Weblog

Fokke Obbema: 'Hardnekking misverstand: Chinezen kunnen goed plannen'

Het lijkt allemaal van tevoren bedacht en gepland in China, schrijft Fokke Obbema, maar in werkelijkheid zijn de Chinezen helemaal geen goede planners.

Beveiligers bij een gordijn in de Grote Volkszaal in Peking. Beeld Reuters

Een hardnekkig misverstand over Chinezen: het zijn zulke geweldige planners. Telkens wanneer ik iemand dat hoor beweren, moet ik denken aan die Nederlandse bankier in Peking die in de raad van bestuur van een lokale bank zat en dus dagelijks met Chinese collega's te maken had. 'Vanaf de eerste dag heb ik hier geleerd om zonder agenda te leven, het is iedere dag improviseren', vertelde hij me. So much for planning.

Die reputatie komt deels voort uit de schitterende traditie van vijfjaren-plannen die volgens goed marxistisch-leninistisch gebruik worden opgesteld. China is inmiddels toe aan nummer twaalf, gerekend vanaf de eerste in 1953. Die ordentelijkheid suggereert planningscapaciteit, maar zegt daar natuurlijk nog niets over. De economische groei die zich sinds 1978 zo explosief heeft voorgedaan, is misschien wel meer aan vrijlaten dan aan planning te danken. Kijk je naar de vijfjarenplannen, dan kun je heel wat voorbeelden van Chinees onvermogen erin aantreffen. Zo is de omslag van het economisch bestel (van een op export en investeringen gerichte economisch model naar een op consumptie en binnenlandse bestedingen gericht bestel) al de bedoeling sinds het begin van deze eeuw. Maar het laat nog altijd op zich wachten. Ook hier: so much for planning.

Een ander fijn, klein voorbeeld: in 2004 kwam er een wettelijk verbod op het nog verder aanleggen van golfbanen, want dat zijn notoire waterverbruikers en dat in een verdrogend land. Sindsdien is er van een verviervoudiging sprake.

Daadkracht
Daadkracht weet de Chinese regering af en toe heus wel te tonen. Als er dwars door bevolkte gebieden stuwdammen, wegen en spoorlijnen moeten worden aangelegd dan gaat dat niet gepaard met tijdrovende inspraakprocedures - de reputatie van kunnen plannen én uitvoeren valt deels op die 'efficiëntie' (in de ogen van westerse zakenlieden) terug te voeren. Ander voorbeeld: toen er een kredietcrisis wereldwijd uitbrak en de kranen in de Chinese havens collectief naar de hemel dreigden te wijzen, reageerde de regering in een mum van tijd met een omvangrijk stimuleringspakket. Dat werd een geweldig succes.

Toch ben ik geneigd die daadkracht als de uitzondering te beschouwen. Bij de kredietcrisis was er maar één uitweg, waar geen meningsverschil over bestond. Maar gaat het om echte hervormingen, zoals die van het economisch bestel, dan vertoont het systeem een stroperigheid waarbij onze democratieën veel minder slecht afsteken dan sommigen menen. Enthousiasme voor het Chinese bestel is een misvatting, het is gras dat groener lijkt aan de andere kant van het Euraziatische continent. Misstanden als milieuvervuiling, corruptie en de kloof tussen arm en rijk blijken in China buitengewoon hardnekkig, ondanks alle retoriek van opeenvolgende leiders die roepen dat ze er een einde aan gaan maken. De kans dat ons huidige hervormingskabinet van PvdA en VVD erin slaagt iets van zijn fundamentele hervormingen erdoor te krijgen is volgens mij heel wat groter dan dat de nieuwe Chinese leiders iets aan deze drie misstanden weten te doen.

Bureaucratie
Over beide landen kun je je trouwens afvragen hoe groot de macht van de bureaucratie is en of die uiteindelijk niet krachtiger is dan de passerende politici. In Nederland wisselden we in de afgelopen tien jaar zo vaak van regering dat een sterkere positie voor de bureaucratie voor de hand ligt - onervaren ministers laten zich graag bij de hand nemen door de professionals. In China is de bureaucratie oneindig veel groter en gelaagder; je hebt er niet alleen ministeries, maar ook buitengewoon krachtige provinciale en lokale autoriteiten die er een eigen agenda op nahouden en voor wie Peking ver weg is, conform het adagium 'de bergen zijn hoog, de keizer is ver'. De nieuwe regering van Xi en Li poogt daar nu wat aan te doen.

Afgelopen weekeinde werd bekend dat het 'keizerrijk' van het ministerie van Spoorwegen wordt ontmanteld - een voorstel waar het Chinese 'rubber stamp'-parlement deze week nog zijn goedkeuring aan mag geven. Het is een stapje, maar niet meer dan dat, op weg naar controle - en dus het vermogen tot plannen. Maar voorlopig zit die Nederlandse bankier nog in mijn hoofd.

Fokke Obbema is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Zijn boek 'China en Europa' is net uitgekomen.

Fokke Obbema - China en Europa. Waar twee werelden elkaar raken
Uitgeverij AtlasContact
ISBN 9789047006091
Prijs: € 24,50

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.