vooral door de taal, vermoed ik.

‘Ik kan niet zeggen dat ik trots ben op Nederland. Trots is een primitieve emotie. Ik wil natuurlijk niet graag dat Nederland een pleefiguur slaat. Net als dat ik zelf ook niet graag in mijn hemd sta. Carry van Bruggen, mijn goeroe, heeft wel eens gezegd: ‘Vaderlandsliefde is eigenliefde.’

Slaat Nederland vaak een pleefiguur?

‘Ja hoor. Op politiek gebied zeker. De Zwarte Maandag in 1991, toen in Maastricht het Nederlands verdragsvoorstel (over de toekomst van Europa , red.) door al onze EU-partners werd verworpen behalve door België, dat ons trouw bleef. We zijn toen als een gieter afgegaan. En in Srebrenica, hoewel het woord pleefiguur zich daarvoor minder leent. Dat heb ik me persoonlijk aangetrokken. De schande van je land in de ogen van het buitenland, hoe onverdiend misschien ook, voelt als een schande voor jezelf. Ook recent, het besluit over de terugtrekking van de troepen uit Uruzgan, waarover het kabinet is gevallen, dat vind ik erg vervelend. Zoiets doet de positie van Nederland geen goed. Het imago van Nederland is erdoor beschadigd. Het is tekenend dat we niet voor de G20 zijn uitgenodigd.’

De laatste jaren ergert u zich in uw columns vaak aan de Atlantische reflex in Nederland. Waar komt die ergernis vandaan?

‘Dat Atlantische sentiment is niet gebaseerd op een gedegen analyse. Sinds het einde van de Koude Oorlog heeft Amerika de Europeanen veel minder nodig. Je merkt heel goed dat Obama, en voor hem Bush, amper belangstelling heeft voor Europa. Van Rompuy (voorzitter van de Europese Raad, red.) was deze week ook bij de nucleaire conferentie in Washington, maar hij kreeg geen apart onderhoud met Obama. De Chinezen kregen die aandacht wel. Obama komt in mei niet naar de conferentie in Madrid. Dus ik begrijp de Atlantische reflex niet meer. We zouden ons meer op China moeten richten. En op Europa. Daarmee is ons lot verbonden.’

En dat zegt de euroscepticus.

‘Ik geloof niet dat Europa ooit tot politieke eenheid komt. Het zou moeten, maar het gebeurt niet. Europa is een geografisch begrip. Ik begin al vraagtekens te zetten wanneer er gesproken wordt over de Europese cultuur. Dat zou veronderstellen dat wij, of de Zweden, een nauwere band hebben met de Sicilianen dan met de Amerikanen. Dat is natuurlijk niet zo. Een Europese cultuur in de wijde zin van het woord bestaat niet. Maar dat is wel het uitgangspunt geweest van de Europese beweging.’

Dus we jagen een illusie na?

‘Dat ze het geprobeerd hebben is juist. En dat ze erin geloofden was een voorwaarde om vooruit te komen. Daarom zeg ik ook niet dat het allemaal stommerds waren. Wat we bereikt hebben in Europa is het resultaat van grijpen naar iets onbereikbaars. Ik heb er nooit in geloofd, maar nu zie je het geloof ook bij anderen zeer sterk afnemen. Het best haalbare is, denk ik, waar we nu staan. Een soort unie van samenwerkende, elkaar wantrouwende staten. Het concept van De Gaulle, ongeveer. Laten we hopen dat het zo blijft, dat ze geen grote ruzie krijgen.’

Hoewel u in uw columns veelal de internationale politiek analyseert, observeert u ook al decennia de Nederlandse politiek. Wat vindt u van het niveau? Was het vroeger beter?

‘Dat zeggen ze altijd. Ik vind het wel jammer dat er in de Tweede Kamer vrijwel geen belangstelling meer bestaat voor het staatsrecht. Er zijn eigenlijk geen staatsrechtelijke experts meer. De PvdA heeft een groot expert, Peter Rehwinkel, maar die is nu burgemeester in Groningen. Ik vind dat een groot verlies voor het debat in de Kamer. Vroeger waren er altijd veel juristen in de Kamer. Maar dat zijn economen geworden, en later ook sociologen. Je kunt het hen niet kwalijk nemen, maar dat soort mensen is niet geïnteresseerd in het staatsrecht.

‘Verder zijn klachten over achteruitgang van alle tijden. Sla de interessante en levendige dagboeken van W.H. de Beaufort er maar op na, die was Kamerlid van 1884 tot 1918 en tussendoor ook nog een tijdje minister van Buitenlandse Zaken. De Beaufort klaagde ook al over het teruglopende niveau van de politici. Dat was niet terecht, geloof ik. Hij had vooral de pest aan Abraham Kuyper. Van hem kan je zeggen wat je wilt, maar Kuyper was toch een intelligente man, zeer belezen.’

Bij welke politicus voelt u zich op dit moment het meeste thuis?

‘Ik heb laatst gezegd dat Femke Halsema mijn favoriet is. Vanwege haar optreden, niet om haar politieke ideeën. Hoewel die ook langzamerhand liberaler en zinniger zijn geworden. Maar haar optreden is prettig, niet te fanatiek. Halsema is altijd vriendelijk, en toch stevig. Toch zal me dat niet verleiden om op haar te stemmen.’

U bent al sinds halverwege de jaren zestig zwevend kiezer, op wie gaat u op 9 juni stemmen?

‘Ik vind het moeilijk. Ik heb eventjes gedacht aan Job Cohen. Dat zou een mooie eerste gelegenheid kunnen zijn om op de PvdA te stemmen. Vanwege zijn conservatieve geluid: de boel bij elkaar houden. Dat past heel goed in het gedachtegoed dat ik aanhang. Hij is een redelijk man.’

U heeft nooit eerder op socialisten gestemd?

‘Ik herinner me vagelijk dat ik bij de verkiezingen van 1948 overwoog om op Drees te stemmen. Ik had toen rare ideeën, ook internationaal. Ik vond dat Duitsland meer geïncorporeerd moest worden in het opkomende Europa. In Noordrijn-Westfalen, toch de naaste buur van Nederland, zat toen een sociaal-democratische regering. Daarom wilde ik ook voor een sociaal-democraat stemmen. Een redenering die nergens op slaat, belachelijk zelfs. Want sociaal-democratisch geregeerde landen zijn helemaal niet per definitie enorm met elkaar verbonden, juist niet. Economisch zijn ze heel nationalistisch. Maar goed, ik was toen net 30, dat besef was nog niet tot me doorgedrongen.’

U sprak in de verleden tijd, het wordt dus toch niet Cohen?

‘Zijn partij is echt onmogelijk. In 1977, toen Den Uyl nota bene tien zetels had gewonnen, hebben ze het hem onmogelijk gemaakt een tweede kabinet-Den Uyl te formeren.’

Dat is lang geleden.

‘Maar je weet het nooit, bij de PvdA. Dus ik weet echt nog niet op wie ik ga stemmen. Ik heb weleens een voorkeursstem aan Donner gegeven. En vanwege het staatsrechtelijke aspect heb ik op de ChristenUnie en de GPV gestemd. Tijdens het leiderschap van Bolkestein stemde ik op de liberalen. Ik was het niet altijd met hem eens, maar ik vond hem een leider van formaat. Rutte lacht mij te veel. Politiek is een ernstige zaak. De hele sfeer in de VVD staat mij trouwens niet aan.’

Is Nederland in politieke crisis?

‘Ja, dat geloof ik wel. Dat is gekomen door de instorting van de zuilenmaatschappij, die onvermijdelijk was overigens. De zuilenmaatschappij gaf stabiliteit en solidariteit. Na de ontzuiling zijn de mensen stromenloos geworden. En daarom meer ontvankelijk voor de zogenaamde heilbrengers. Eerst Fortuyn, en nu Wilders. Ik beschouw dit populisme als een bedreiging voor de democratie zoals wij die kennen. Omdat er geen enkele intellectuele onderbouwing of analyse in hun verhaal zit.’

Heldring grijpt ter illustratie weer terug naar het verleden. Hij verwijst naar een boek uit 1939 van Jacques de Kadt, Het fascisme en de nieuwe vrijheid. ‘De Kadt kwam uit linkse, trotskistische hoek, maar zijn boek is een uitstekende analyse van het oorspronkelijke fascisme. De Italiaanse fascisten waren in de beginfase echte revolutionairen, ze brachten een nieuwe cultuur met zich mee.

‘In Nederland zie je bij de populisten geen enkele poging tot idealisme. Fortuyn en Wilders zijn eigenlijk nihilisten. Het gaat alleen over belangen. Ik ben ook geen idealist, maar een beweging die blijvend wil zijn, heeft idealisme nodig om volgelingen te binden. Of, in het geval van christelijke bewegingen, dient de kerk als basis.

‘Dus mocht Wilders zo groot worden dat hij de macht in handen krijgt, dan zie ik zijn partij uit elkaar vallen. Net zoals bij de LPF is gebeurd.’

Zo bedreigend is dat populisme dus niet.

‘Het probleem blijft bestaan. Mensen zijn stromenloos, koesteren een wrok. Die instabiliteit blijft.’

Denkend aan Holland, zo zijn we begonnen. We leven nu in een politieke crisis en een economische crisis. Komt het nog goed met Nederland?

‘Zolang de Nederlandse taal nog bestaat, blijft Nederland wel bestaan. Ik ben geen taalpurist, ik heb me bijvoorbeeld nooit verzet tegen germanismen, maar ik vind het wel belangrijk om de taal te koesteren. Taal is het meest sprekende kenmerk van een natie. Taal is onze verbindende factor, waar anderen geen deel aan hebben. Zolang de Nederlandse taal bestaat, is er nog hoop.’

Uw geheugen is indrukwekkend, u aarzelt bijna niet bij het noemen van jaartallen, al is het decennia geleden.

‘Ik ben altijd een freak geweest met jaartallen. Het is het staketsel van onze geschiedenis. Ik was heel verbaasd toen ik Maarten van Rossem hoorde zeggen dat hij niks om jaartallen geeft. Daar geef ik wel om. Je moet weten of Napoleon voor of na de Franse revolutie kwam. Dat Thorbecke in 1848 de Grondwet herzag. Jaartallen vormen het steigerwerk waar het gebouw van de geschiedenis tegenaan wordt gebouwd.’

In januari vierde u uw 50-jarige jubileum als columnist. Hoe heeft u dat zo lang volgehouden?

‘Het is een perpetuum mobile. Ik ben nog zo helder, omdat ik nog werk heb. Je hebt een zekere focus in je leven nodig, dat houdt je geestelijk wakker. Maar er zal ook gedeeltelijk sprake zijn van een genetische gave, die niet al mijn tijdgenoten hebben.

‘De hoofdredactie moet wel goed in de gaten houden of ik het intellectueel nog goed genoeg kan. Want dementerende mensen weten dat meestal niet van zichzelf. Telkens als de NRC een nieuwe hoofdredacteur krijgt, stuur ik een briefje met een felicitatie en het aanbod om mijn column stop te zetten. Tot nu toe mocht ik blijven schrijven. Gelukkig maar. Hoe zou ik mijn tijd moeten doorbrengen? Door de godganse dag een boek te lezen? Ik moet er niet aan denken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden