Formeren, hoe doen ze dat in het buitenland?

Van buurlanden zijn alleen Duitsers beter in formeren

Vooralsnog geen Belgische toestanden, maar de formatie duurt voort. Hoe gaat dat onderhandelen in het buitenland?

208 dagen duurde de langste formatie sinds de Tweede Wereldoorloog, in 1977 die uiteindelijk leidde tot van Agt I. Aan tafel: Dries van Agt, Jan Terlouw, Herman Tjeenk Willink en Gerard Veringa. Foto ANP

Formeren in Nederland is een tamelijk tijdrovende bezigheid. Sinds de oorlog duurden zeven formaties langer dan honderd dagen, veertien keer lukte het in minder tijd. Het record stamt uit 1948: 31 dagen. De huidige formatie gaat alweer richting de honderd. Kan het makkelijker? Een vergelijking met onze buurlanden.

In Duitsland wordt de nieuw gekozen Bondsdag een maand na de verkiezingen geïnstalleerd. Dit moment markeert tevens het einde van de termijn van de bondskanselier en de ministers. In die maand wordt er niet vergaderd door het parlement. Het is een maand waarin kan worden geformeerd. Komen de onderhandelende partijen er binnen die tijd uit, dan kan bij het aantreden van de nieuwe Bondsdag meteen een nieuwe bondskanselier worden gekozen en kan het werk beginnen.

Peter Bootsma, gepromoveerd op coalitievorming in Nederland en Duitsland, noemt dit in een publicatie uit 2014 een 'beloning': een snelle formatie betekent een soepele start. De Duitsers slagen daarin niet altijd. Als de maand tijd wordt overschreden, volgt alsnog een demissionaire periode zoals we die in Nederland kennen, maar dan zonder het Nederlandse getouwtrek. In 2013 was er na de constituering van de Bondsdag een 'geruisloze demissionaire periode' van twee maanden, schrijft Bootsma.

De formatiemaand lijkt disciplinerend te werken voor Duitsland. Gemiddeld komt een Duitse regering in 44 dagen tot stand, twee keer zo snel als in Nederland. Hier wordt de nieuwe Tweede Kamer een week na de verkiezingen geïnstalleerd en begint vervolgens de dans om de macht. Een deadline is er niet. Wat ook meehelpt in Duitsland is een kiesdrempel die de kleinste partijen uit het parlement weert.

Groot-Brittannië heeft relatief weinig ervaring met coalitievorming omdat doorgaans de twee grootste partijen beurtelings een absolute meerderheid behalen. Sinds 1929 leverde een uitslag slechts drie keer een hung parliament op. In 1974 mislukten formatiegesprekken en vonden na acht maanden nieuwe verkiezingen plaats. In 2010 slaagde Tory-leider David Cameron er in om in slechts zes dagen in een coalitie te vormen met Nick Clegg van de Liberal Democrats. Momenteel staat premier Theresa May voor de uitdaging een regering te vormen met de conservatieve Noord-Ierse DUP, die uitkomst is nog ongewis.

Ook België biedt weinig houvast voor Nederland. De zuiderburen zijn wereldwijd recordhouder met een formatie van 541 dagen in 2010 en 2011. Het Belgische formeren heeft veel overeenkomsten met de Nederlandse praktijk. De koning houdt consultatierondes en wijst informateurs aan, die gaan vervolgens om tafel met mogelijke coalitiepartners. In Nederland maakt de koning sinds 2012 geen deel meer uit van de formatie, verder is de praktijk ongewijzigd. Het formeren zonder deadline kan een eindeloos proces opleveren. In de Belgische recordformatie kwamen er informateurs, een preformateur, bemiddelaars, een verduidelijker, een onderhandelaar en een formateur aan te pas.

In 2010 slaagde David Cameron er in om in slechts zes dagen een coalitie te vormen met Nick Clegg van de Liberal Democrats Foto afp

Spanje is evenmin een lichtend voorbeeld. Na verkiezingen in december 2015 verzeilde Spanje in een politieke impasse die tot oktober 2016 duurde. Het waren de eerste moeilijke stappen van Spanje in een meerpartijensysteem na decennia van stuivertje-wisselen tussen de PSOE en de PP. Tussentijdse verkiezingen haalden niets uit. In het voorjaar van 2016 ging zelfs ervaringsdeskundige Tjeenk Willink op uitnodiging van de Nederlandse ambassade naar Spanje om zijn kennis te delen met de Spaanse parlementsvoorzitter. Hij werd onthaald als 'superonderhandelaar', maar kon ook niet het verschil maken.

Nee, dan ging het in Nederland toch beter, zei hij destijds tegen De Telegraaf. 'Ik zie het vanuit een Nederlands perspectief, waar we al heel lang coalitieregeringen hebben, en waar het onvoorstelbaar is dat je niet tot een akkoord komt.' Want dat is het geruststellende geluid dat ook nu weer veelvuldig klinkt in de Haagse wandelgangen, gebaseerd op meer dan 100 jaar ervaring: het kan even duren, maar uiteindelijk komt er altijd een kabinet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.