FNV-geruis knaagt aan pijler kabinetsbeleid

Het kabinet wil graag een akkoord sluiten met provincies, waterschappen en gemeenten over de overdracht van een fors deel van het overheidsbeleid. Hun 'koepels' IPO, UVW en VNG zijn akkoord. Maar steeds meer gemeenten en provincies stribbelen tegen. Ook de vakbondskoepel FNV roept hen nu op de deal af te wijzen. Vijf vragen over het bestuursakkoord.

GIJS HERDERSCHEÊ

Wat is een bestuursakkoord?

Een bestuursakkoord tussen kabinet de 'lagere overheden' provincies, waterschappen en gemeenten is een uitvinding van het kabinet Balkenende-Bos. Dat sloot bij de start in 2007 een eerste akkoord. Het was vooral bedoeld om de kabinetsslogan Samen werken, samen leven inhoud te geven. Het kabinet Rutte heeft ook een slogan, Je gaat erover of niet, en wil op basis daarvan in een bestuursakkoord afspraken maken over decentralisatie van beleid en de daaraan gekoppelde bezuinigingen.

Het natuur- en waterbeleid gaat naar de provincies. De gemeenten krijgen een pakket nieuwe taken, zoals de jeugdzorg, die nu nog bij het rijk en de provincies zit. Daarnaast krijgen ze een flink deel van de zorgtaken, die nu nog onder de zorgverzekering AWBZ vallen. En, ten derde, valt ze de nieuwe regeling toe waarin de bijstand, de uitkering voor jongehandicapten Wajong en de sociale werkplaatsen worden gebundeld. Tegelijk met het overdragen van deze taken, wil het kabinet Rutte fors bezuinigen. Op de budgetten wordt ruim 2 miljard euro bespaard.

Wat is het belang?

Het belang voor het kabinet is groot. Drie doelstellingen komen binnen handbereik. Ten eerste verdwijnen taken bij de rijksoverheid en dat scheelt banen, zoals het kabinet wil. Voorts is een forse bezuiniging ingeboekt. En last but not least hoopt het kabinet de lagere overheden met het akkoord bij de besparingen te betrekken. Dat scheelt herrie in de tent.

Voor provincies, waterschappen en gemeenten is het bestuursakkoord op zichzelf ook positief. Zij krijgen taken erbij en kunnen zich meer doen gelden. Wethouders en gedeputeerden kunnen zich gaan profileren in hun sociaal beleid.

Waarom zijn dan toch steeds meer steden en provincies tegen ?

Zij hebben niet zozeer bezwaar tegen de nieuwe taken, maar tegen de manier waarop die op hun bord worden geschoven. Geld is het grootste probleem. Per saldo moeten de nieuwe taken met twee miljard euro minder worden uitgevoerd. Van die soms pijnlijke bezuinigingen willen zij niet de schuld krijgen.

Op de achtergrond speelt dat veel bestuurders bij lagere overheden 'links' zijn. Menig PvdA-wethouder heeft weinig zin om 'rechts' beleid van het kabinet-Rutte uit te voeren.

Wat is de rol van de FNV ?

De bond is niet direct bij het bestuursakkkoord betrokken. Maar de FNV heeft indirect wel een grote 'hindermacht'. De vakbond sluit de cao af voor de sociale werkplaatsen, die een forse kostenpost zijn voor de gemeenten. De bond kan met agitatie en propaganda ruis veroorzaken en met demonstraties onrust zaaien.

Maar de FNV kan met cao-afspraken ook de beoogde, ene regeling voor bijstand, Wajong en sociale werkplaatsen maken of breken. Het is de bedoeling dat 'Wajongeren' en mensen uit bijstand en sociale werkplaatsen gewoon werk vinden. Cao-afspraken kunnen dat bevorderen. Als elk bedrijf iemand uit de nieuwe regeling aanneemt, is bij wijze van spreken geen uitkering meer nodig. Die cao-afspraken werken als bewustwordingsproces, omdat werkgevers doorgaans niet vanzelf in actie komen.

Wat gebeurt er als provincies en gemeenten het bestuursakkoord afwijzen?

Dan hebben VNG en IPO een geloofwaardigheidsprobleem. Hun voorzitters, Jan Franssen (VVD, IPO) en Annemarie Jorritsma (VVD, VNG) zeiden immers al ja.

De man met het grootste probleem is premier Rutte. Een pijler onder zijn regeerakkoord komt in gevaar. Formeel heeft Rutte de lagere overheden niet nodig. Hij kan laten zien wie de baas is. De Tweede en Eerste Kamer maken uiteindelijk uit hoe Nederland bestuurlijk wordt ingericht, niet onwillige gemeenten of provincies. Het parlement kan de lagere overheden de reorganisatie met bijbehorend budget opleggen. In de praktijk zal het zo simpel niet zijn. Zonder medewerking van gemeentebesturen en de vakbond gaat het allemaal veel moeizamer en langzamer.

Een onzekere factor voor Rutte is ook de opstelling van de Eerste Kamer. Op 23 mei wordt duidelijk of het minderheidskabinet met gedoogpartner PVV, plus stille gedoogpartner SGP, daar een meerderheid heeft. Zonder die meerderheid zal het niet meevallen de bezuinigingen door de Eerste Kamer te loodsen.

Tot nu toe speelt Rutte het hard. Hij wil niet terug naar de onderhandelingstafel en zegt dat hij geen concessies 'in de mouw' heeft. Toch kan hij proberen onwillige gemeenten en provincies over de brug te trekken, bijvoorbeeld met extra geld. Of met de toezegging van extra geld als daadwerkelijk problemen ontstaan.

Daarvoor heeft hij nog een maand de tijd. Pas op 8 juni, de jaarlijkse toogdag van de VNG, beslissen de gemeenten of zij echt gaan dwarsliggen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden