Folly good fun

Gebouwtjes zonder functie, alleen voor de lol. In Velsen maakten tien kunstenaars nieuwe folly's. Even zinloos, maar leuk om te zien.

Dwaasheid is het. Letterlijk. Een folly is de benaming voor een nutteloos bouwwerk, een gekkigheid, erg in trek bij de aristocratie in de 18de eeuw. Als snoepgoed kon een tuinarchitect het uitstrooien in de uitgestrekte stijltuinen rondom een landgoed. Tien van zulke dwaasheden zijn door evenveel kunstenaars deze zomer tijdelijk neergezet in Beeckestijn in Velsen.


De combinatie van de woorden nutteloos en bouwwerk is natuurlijk onweerstaanbaar. Ooit begon alle architectuur bij het verlangen van de mens zich tegen water, wind en kou te beschermen. Dat functionele is ergens onderweg licht geperverteerd geraakt. Architectuur moet vaak iconisch zijn en het oog vangen. Maar zelfs het meest gespierde museum heeft toch altijd nog een functie: bijvoorbeeld om er schilderijen op te hangen.


Zoniet de folly dus. Ze dient geen enkel doel. Curator Nathalie Faber, die 'Beeckestijn' programmeert, liet er tien kunstenaars op los. Ze dook in het rijke verleden van het landgoed, met zijn volledig intacte tuinarchitectuur, deels een formele Franse tuin, deels een Engels romantisch park. Zo stuitte ze op de historische folly. Beeckestijn bezat er ooit drie, waaronder een namaak kluizenaarshut waarin een dummypop zat die wandelaars aan het schrikken maakte.


De reactie van de kunstenaars op dit verleden is de tentoonstelling Zomeren op de buitenplaats. Die begint goed, met direct achter het landhuis, in het hart van een puur symmetrisch lanenpatroon, een knetterend fluorescerend vlak van Fransje Killaars. Dacht u even van de natuur te genieten, dit grote vierkant van felgele stof doet de kleurkegeltjes in je ogen naar adem snakken. Als je er te lang in kijkt, kleurt de natuur, de beelden, de fontein, alles in violet na.


Dat is goed gezien van Killaars. Want wat doet de mens eigenlijk hier in de natuur? De mens is een indringer. De kunstenaar al helemaal, met zijn ingrepen. Dat begreep ook Chikako Watanabe met haar Dog Folly: een houten bouwsel dat het midden houdt tussen een kennel en een speelhut. Het bouwwerkje heeft op de veranda een 'dogwalk' - inderdaad, een variant op het kattenloopje. Watanabe heeft vooraf goed rondgekeken in de historische tuin, want het stikt er van de hondenuitlaters. Dat een toevallig passerend hondje op het hoekje van 'zijn' paviljoen de poot heft, zal de Japanse kunstenares wel kunnen waarderen. Het baasje daarentegen schaamt zich en fluit en roept tevergeefs.


Diep verscholen in de tuin heeft Berend Strik het archetype van een huisje gemaakt, uitgevoerd in draadstaal, fragiel als een potloodtekening. Het is omhoog gehesen in de oude bomen. Het zweeft precies op de locatie waar ook de kluizenaarsfolly stond.


Het idee van deze folly's in een fraai park benadrukt nog maar eens hoe moeilijk de mens de natuur met rust kan laten. Beeckestijn is in dat opzicht een merkwaardige gelaagde plek, een geconstrueerde oase, omgeven door snelwegen en op ruikafstand van de hoogovens van Tata Steel Europe. Al eeuwen grijpen mensen hier in. Eerst de rijkaards uit de 18de eeuw met hun Franse en Engelse tuinen. De Duitsers legden er tijdens de Tweede Wereldoorlog een fors bunkerstelsel onder de grond, dat nooit werd weggehaald. En nu wordt het opnieuw geprogrammeerd, als openbaar park en cultuurlandschap.


Frank Havermans heeft de onzichtbare bunkers zichtbaar gemaakt in een bovengrondse maquette, uitgevoerd in hout. Het werk staat op een poot, op een hoog gelegen bunkerpunt. Een ode aan de kunstmatigheid van deze cultuurnatuur, de bunkers, maar ook aan zijn eigen aanwezigheid hier, de mens, die onvermoeid blijft sleutelen aan wat hem is gegeven.


Binnen in het landhuis is een bescheiden tentoonstelling opgesteld over de oorsprong van de folly. Er liggen originele handboeken uit de 18de eeuw en een toelichting op de prachtige gravure van het oorspronkelijke tuinontwerp van Beeckestijn, gemaakt door de Duitse tuinarchitect Johann Georg Michael.


Een mooie toevoeging vormt een klein foto-overzicht van de hedendaagse Nederlandse folly. Ook vandaag bouwen nog genoeg mensen hun tuin graag vol met zinloze bouwwerken. Het is een verzameling wonderlijke kerkjes in miniformaat, torens, ruïne-achtige bouwsels. Soms poseren de bouwers voor hun zelfgemetselde wereld, met een hoog Showroom-gehalte.


De elfde folly op Beeckestijn is geen bouwsel, maar een gedicht van K. Schippers, dat de tentoonstelling opent. Het is een gedicht dat is vormgegeven als een bouwwerk:


zoveel verlaat het pad / in de tuinen


weggegroeide letters / zonder adres

info:

Zomeren op de buitenplaats, Beeckestijn, Velsen-Zuid, t/m 28/9. Berend Strik, Leonard van Munster, Giny Vos, Fransje Killaars, Job Koelewijn, Maze de Boer, Frank Havermans, Chikako Watanabe, Gabriel Lester en Jean Bernard Koeman, K. Schippers. Tuin dagelijks open, expositie in landgoed do t/m zo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden