FNV is haar politieke machtspositie kwijt

De vakbond legt zich niet neer bij de aanpassing van het sociaal akkoord, bleek maandagavond. Toch ligt het niet voor de hand dat het kabinet zal zwichten.

Decennialang gold het als een ijzeren wet in de Nederlandse politiek dat een sociaal akkoord zonder de FNV onmogelijk was. Kabinetten met plannen om de lonen te matigen, de uitkeringen te versoberen of de ontslagbescherming te versoepelen konden niet om de vakbond heen.


Met 1,2 miljoen leden is de FNV nog altijd een machtsfactor, maar de tijd dat de vakbond '¡No pasarán!' kon roepen tegen de regering is voorbij.


Nog steeds verzamelen cameraploegen zich voor gesloten vergaderzalen totdat de vakbondsvoorzitter, met het ernstige gezicht van een chirurg na een levensreddende operatie, het FNV-standpunt komt verkondigen. Maar deze rite van het Nederlandse poldermodel is de afgelopen jaren steeds holler geworden.


Dat de bond zich verzet tegen de aanpassing van het sociaal akkoord en voor eind november een demonstratie heeft aangekondigd, zal niet al te veel ophef veroorzaken in Den Haag.


Dat heeft de FNV deels aan zichzelf te wijten. De bestuurschaos binnen de vakcentrale, die door Herman Wijffels en Jetta Klijnsma moest worden opgelost, heeft de machtspositie geen goed gedaan. De bond werd verlamd door de spanning tussen rekkelijken en preciezen: tussen het deel van de achterban dat politieke plannen volgens vertrouwd polderrecept van de scherpste randjes probeert te ontdoen en het deel dat de kont tegen de krib wil gooien.


De stammenstrijd lijkt onder controle sinds het aantreden van voorzitter Ton Heerts, in mei dit jaar. Toch valt nog te bezien of het om een duurzame vrede gaat of slechts een interbellum.


De uitnodiging van het kabinet aan vakbonden en werkgevers om te gaan onderhandelen was afgelopen voorjaar een welkom geschenk voor de FNV. Het sociaal akkoord verleende de vakbond en haar nieuwe voorzitter weer wat prestige. Dat is met het begrotingsakkoord van vrijdag weer vervlogen.


Meer nog dan aan het eigen falen lijdt de FNV net als alle vakbonden aan de Ziekte van Ering: globalisering, flexibilisering en individualisering hebben de arbeidsmarkt onherkenbaar veranderd.


Vakbonden krijgen moeilijk grip op het geglobaliseerde bedrijfsleven van multinationals, hypermobiel kapitaal en de dankzij automatisering en outsourcing voortdurend met overbodigheid bedreigde werknemers.


Jongeren sluiten zich veel minder bij vakbonden aan dan vroeger, waardoor de bonden soms veredelde lobbyclubs lijken voor oudere werknemers met een vast contract. Tegelijkertijd worden vaste contracten steeds zeldzamer in het tijdperk van de nulurencontracten, payrollers en zzp'ers. Vakbonden zijn misschien wel meer nodig dan ooit, maar op welke manier weet niemand.


De machtspositie van de FNV is momenteel zowel in politiek als arbeidseconomisch opzicht zwak, constateert UvA-socioloog Jelle Visser. Staken is een krachtig middel in tijden van veel werkgelegenheid, maar werklozen kunnen niet staken en wie nog wel een baan heeft durft minder snel het werk neer te leggen.


Het kabinet doet sinds vrijdag zaken met aanmerkelijk minder vakbondsgezinde partijen, zoals D66. De FNV is haar politieke machtspositie kwijt nu het kabinet de vakbonden niet langer nodig heeft om het CDA voor zich te winnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden