Nieuws AOW-leeftijd

FNV: zonder AOW-leeftijd op 66 geen pensioenakkoord

Vakbond FNV zet het kabinet het mes op de keel: de bond sluit geen pensioenakkoord zolang minister Koolmees van Sociale Zaken vasthoudt aan de stijging van de AOW-leeftijd. Koolmees moet de AOW-leeftijd bevriezen op 66 jaar, stelt FNV-bestuurder Tuur Elzinga in een interview met Trouw. Die ingreep zou het kabinet 650 miljoen euro kosten in 2019, oplopend tot bijna 2 miljard euro in 2021.

Vakbondsbestuurder Tuur Elzinga voor het kantoor van de FNV. Foto Guus Dubbelman/ de Volkskrant

Werkgevers- en werknemersorganisaties zijn al jaren in onderhandeling over een nieuw pensioenstelsel. Het afgelopen half jaar zijn bazen en bonden elkaar genaderd, maar de FNV verwacht nu van de regering ‘een uitgestoken hand’. Het kabinet wacht vooralsnog juist op een resultaat uit de polder.

FNV’er Elzinga legt de bal bij de minister. Eerst moet Koolmees over de brug komen met de AOW-leeftijd, pas daarna is de bond bereid tot pensioenafspraken. Elzinga: ‘Als ik een pensioenakkoord sluit, terwijl er niets verandert aan de stijging van de AOW-leeftijd, stuit ik op een muur bij de FNV-achterban.’

De FNV, met ruim een miljoen leden de grootste bond, voert de druk op in aanloop naar Prinsjesdag op 18 september, de dag dat het kabinet zijn financiële plannen voor volgend jaar presenteert. Donderdag maakten de coalitiepartijen bekend dat zij het eens zijn geworden over de begroting. De partijen lieten nog niets los over de inhoud.

Elzinga eist dat Koolmees stopt met de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd. Het is de vraag of de minister gevoelig is voor dat dreigement. Eerder deze maand schreef hij in een brief aan de Kamer dat hij het plan handhaaft om de AOW-leeftijd in stapjes te laten stijgen naar 67 in 2021. Daarna stijgt de leeftijd waarop mensen mogen stoppen met werken mee met de levensverwachting.

Collectieve uitkering versus aanvullend pensioen

Vakbonden en werkgevers gaan formeel niet over de AOW, de collectieve ouderdomsvoorziening voor alle oudere Nederlanders (ongeacht of zij gewerkt hebben). Het pensioen, de aanvullende spaarpot bovenop de collectieve ouderenuitkering, is wel van werkgevers en werknemers, zij dragen gezamenlijk premie af aan pensioenfondsen. Maar wat de vakbeweging betreft, hangen AOW en pensioen samen. Vooral voor werknemers met een lager inkomen, mensen die na hun werkzame leven grotendeels afhankelijk zijn van de AOW, is de stijging van de AOW-leeftijd een doorn in het oog. Elzinga: ‘Een goed aanvullend pensioen is belangrijk, maar de meeste zorgen hebben mensen over tijdig stoppen met werken.’

Kabinet, werkgevers en vakbonden worstelen al jaren met het taaie pensioendossier. De pensioenfondsen hebben honderden miljarden in kas, toch stijgen de pensioenen al lange tijd niet mee met de inflatie. De fondsen zijn gebonden aan strenge regels, ze moeten meer geld in kas hebben dan dat ze aan pensioenverplichtingen hebben en moeten uitgaan van een laag (risicovrij) rendement op hun beleggingen (wat eveneens betekent dat de kas vooral flink vol moet zitten). De regels moeten garanderen dat de pot ook nog gevuld is wanneer de volgende generaties stoppen met werken.

Een groot deel van de discussie gaat over die volgende generaties. In het huidige stelsel vullen werkenden de pot waar gepensioneerden hun spaargeld uit krijgen. De vraag is of dat systeem houdbaar is wanneer steeds minder mensen deelnemen aan pensioenfondsen omdat zij bijvoorbeeld als zzp’er werken of tijdelijke contracten afwisselen met perioden zonder werk. Het kabinet pleit voor een stap richting individuele pensioenpotjes. Vakbonden vrezen dat zo’n stap de solidariteit van het stelsel zou aantasten. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.