Fonds richt onherstelbare schade aan

Door het kunstbeleid uit te besteden aan het NFPK+ is het kunstleven opgeofferd aan willekeur en bureaucratie, menen Reinbert de Leeuw en Elmer Schönberger....

In Nederland bestaan sinds enige tijd twee loketten voor de kunsten: de ene heet Basisinfrastructuur, de andere NFPK+ (Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+). De politiek bekommert zich om instellingen die onder de Basisinfrastructuur vallen, het NFPK+ om de rest. Eindelijk verlost van al dat gelobby van gezelschappen en ensembles, moet de Tweede Kamer gedacht hebben. En zie wat ervan gekomen is: ‘Willekeur regeert in kaalslag podiumsector’ (Commentaar, 23 augustus). Is dit nu wat de politiek gewild heeft? De kunst aan de heidenen overgeleverd?

De term ‘basisinfrastructuur’ suggereert de aanwezigheid van blijvende voorzieningen op artistiek gebied, zoals die in een beschaafd land usance zijn. De keuze wie er wel en wie er niet onder moesten vallen, was snel gemaakt. De minister hanteerde als criterium ‘dat wat je morgen zou oprichten als het er nog niet was’, aangevuld met ‘puur bestuurlijke, niet-inhoudelijke afwegingen’. En daar ging het mis.

De huidige Basisinfrastructuur biedt op onverdedigbare gronden geen onderdak aan twee essentiële pijlers van het repertoire: muziek van na 1900 en koormuziek, bij uitstek genres waarmee Nederland internationaal hoge ogen gooit. Sinds een halve eeuw spelen de interessantste ontwikkelingen in het componeren zich af op het terrein van de niet-symfonische muziek, daar waar sinds jaar en dag het Asko/Schönberg actief is.

Asko/Schönberg is een flexibel gezelschap dat in alle mogelijke bezettingen opereert en zich tot taak stelt de traditie van de nieuwe muziek in de ruimste zin van het woord veilig te stellen. Dat Asko/Schönberg – vooralsnog vergeefs – een plaats in de Basisinfrastructuur opeist, is niet om zich voor de eeuwigheid in een subsidiestructuur te nestelen, maar om de muziek van de laatste honderd jaar in het culturele landschap de plaats te geven die haar toekomt, inclusief die van levende componisten uit binnen- en buitenland.

De afgelopen vier jaar heeft Asko/Schönberg 83 stukken van 119 verschillende Nederlandse componisten uitgevoerd. Met componisten die tot de wereldtop behoren, zoals John Adams, Thomas Adès, Louis Andriessen, Pierre Boulez, Sofia Goebaidoelina, Heiner Goebbels, Mauricio Kagel en György Kurtág, bestaat een jarenlange samenwerking. Zij hebben laten weten onthutst te zijn over de wijze waarop Asko/Schönberg door zijn belangrijkste subsidiegever in de hoek is gezet. Het Asko/Schönberg heeft extra middelen gevraagd om opera’s te kunnen uitvoeren. De Nederlandse Opera en de Nationale Reisopera juichen dat toe. Uitvoeringen door Asko/Schönberg van opera’s van Ligeti, Vivier, Andriessen rekenen zij tot de hoogtepunten van hun seizoen. Het NFPK+ is niet onder de indruk.

Het Asko/Schönberg heeft in de loop der jaren in menig memorabele productie het podium gedeeld met het Nederlands Kamerkoor, het tweede grote slachtoffer van de operatie NFPK+ en eveneens ten onrechte geweerd uit de Basisinfrastructuur. Het koor werkt overigens met tal van ensembles en orkesten samen en bestrijkt het complete repertoire. Het NFPK+ ziet de waarde er niet van in.

De boodschap van het Fonds aan het Asko/Schönberg en zijn publiek is duidelijk. Al die uitvoeringen van Nederlandse componisten? Interesseert ons niet. Internationale componisten van wereldformaat? Laat maar. Het Muziekgebouw aan ’t IJ, speciaal gebouwd voor de ensembles? Moet dat nu echt bespeeld worden?

De enige reactie op alle plannen en prestaties is: ‘jullie zijn te duur’. Op geen enkel punt dat in de beleidsplannen te berde is gebracht, geeft het Fonds ook maar het begin van een antwoord. Het Fonds denkt dat alles bij het oude blijft, maar dan voor minder geld. Maar zo werkt het niet. Het Nederlands Kamerkoor zal genoodzaakt zijn zijn zangers te ontslaan en uiteindelijk ophouden te bestaan. Asko/ Schönberg zal afscheid moeten nemen van musici die – laat dat nu eens één keer gezegd worden – als freelancers al jaren stelselmatig onderbetaald worden. Gedreven vakmensen zijn het, bereid alles voor de muziek opzij te zetten, maar uiteindelijk moeten ook zij het hoofd boven water houden. De dreigende desintegratie zal het ensemble uiteindelijk de kop kosten.

Het Fonds maakt fouten met fatale gevolgen. Het vertrouwt op het oordeel van een commissie muziek met minimale deskundigheid op het gebied van de 20ste- en 21ste-eeuwse muziek. De commissie heeft zo haar opvattingen en (voor)oordelen en droomt achter de vergadertafel een fictief muziekleven bij elkaar dat geen enkele relatie met de werkelijkheid onderhoudt. In plaats van te doen wat haar gevraagd is, namelijk een vitaal muziekleven te stimuleren, richt ze onherstelbare schade aan.

Het Fonds heeft een aantal uitgangspunten geformuleerd voor zijn beleid: kwaliteit, diversiteit en internationalisering. Uitgerekend op die drie punten excelleert het Asko/Schönberg. Maar het ensemble moet niet denken dat het daaraan enige rechten kan ontlenen.

Het Fonds formuleert een zogenaamde ‘ketengedachte’, waarbij het scheppen van kunst, het uitvoeren ervan en het publieksbereik nauw samenhangen. Het Fonds is erin geslaagd met het snoeien in ensembles als Asko/Schönberg de gewenste keten bij voorbaat te breken.

Heeft de politiek ooit voorzien dat als gevolg van de uitbesteding van het kunstbeleid aan het NFPK+ het kunstleven zo onbarmhartig opgeofferd zou worden aan een niet eerder vertoonde vorm van willekeur en bureaucratie?

De grens is bereikt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden