Forever Walker alone

Scott Walker wordt met zijn destijds a-modieuze, georkestreerde muziek als een genie beschouwd. De late sixties vormden daarin een keerpunt - over het Walker-jaar 1969, dat op de zojuist verschenen cd-box deels is weggepoetst.

Binnen de toch al wonderlijke carrière van de Amerikaanse singer-songwriter Scott Walker, die hem voerde van popidool midden jaren 60 tot experimenteerdriftige componist in recenter jaren, vormt het jaar 1969 misschien nog wel het wonderlijkste jaar.


Noel Scott Engel, zoals hij bij geboorte heette, was toen 26 en had, verhuisd naar Groot-Brittannië, met zijn groep de Walker Brothers (die geen broers waren, en niemand heette Walker) de wereld veroverd met hits als Make It Easy On Yourself (1965) en The Sun Ain't Gonna Shine Anymore (1966) .


Na het uiteengaan van dat trio had hij in 1967 al twee solo-platen gemaakt, eenvoudig Scott en Scott 2 getiteld. Die hadden behoorlijk goed verkocht. Scott 2 behaalde in april '68 zelfs de eerste plaats van de Britse hitlijsten. Walker was een popster geworden, ook al was hij van nature nogal schuchter, en ging zijn breed georkestreerde, Europees klinkende muziek in tegen de (psychedelische) pop- en rockmode van die tijd, vooral in de VS.


Zijn muziek was eerder geïnspireerd door Jacques Brel, van wie hij een bundel met in het Engels vertaalde teksten grondig bestudeerd had. Het was dan ook Walker, en niet Bowie zoals vaak wordt beweerd, die Brel aan een groot Engelstalig publiek had geïntroduceerd. Het album Scott 3 sloot hij af met drie Brel-covers. Scott 3 kwam in maart 1969 uit, en ook dat album deed het goed.


Maar toen de populaire Walker in datzelfde jaar door de BBC een televisieprogramma kreeg aangeboden, leek dat een soort keerpunt. Het programma Scott, waarin hij met orkest een mix van eigen liedjes, big bandnummers en werk van Brel vertolkte , was twee maanden lang wekelijks te zien, maar er is nooit een uitzending bewaard gebleven. Bepaald gelukkig was hij er dan ook niet mee. Mogelijk heeft het programma hem voorgoed allergisch gemaakt voor camera's en publiek, want los van een opname voor de tv-show Later... with Jools Holland uit 1995 is er na Scott geen live-muziek van hem vastgelegd.


Nog datzelfde jaar ging Walker de studio in voor wat zijn tot dan toe indrukwekkendste plaat zou blijken, Scott 4. Voor het eerst schreef hij alle nummers zelf; de muziek was opnieuw orkestraal, Walker zong fraai en zijn teksten gingen diep. Maar ook al werd de plaat vlak daarna al voor eeuwig erkend als een meesterwerk - Scott 4 flopte genadeloos.


Het leek onverklaarbaar, gezien zijn grote populariteit, maar zat hem waarschijnlijk in één fataal detail. De naam Scott Walker stond - hoe ironisch, in het licht van eerdere albumtitels - nergens op de hoes. Voor het eerst gebruikte Walker zijn echte naam Engel, om te onderstrepen dat dit zijn meest persoonlijke werk tot dan toe betrof. Dat zou hij niet nog eens doen.


Mogelijk koos hij ook zijn eigen naam om afstand te nemen van nóg een plaat die in 1969 van hem verscheen, Scott: Scott Walker Sings Songs From His T.V. Series. Hij moet een intense hekel aan de plaat hebben gekregen - hij doet in elk geval al decennia zijn best om het bestaan ervan te ontkennen. Op Spotify is de plaat niet te vinden en anders dan Scott 1 t/m 4 is de plaat nooit opnieuw op cd verschenen. En in de onlangs verschenen box Scott: The Collection 1967-1970 zit hij dus ook niet, sterker: in het begeleidende boekwerk van die box wordt er nergens aan ook maar het bestáán van het album gerefereerd.


En dat is zonde, want het is een behoorlijk goed album, waarop Walker prachtig georkestreerde liedjes van musicalgrootheden Rodgers & Hammerstein zingt en van Bacharach & David. Het werk doet soms denken aan de droevig en desolaat klinkende klinkende platen die Frank Sinatra in de jaren vijftig en zestig opnam. Een album dat het zeker verdient om gehoord te worden.


Maar er is troost, want er zit een ander zeldzaam album in die box: Walkers plaat uit 1970 Til The Band Comes In, die al jaren alleen tweedehands te verkrijgen is, en dus duur.


Vanwege de halve geschiedvervalsing rond Walkers tv-album wordt het vreemde, wat wisselvallige Til the Band Comes In vaak Walkers vijfde soloplaat genoemd, maar het is natuurlijk zijn zesde (waarop hij overigens, om onduidelijke redenen, de credits van tien van zijn liedjes deelt met zijn manager Ady Semel).


De commercieel niet succesvolle plaat kon makkelijk zonder de vijf covers die volgden op de tien eigen liedjes, maar het is goed dat de plaat weer te krijgen is. Ook op vinyl, en dat is het beste nieuws: de box met vijf albums is ook op elpee-formaat leverbaar, op prachtig geperst vinyl, en vooral: met de originele hoezen. Met name de klaphoezen van de steeds lastiger te vinden Scott 3 en Scott 4 zijn een lust voor het oog.


En het lijkt alsof de opgepoetste versies ineens nog meer details van de muziek prijsgeven. Prachtig, die ploppende, sierlijke bas op The Old Man Is Back Again (Dedicated To The Neon-Stalinist Regime), die nog harder knalt dan voorheen. En ook de strijkers van Wally Stott klinken warmer dan op eerdere (cd-)heruitgaven.


Maar iemand moet Walker toch eens overtuigen van het belang van een plaat als Scott: Scott Walker Sings Songs From His T.V. Series. Niet alleen voor de geschiedschrijving, maar ook puur muzikaal. Voor velen is deze Walker genietbaarder dan die van de moeilijk te doorgronden a-melodieuze avant-gardewerken van de laatste 20 jaar.


Scott Walker: The Collection 1967-1970. Universal (leverbaar als cd-box en als vinyl-box)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden