Fluwelen comeback

Terwijl in 2011 de wereld aan haar voeten lag, durfde zangeres Rumer het podium niet meer op. Nu is ze terug. 'Ik ben nog nooit zo trots geweest.'

Het zag er allemaal zo rooskleurig uit voor Rumer. De in Pakistan geboren Britse zangeres had het eind 2010 eindelijk voor elkaar. Een eigen album, met zelf gecomponeerde liedjes. Een plaat die door de pers lovend werd onthaald en haar van Burt Bacharach tot Elton John grote complimenten opleverde. Seasons Of My Soul bleek ook een kassucces. Niet alleen in Europa, maar ook in de Verenigde Staten, waar haar zachtfluwelen, op die van Karen Carpenter lijkende stem goed viel. Meer dan een miljoen exemplaren werden er al snel van verkocht. 2011 Zou het jaar van Rumer worden.


'Maar wat een grote triomf had moeten zijn, werd een drama, alles liep mis. Zowel persoonlijk als zakelijk als creatief. Ik dacht dat ik er nooit meer bovenop zou komen. Maar hier ben ik dan wel weer apetrots op.'


Rumer (33) wijst naar de cd die voor haar op tafel ligt in het etablissement in Brixton, Zuid-Londen. Een plek waar ze zich thuisvoelt, ze woont er al jaren vlak om de hoek. 'Hier hoorde ik een paar van deze liedjes voor het eerst'.


Overeind

De liedjes waaraan ze refereert, staan op Boys Don't Cry, een plaat met covers van nummers die alle in de jaren zeventig zijn geschreven door mannen. 'Ik hou erg van het singer-songwriters die in de vroege jaren zeventig tot volle wasdom kwamen. Neil Young, Randy Newman, James Taylor, maar ook iemand als Todd Rundgren, maakten toen prachtige platen. Complexe platen, zowel muzikaal als tekstueel, maar op zo'n manier dat ze nu nog overeind staan.'


Boys Don't Cry bevat een selectie van vaak onbekend gebleven liedjes. Rumer zingt ze met haar kenmerkende, zachtmoedige, maar soulvolle stem en de arrangementen zijn beeldschoon. Ze had, vertelt ze, ook liedjes van door haar bewonderde vrouwen als Joni Mitchell, Carly Simon en Carole King kunnen opnemen. 'Toen ik erover nadacht dat ik iets met die bijzondere muziek uit de jaren zeventig wilde, leek het me aardig daar een concept bij te bedenken. Mannen die verschillende soorten liefde bezingen.'


Er moest iets van Stephen Bishop op komen, 'omdat niemand hem kent en hij zulke mooie liedjes heeft geschreven'. Maar ook iets van bijvoorbeeld Townes Van Zandt, een betrekkelijk late ontdekking, aldus de zangeres. 'Van Stephen koos ik een hartbrekend liedje, Same Old Tears On A New Background, terwijl Todd Rundgren in zijn fijnzinnige Be Nice To Me zingt over het zoeken naar geborgenheid of genegenheid in plaats van seks.'


In het cd-boekje staan alle albums waar de liedjes vanaf zijn geplukt afgebeeld. Rumer wil graag dat meer mensen kennisnemen van platen die veel voor haar betekenen. 'Toen we aan dit project begonnen, kende ik veel van die platen niet. Steve kwam iedere dag weer met een andere elpee aan, die ik intuïtief op geschiktheid aftastte.'


Steve, dat is Steve Brown, de man die Sarah Joyce, zoal Rumer werkelijk heet, in 2008 ontdekte. Hij zorgde ervoor dat ze ontslag nam als verkoopster in een Apple-Store en bezorgde haar een platencontract. Rumer: 'Hij heeft alles voor me gedaan.'


Maar middenin de opnamen van Boys Don't Cry liep het volkomen mis tussen de twee. Het leidde tot een definitieve breuk. Waarom? 'Het is te complex. Een opeenstapeling van misverstanden en onhandigheden die ertoe hebben geleid dat de man aan wie ik het meest te danken heb en van wie ik zielsveel hou, volledig uit mijn leven is verdwenen.'


De zangeres neemt een slokje van haar witte wijn en is even stil. De breuk tussen haar en haar mentor - 'hij is nooit mijn liefdespartner geweest' - was slechts een van de obstakels van de laatste achttien maanden. 'Mijn manager, mijn vriend, ik had ze allemaal al gedumpt. Ik stond er alleen voor. En ik wist dat het mijn eigen schuld was. Ik ben nu eenmaal een controlfreak, ik wil iemand voor honderd procent kunnen vertrouwen. Een ietsepietsie minder is voor mij onacceptabel.'


Kinderjaren

Het heeft, zo legt Rumer na enige aarzeling uit ('ik weet niet of ik hier echt op door wil gaan'), allemaal te maken met haar kinderjaren.


Die beleefde ze als zeer gelukkig. De eerste vier jaar in Pakistan, waar haar ouders in een soort commune van expats werkten aan de Tarbela Dam bij Islamabad. 'Ik was 4 toen we naar Engeland verhuisden, maar ik moet toen al de muziek van James Taylor en Carole King hebben gehoord.'


Muziek bood de jonge Sarah veel houvast. 'Ik werd gepest, uitgescholden voor Paki, terwijl ik gewoon Britse ouders had. Althans, dat dacht ik. Jaren later hoorde ik over het geheim.' Sarah, de jongste van zeven kinderen, was niet door haar vader, maar door de Pakistaanse kok verwekt. 'Dat doet iets met je. Het intense wantrouwen dat ik jegens iedereen koester, moet daar vandaan komen, denk ik nog steeds.'


Zingen en muziek boden altijd de meeste troost. Ze probeerde van alles en zong eind jaren negentig in het indie-bandje La Honda. Kansen kreeg ze later op talentenjachten en concoursen. Ze ontmoette Ben Taylor, de zoon van het singer-songwritersduo James Taylor en Carly Simon en verbleef in 2005 een zomer lang in het huis van Simon, die haar veel over het vak vertelde. 'Zij spoorde me aan door te gaan, maar vooral om geen concessies te doen. Ik heb me nooit willen laten koppelen aan songschrijvers of producers, zoals dat nu gebruikelijk is. Van die mannen die zeggen: 'Kom maar hier meisje, dan zullen we dat liedje van jou even afmaken.''


Zo iemand was Steve Brown niet. Hij was een succesvol componist, betrokken bij televisie en musicals, en ze ontmoette hem na een optreden in de West-Londense Cobden Club. Er was meteen een klik. 'Alles viel goed. Daar kwam bij dat Burt Bacharach notie had gekregen van mijn muziek toen ik naar de Verenigde Staten was gekomen voor promotie. Hij nodigde me uit in zijn thuisstudio te komen zingen. Dat was een hoogtepunt in mijn leven. Burt Bacharach die onder de indruk was van mijn stem en muziek, dat was het grootste compliment dat ik kon krijgen.'


Iedereen was heel aardig voor haar, zegt Rumer. Jools Holland hielp haar, Elton John vroeg haar om mee te zingen, hij had al jaren niet meer zo'n goede zangeres gehoord. 'Ook dat doet iets met je.'


Iedereen enthousiast, plaat goed ontvangen: genieten dus. 'Dat deed ik aanvankelijk ook. Maar iets weerhield me. Ik had het gevoel dat iedereen ineens over me praatte en een oordeel had. De platenmaatschappij belegde vergaderingen óver mij, niet mét mij. Ik werd een product waarover werd gesproken in woorden als 'hoe gaan we het in Duitsland aanpakken?'. Tuurlijk, dat hoort erbij. Maar ik kon er niet tegen.'


En dan de sociale media. Een zegen, zegt Rumer, maar niet als je zo onzeker bent als zij. 'Als ik ook maar één bericht tegenkom over mijn uiterlijk, dat ik te dik zou zijn, ben ik dagen van slag.'


In plaats van met de dag meer te genieten van haar succes, voelde Rumer zich steeds eenzamer worden. 'Ik durfde steeds minder het podium op. Iedere keer dacht ik: o nee, dit gaat mis. Terwijl er helemaal niks misging.'


Dat gevoel ging maar niet weg. Optredens werden afgezegd, tournees halverwege de planning toch weer geschrapt. En Rumer maar peinzen hoe ze hier uit moest komen. 'Optreden was geen optie. Ik besloot me weer helemaal op het componeren toe te leggen. Maar dat lukte ineens niet meer. Ik zag alle zekerheden wegvallen.'


Toen kwam Steve Brown met het idee liedjes van anderen naar haar hand te zetten. 'We boden het bij mijn platenmaatschappij aan als tussendoortje, als opmaat tot een nieuwe plaat. De reactie was er ook naar: ze wilden in een coverplaat geen promotiebudget stoppen. Dan niet. Ik kreeg er stilaan weer lol in, dat was voor ons het belangrijkste.'


Bijzonder

De opnamen voor Boys Don't Cry liepen goed, haar platenmaatschappij kreeg langzaam door dat er iets bijzonders in de maak was en zette het album toch op de releaselijst. 'Maar ja, toen liep het mis met Steve en leek alles toch weer in duigen te vallen.'


Met keihard werken is de plaat er toch gekomen, zegt Rumer. En ze krijgt weer aardigheid in optreden. Voorlopig alleen in kleine zaaltjes, voor niet meer dan achthonderd man. En op festivals als North Sea Jazz, dit weekend. 'Dat durf ik omdat ik weet dat niemand er speciaal voor mij komt. Maar als hoofdact op een festival staan, nee, voorlopig niet.'


Rumer pakt nog een keer haar nieuwe cd van tafel en kijkt er bijna liefkozend naar. 'Ik geloof dat ik nog nooit zo trots ben geweest. Mijn hele ziel en zaligheid zit in deze cd. Dat pikt niemand me meer af.'


Rumer: Boys Don't Cry. Atlantic/Warner.

Rumer speelt zondag om 22.30 uur op North Sea Jazz.

A Man Needs A Maid

Een van de volgens Rumer meest geslaagde covers op Boys Don't Cry staat alleen op de luxe-editie van het album. Het is A Man Needs A Maid van Neil Young. Toen hij het uitbracht op zijn album Harvest (1972) werd Young van seksisme beschuldigd. Hij zou de vrouw als sloofje neerzetten. Rumer hoort er vooral iemand in die schreeuwt om hulp. 'Als je ineens succesvol bent, wordt je hele leven een puinhoop. Dan heb je iemand nodig die de boel op orde brengt. Young heeft dat veertig jaar geleden meegemaakt, ik herken dat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden