Föhn klopt helikopter op skeelerbaan

De slotdag van de NK skeeleren op een geasfalteerd ovaal in Medemblik dreigt in het water te vallen. Een wentelwiek uit het naburige Opperdoes moet redding brengen....

Pluvius is zaterdag in Medemblik, het schouwtoneel van de NK skeeleren op de baan, in zijn element. Een ware zondvloed overspoelt de piste en dreigt de driedaagse titelstrijd in het oude Zuiderzeestadje van zijn slotdag te beroven.

Wat te doen? De organisatoren beseffen dat ze niet bij machte zijn de regenmaker aan banden te leggen. Het blijft dan ook plenzen tussen de opklaringen door. De baan blijft nat en onberijdbaar. De organisatoren gooien er in hun vindingrijkheid een dweilorkest tegenaan. Maar daar wordt de baan ook niet droger van.

Algehele afgelasting lijkt onafwendbaar. Dan grijpt een zekere Piet Schipper in, de eigenaar van het weiland waarop de plaatselijke ijs- en skeelerclub Radboud sinds een jaar of tien een geasfalteerde piste beheert. De grote skeeler-animator – over wie in Medemblik het gerucht gaat dat hij 'een machtige vriend in de hemel' heeft – chartert in het buurdorp Opperdoes een helikopter, ritselt een vergunning en geeft de piloot opdracht de baan met zijn wieken te drogen zodra de eerste opklaring zich aandient.

Het nieuws verspreidt zich snel in Medemblik en omgeving. Honderden nieuwsgierigen spoeden zich naar de skeelerbaan om 'het wonder van Schipper' te aanschouwen. En om vervolgens natuurlijk een wedstrijdje mee te pikken, want ook in West-Friesland is skaten vandaag de dag een populair tijdverdrijf.

De regen is amper gestopt of daar komt de wentelwiek aangesuisd. De baan wordt subiet ontruimd, de toeschouwers laten zich in een uithoek samendrijven, reclameborden worden verwijderd, partytentjes opgeruimd. De drooglegging kan beginnen.

Een toeschouwer op leeftijd vertrouwt het allemaal niet en zoekt beschutting. 'Ik heb geen zin naar Engeland te worden geblazen.' Een meisje vreest dat haar Smart, die parmantig op het middenterrein staat te pronken, in de kreukels zal worden geblazen. Ze heeft geluk. De piloot trekt een rondje boven de baan, laat zijn machine zakken tot een meter of vijftig, ziet dan pas goed hoeveel populieren de baan omzomen, telt ook nog eens zo'n twintig lantaarnpalen, en zoekt men. subiet een veilig heenkoHet wonder gaat mooi niet door. Piet Schipper heeft de pest in en biedt de toeschouwers per microfoon zijn welgemeende excuses aan. 'Het spijt me verschrikkelijk.'

De helikopter is nog niet achter de horizon verdwenen of het klaart op, deze keer langdurig. Vrijwilligers blazen het asfalt droog met mammoet-föhnen en niet veel later zwermen de trendy uitgeruste deelnemers uit over de baan om het asfalt, het materiaal en de windvastheid van hun bonte uitdossing te testen. Is het verstandig de beproefde skeelers met vijf wieltjes onder te binden? Of leent de in de volle wind gelegen baan zich juist voor de meer geavanceerde skates met vier wieltjes, die een hogere snelheid genereren, op rechte stukken tot wel veertig kilometer per uur?

Elma de Vries maakt de juiste keuze. Ze had donderdag en vrijdag al drie gouden medailles in de wacht gesleept en nog is haar honger niet gestild. Ze weet als geen ander de vuile wind, die dwars over de baan blaast, te trotseren en voegt op de 500 meter en in de afsluitende aflossingswedstrijd over 5 kilometer nog eens twee gouden plakken aan haar collectie toe.

De Vries is een van de weinigen met een bekende naam. Waar zijn de stoere mannen van de marathon, waar zijn types als Hulzebosch en Henri en René Ruitenberg, die in de jaren negentig bij wijze van zomertraining skeelers onderbonden en het zich voortbewegen op wieltjes alom in den lande, maar vooral op de Veluwe, populair maakten?

In die jaren was Nederland toonaangevend. 'We lagen', zegt directeur Henk van Os van de Skate Bond Nederland, 'mijlenver voor op de rest van de wereld. Wij hadden skeelers, de rest had slechts hopeloos ouderwetse rolschaatsen.'

Aan de overheersing komt een eind als eind jaren negentig in Canada een variant van de skeeler wordt ontwikkeld, de skate, een schoen met daaronder vier wieltjes in lijn. De inline skate, ontwikkeld om ijshockeyers in staat te stellen hun snelheid op peil te houden, wordt snel populair, ook in Europa. 'De skate kwam in 1998 overgewaaid, en meteen was het raak. Iedereen wilde op die dingen rijden, en iedereen kon daar ook op rijden, vooral op skates met vier wieltjes, want die waren voorzien van een remblokje.'

Naar schatting twee miljoen Nederlanders zijn het skaten toegedaan. Het gros rijdt voor de lol of omdat het trendy is. Maar er is ook een groeiende minderheid die het skaten professioneel beoefent. Dat geeft de ontwikkeling van het ledental aan: van 6000 in 2001 naar 12.500 nu. 'Dat is niet de laatste grote sprong voorwaarts die we maken', voorspelt Van Os.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden