Floep, blaas, rol en druk de loempia aan

In Katwijk maken ze 700 duizend loempia’s per dag...

Katwijk Het beroep van loempiavellenvouwer was in de jaren negentig de schrik van elke potentiële WAO’er. In het keuringssysteem dat destijds werd gehanteerd, gold het als de ondergrens: al kon je bijna niks meer, je kon nog altijd loempia’s vouwen.

Tienduizenden arbeidsongeschikten kregen een lagere uitkering. Met dank aan de loempiavellenvouwerij. Dat er in werkelijkheid maar een handjevol loempiavellenvouwers actief was in Nederland deed er niet toe. Evenmin als de vraag of het vouwen wel zo simpel was.

Echt niet, zegt Mart Plug, deegmaker bij de loempiafabriek van Beckers in Katwijk. Plug, 54 nu, was er al bij toen Piet Duivenvoorde ruim veertig jaar geleden achter zijn snackbar in Noordwijk begon met loempia’s te maken. De loempiavellen, ‘flenzen’ in vakjargon, werden nog met hand gebakken.

‘Je moest in je eentje 21 pannetjes in de gaten houden. Als je bij de laatste aankwam, was de eerste klaar.’ Na het bakken kwam het vouwen: reepje vulling op de ronde flens, een vouw recht over de vulling, de twee zijkanten dichtslaan en afrollen. Precisiehandwerk.

De meisjes, want het waren altijd meisjes, deden er 28 in een minuut, zegt Plug. ‘Dat kon je echt niet zomaar, dat moest je leren. Het betaalde ook iets beter.’

Het oude systeem van WAO-keuringen is afgeschaft. Net als het vak van loempia’s vouwen. Tegenwoordig wordt het vouwen machinaal gedaan. Die machine is de trots van fabrieksmanager Jan van Delft. ‘We hebben er tien jaar op gestudeerd. Kun je nagaan hoe moeilijk het was.’

Per dag rollen er 700 honderdduizend loempia’s van de lopende band in Katwijk, waar de grootste loempiafabriek in Europa staat. Daar kon Van Duivenvoorde slechts van dromen toen hij in 1967 begon. ‘In een tijd’, benadrukt Van Delft het visionaire karakter van de grondlegger, ‘dat loempia’s nog iets van de Chinees waren.’

Van Duivenvoorde produceerde aanvankelijk alleen voor zichzelf, maar gaandeweg toonden snackbarhouders in de omgeving ook interesse. In 1972 begon hij een fabriek in het visserdorp Katwijk. Hij kon ook naar Lelystad, aldus Van Delft: ‘Maar Piet koos bewust voor Katwijk vanwege de werkmentaliteit. Niet lullen, maar poetsen is het hier.’

Een kleine twintig jaar later stond Van Duivenvoorde voor de keuze: miljoenen investeren in een nieuwe fabriek of verkopen. Het werd het laatste. Wessanen kocht de loempiafabriek en Van Duivenvoorde een villa in Noordwijk. ‘Een prachtige villa’, aldus oudgediende Plug.

Samen met de Brabantse snackfabrikant Beckers vormt de loempiafabriek in Katwijk de snackdivisie van Wessanen. Beckers, zoals de hele divisie heet, is vooral bekend om zijn frikandellen, al jaren onbedreigd aan top in de lijst van meest verkochte snacks in Nederland. De loempia komt op plaats 24, voor het lihanboutje, maar nog achter het worstenbroodje.

Maar de frikandel is vooral groot in Nederland, onderstreept Marc Waelbers, baas diepvriesproducten van Beckers. ‘In het buitenland kennen ze die nauwelijks. De loempia is veel meer een exportproduct. Onze loempia’s gaan de hele wereld over.’

De loempia is ook een product dat het goed doet in de supermarkt, een terrein waar Beckers het nog aflegt tegen zijn grote concurrent, het Maastrichtse Mora, zegt Waelbers. ‘In de supermarkt is Mora de grootste. In leveranties aan cafetaria’s zijn wij denk ik marktleider.’

Maar cafetaria’s sluiten terwijl de thuismarkt groeit. Speciaal voor thuis presenteert Beckers een nieuwe loempia met het Ik Kies Bewust-logo die minder zout en vet bevat. Hij komt samen met zestig andere variëteiten uit de witbetegelde fabriek waar productieleider Wim de Vreugd, die als 18-jarig jongetje bij de taugé begon, trots rondleidt.

De fabricagelijn begint bij de groenteafdeling waar groenten (wortelen, kolen, taugé) worden gesneden, geblancheerd en in ronddraaiende bakken met vlees en kruiden tot de juiste samenstelling worden gemengd. Vandaar gaat het naar lopende banden waar reepjes vulling op dunne pannenkoekjes worden gelegd die van hete trommels afrollen.

Daar voltrekt zich het ‘geheim van Katwijk’: een omhoogfloepend lipje maakt de eerste vouw, de twee zijkanten worden door pijpjes waar lucht doorheen blaast naar binnen geslagen, drie kleine harkjes rollen de loempia elk een slag tot hij helemaal is opgerold. Een klein walsje drukt elk rolletje nog even aan.

Fotografen wordt verzocht het proces niet en detail vast te leggen. Uit concurrentieoverwegingen, want Katwijk is de enige fabriek die het machinaal vouwen onder de knie heeft, zegt De Vreugd. ‘Bij Mora knijpen ze hem dicht.’

Een loempia bestaat voor de ene helft uit vulling en voor de andere helft uit flens. In vergelijking met frikandellen en kroketten steekt de loempia gunstig af: hij bevat aanzienlijk minder vet en calorieën.

‘Belangrijk is dat je ziet wat je eet’, doceert fabrieksmanager Van Delft als de goudbruin gebakken loempia’s na de rondleiding op tafel komen. Hij neemt een hap en kijkt in het dampende binnenste. ‘Je moet de taugé en de wortel zien zitten. De groente moet zo min mogelijk beschadigd zijn.’ Van Delft en zijn medewerkers beginnen de dag in Katwijk steevast met een verse loempia.

En de vouw? Die moet mooi strak zijn, zegt productieleider De Vreugd. ‘Knijpen is simpeler. Maar wij vinden vouwen mooier. Natuurlijker, ambachtelijker ook.’ Een vak apart bijna.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden