Fokken is gokken

Vraag de mannen van Nederlands beste hengstenstation wat ze doen voor de kost en ze zeggen: sperma vangen. Maar dan dus wel op topniveau....

De merries zijn hengstig. Dat zijn ze al een maand, maar nu in de eerste week van mei de zon eindelijk brandt en het gras sappig wordt, dansen de hormonen pas goed door de wei. Bij hengstenstation Van Uytert in Heerewaarden weten ze wat dat betekent: het dekseizoen nadert zijn hoogtepunt. Painted Black weet het ook. Het tweede paard van Anky van Grunsven – ze heeft hem samen met Van Uytert in eigendom – staat op Bevrijdingsdag om half acht ’s ochtends te snuiven dat het een aard heeft. In de stal is een pony’tje klaargezet om hem, zoals Ronald Heesakkers het formuleert ‘een beetje op te warmen.’ Heesakkers is de spermavanger van hengstenstation Van Uytert. Dat klinkt oneerbiedig, maar die term gebruikt hij zelf. Als iemand op een feestje vraagt: ‘En wat doe jij voor werk?’, antwoordt hij: ‘Ik vang sperma.’ Heesakkers heeft daarnaast nog een andere taak: hij insemineert merries. Tijdens het dekseizoen rijdt Heesakkers vier ochtenden per week naar de stallen van Van Grunsven Paardensport in het Brabantse Erp om het sperma van Painted Black te halen. Eerst worden in het kleine laboratorium naast de stal voorbereidingen getroffen. Hij vult de wand van de kunstschede, een koker met een lengte van 50 en een diameter van 15 centimeter, met water. Anderhalf tot twee liter, met een temperatuur van 40 tot 50 graden Celsius. Heesakkers: ‘Het moet lekker warm voelen en de druk moet goed zijn, anders doet-ie het niet.’ Daarna gaat er door de koker een plastic zak, voor de hygiëne. Aan het uiteinde wordt een flesje geschroefd waarin het sperma wordt opgevangen. Daaromheen komt een soort theemuts, die het sperma na de lozing warm houdt. ‘Ga straks maar een beetje verderop staan’, waarschuwt Heesakkers, terwijl hij naar de stallen loopt, ‘want wanneer Painted Black binnenkomt is-ie net een tijger.’ Buiten is de prachtige zwarte hengst inderdaad onrustig, maar eenmaal binnen staat hij een minuut of twee schijnbaar onaangedaan naast de grote kunstbok. ‘Hij moet even uitschachten’, zegt Heesakkers. Dan springt de hengst op de bok, stoot langs de rechterflank, Heesakkers schuift de kunstschede over zijn geslacht en 10 seconden later zet Painted Black zijn tanden in de bok. In het flesje zit 50 cc sperma – iets meer dan een gemiddelde lozing. Het pony’tje, slechts lokaas, staat op veilige afstand in de bak en lijkt niks van het tafereel te hebben meegekregen. Een uur later, op weg naar Heerewaarden, dorp in het land van Maas en Waal. Voorbij de sluis ligt een ranch. Grote witte poort, oprijlaan, weiland met paarden, weiland met schapen – Dallas in Gelderland. Dit is hengstenstation Van Uytert, een van de grotere hengstenstations van Europa. Het had weinig gescheeld of eigenaar Joop van Uytert had na de mts gekozen voor de weg- en waterbouw, net als zijn vader. Maar die vader had toevallig een erg leuke hobby: paarden fokken. Toen Joop op zijn twintigste in Duitsland zijn eerste Holsteiner hengst zag, was ook hij verkocht. Niet dat hij ooit óp een paard heeft gezeten. Zijn vrouw Anne wel – die behoort al jaren tot de top van de Nederlandse dressuur. Joop ziet liever een talentvol paard dan dat hij erop rijdt. ‘De handel’, zegt hij terwijl hij zijn zwarte Mercedes door Gelderse dorpen jaagt, ‘de handel is het leukst.’ Toen Van Uytert in 1993 begon, deden ze in het dekseizoen 220 inseminaties. Dit jaar gaan ze voorbij de vijftienhonderd – met een gemiddeld dekgeld van 1000 euro goed voor anderhalf miljoen euro omzet. Het succes komt volgens Van Uytert door een combinatie van factoren. Zijn hengstenshow trekt veel publiek, zijn folder is een van de beste uit de branche. Hij verkoopt regelmatig een goede hengst, soms voor veel geld, en dat spreekt zich in het wereldje rond – net als dat hij oog heeft voor kwaliteit. Dat laatste, daar draait het bij de klanten natuurlijk om. Ze willen nageslacht van een tophengst en daarvan heeft Van Uytert er meerdere: Painted Black, Krack C, Zhivago, Gribaldi – allemaal Grand-Prixniveau. Zhivago, United, Tango, Vivaldi – jonge toptalenten. Zijn laatste aanwinst heet Diarado – de hit van dit jaar. Er is nu al meer vraag naar zijn sperma dan er aanbod is. De fokker die een nakomeling wil van Diarado moet daarom zijn merrie naar Heerewaarden brengen en alleen de dierenarts mag insemineren; rechtstreeks in de eileider, voor het beste resultaat. Langs de hengstenstallen en de merriegang, door naar de voelboxen. Daar staat dierenarts Henk Schutte. Hij draagt een groen spatschort, zijn rechterarm steekt tot zijn schouder in een wegwerphandschoen. In twee boxen staan merries klaar. Elke dag, van half 8 tot 11, voelt Schutte merries op, zoals dat heet. Is een merrie hengstig – gemiddeld gedurende vijf dagen in een cyclus van achttien – dan vormt zich op een van de eierstokken een follikel. Als het follikel 4 centimeter groot en mooi zacht is, moet er worden geïnsemineerd. De merries van Frans Swanenberg uit Nuland zijn al gedekt. Swanenberg is klant van het eerste uur. De gepensioneerde caféhouder, een en al bescheidenheid, had al shetlandpony’s toen hij trouwde. ‘Ik was als klein mannetje al gek van paarden, ik ging kijken naar wedstrijden in de buurt, maar in die tijd, vlak na de oorlog, was iedereen behoorlijk arm, dus een pony was het hoogst haalbare.’ Zijn eerste paard kocht hij 27 jaar geleden, voor zijn zoon. Perida heette ze, een Willow Cratic, ‘een oud merk’. Echt fokken doet hij pas een jaar of vijftien, met hengsten van Van Uytert. ‘Dan kochten we er weer eens een merrie bij, die lieten we dekken, en zo is het aan het rollen gegaan.’ Ach, zegt Swanenberg, het is goed om op zijn leeftijd wat te doen te hebben. Om zeven uur ’s ochtends begint het voor hem. Dan kijkt hij vanuit zijn bed op een monitor naar zijn stoeterij. ‘Ik heb beneden ook nog een monitor hangen, zo kunnen we altijd in de stal kijken.’ Dan gaat hij naar de stallen, en als hij aan het slot rammelt, beginnen ze allemaal te hinniken. ‘Dan weten ze dat ik eraankom. Ik geef ze een beetje hooi en als ze daar wat op hebben geknabbeld, krijgen ze brokken en daarna mix. ’s Middags en ’s avonds hetzelfde verhaal.’ Vijf merries heeft hij nu en vier veulens, het laatste veulen pas een week oud. De bevallingen heeft hij allemaal zelf gedaan. ‘Als ze er gezond uitkomen en aan het drinken gaan, dan ben ik pas rustig.’ En ze zijn dit jaar allemaal zo mooi. Hij wil ze allemaal houden. ‘Een paar merries worden al oud. We hebben er een van 16 en een van 14, het is goed om nieuwe aanwas te kweken.’ Vraag Swanenberg wat hem het meeste roert, en hij zegt: ‘Dat laatste veulen, van Gribaldi, dat zit zo mooi in zijn vel, en dat speelt zo heerlijk – ik kan daar wel een kwartier naar kijken, en dan geniet ik.’ Vraag hem wat foksgewijs het hoogst haalbare is en hij zegt: ‘ Een goedgekeurde hengst fokken, dat is een unicum. Dat is me in al deze jaren nog niet gelukt. Ik heb er wel een paar hele goede bij gehad, en ik heb ook leuk kunnen verkopen, maar een goedgekeurde hengst heb ik niet gehaald. En dit jaar zijn de veulens allemaal merries, dus dat gaat er niet van komen.’ Ronald Heesakkers heeft één goedgekeurde hengst, samen met Joop van Uytert. Hij zegt: ‘Op de geboorte van mijn kleine na is de dag dat United werd goedgekeurd de mooiste gebeurtenis van mijn leven.’ Joop van Uytert heeft zestien goedgekeurde hengsten, en ja, beaamt hij, een door het Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland goedgekeurde hengst is het hoogst haalbare in zijn wereld. Van de zevenduizend hengsten die elk jaar worden geboren, zijn er misschien zevenhonderd goed genoeg om na twee jaar op te gaan voor de hengstenkeuring in Ermelo. Van die zevenhonderd komen er maar twintig of vijfentwintig door de 70-daagse keuring heen. Want de stamboom moet goed zijn. De gezondheid uitstekend. Gebit goed, rug goed, sperma goed. Schoften hoog en lang, geen scheve voeten, geen dikke gewrichten, niet te strak in de lendenen. Er mogen geen gekke dingen op de röntgenfoto’s te zien zijn. Dan moeten ze goed te rijden zijn, natuurlijk, en een mooie loop hebben. Stalondeugden: funest. Van Uytert: ‘Sommige paarden zijn luchtzuigers. Dan pakken ze de voederbak met hun mond vast, en zuigen ze lucht naar binnen. Ziet er niet uit. Net als weven – staan ze de hele dag met hun lichaam te zwaaien.’ Punt is: ook stalondeugden zijn overerfelijk. Heb je als paard een heel mooie bloedlijn, sta je met je lijf te zwaaien – ben je toch onverkoopbaar. En dat terwijl een goedgekeurde hengst soms voor tonnen van eigenaar wisselt. ‘Fokken is gokken.’ Het is ’s middags drie uur en Joop van Uytert heeft zojuist de merrie van melkveehouder Spithoven uit Bunnik geïnsemineerd. ‘Het is net de loterij – daar weet je ook niet waar het winnende lot valt.’ Boer Spithoven knikt. Van Uytert: ‘De kunst is dat stukje gokken zo klein mogelijk te maken.’ Zegt Spithoven: ‘Het is hetzelfde als met koeien. Je wilt de beste kenmerken doorgeven, maar het is altijd afwachten wat het wordt.’ Nou heeft Spithoven een mooie merrie. Haar vader is Montecristo, een goedgekeurde Grand-Prixhengst. ‘Ze is goed bloederig’, zegt Van Uytert. Dat betekent: het is een mooie merrie met kwaliteit. Spithoven heeft een goede keuze gemaakt door sperma van Zhivago te bestellen. Zhivago is ook goed bloederig. In zijn stamboom zitten Krack C, Flemmingh, Jazz en Ulft, vier van de grootste namen in de fokwereld. Bovendien werd Zhivago vorig jaar verrichtingskampioen van alle dressuurpaarden. Van Uytert zegt: ‘Daar kan volgend jaar een mooi vulle uitkomen.’ Hij bedoelt: deze gaat hij zeker in de gaten houden. Als het een mooie wordt, koopt hij hem wellicht. Hij ziet elke week veel jonge hengsten. Vorige week nog heeft hij er bij een fokker wel vijftien laten lopen. ‘Daar zat er eentje bij die een topper kan worden.’ Nou, en dan gaat het hart van Joop van Uytert harder kloppen. ‘Als ik gek ben van een paard, wil ik hem hebben. Maar hij moet ook betaalbaar zijn. Uiteindelijk wil ik, net als iedereen in deze wereld, zoveel mogelijk paarden die op het allerhoogste sportieve niveau kunnen meelopen.’ Een goed paard wekt jaloezie op, en bewondering. Ronald Heesakkers zegt dat makkelijker dan zijn baas. Het succes wordt Van Uytert zeker gegund, maar er hoeft ook maar iets te zijn en in de kleine wereld van paardenliefhebbers gonst het van de geruchten. ‘Diarado heeft slecht zaad.’ ‘De merries staan bij Van Uytert in een tent. In veel te kleine hokjes.’ ‘Drie bij drie’, zegt Van Uytert, ‘noem je dat klein?’ En wat die tenten betreft: er komen zo veel fokkers met hun merries, ze moesten wel uitbreiden. Zo lang de nieuwe stallen nog niet klaar zijn, bieden twee reusachtige gestreepte tenten plaats aan 44 merries. Ach ja, de wereld van paardenmensen. Het is net als in de gewone wereld: je hebt leuke en minder leuke mensen. De leuke zijn de klanten die gek zijn van paarden, maar die het hele gedoe eromheen ook een beetje kunnen relativeren. De minder leuke komen hun merrie brengen, laten haar tien dagen op stal staan terwijl ze ook na de inseminatie al weg kan, en zeuren dan dat er op zondag geen vers stro ligt. ‘Dat contrastrijke maakt het werk ook leuk’, vindt Joop van Uytert. Hij kan met iedereen overweg, van de excentrieke miljonair tot het echtpaar dat een paardje heeft en het zich nauwelijks kan veroorloven. Vanmiddag, bijvoorbeeld, gaat hij langs bij vijf klanten. De eerste heeft wel tachtig paarden. De tweede heeft een trainingsstal achter een piepklein huisje. Hij zit net onder een parasol uit te rusten als Van Uytert het erf op rijdt. Baard van een paar dagen, het weinige haar piekt omhoog. Zijn dochter laat haar eigen merrie dekken met sperma van United. Ze staat in een stal die al lang niet is opgeknapt. ‘Echt mensen van de oude stempel, dat vind ik mooi’, zegt Van Uytert. Of hij zich weleens achter de oren krabt als een klant met een heel gemiddelde merrie sperma bestelt van een van zijn tophengsten? ‘Klanten zijn klanten. Ook een genetisch totaal oninteressante merrie wordt door ons geïnsemineerd, en ook daar kan een goed sportpaard uit komen.’ ‘Special Day heeft een goed achterbeen.’ ‘Dat wil natuurlijk niet zeggen dat hij dat vererft.’ ‘Apache, dekt die veel?’ ‘Vijftig, dit seizoen.’ ‘De opa van Diamant, daar ben ik niet kapot van.’ ‘Flemmingh was ook niet echt mooi, maar kijk eens wat voor nakomelingen hij heeft gekregen.’ Gesprekken tussen fokkers. Niets van te begrijpen. De stambomen vliegen je de hele dag om de oren. De moeder van een van de nieuwe veulens in de wei is Kladaula, de moeder van Kladaula was Ladaula, de moeder van Ladaula heette Daula, haar moeder Paula, en daar weer de moeder van was Joosje. Dan hebben we het over een merrie uit de jaren veertig van de vorige eeuw. Het is zeven uur ’s avonds als Van Uytert met zijn laatste klanten van vandaag een colaatje drinkt. Ook hier: veel namen, veel termen. Ook hier weer ‘hele leuke mensen’, zegt van Uytert. De man heeft een garage, samen met zijn vrouw doet hij de paarden, een uit de hand gelopen hobby. Dekken en naar de keuringen, dat vinden ze het leukst. En ze hebben vaak geluk met de verkoop. Het hoogste bedrag voor een veulen: 21 duizend euro. ‘Dat is dan toch mooi meegenomen’, zegt hij. De vrouw vertelt dat binnenkort in de straat vier veulens worden geboren met eenzelfde stamboom. En al blijkt uit haar verhaal hoe afgunstig mensen kunnen zijn op elkaars nakomelingen, als straks in de diverse stallen de vliezen breken zullen alle buren eendrachtig met één ding bezig zijn: ‘Dat ze alle vier leven en alle vier gezond zijn.’ En dan is het tijd om te gaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden