Flirten met zwoele Wilson en rauwe Tronzo

Het Utrechtse SJU Jazz Festival kende dit jaar een wat minder verrassende programmering. Veel acts zijn de laatste jaren al geregeld in het land te horen geweest, en echte ontdekkingen had de Stichting Jazz in Utrecht niet in petto....

SJU Jazz Festival. Vredenburg, Utrecht, 30 en 31 maart

Het wil niet zeggen dat er op de kwaliteit beknibbeld werd. Zangeres Cassandra Wilson, die zondagmiddag optrad, is weliswaar een publiekstrekker, maar ze is al die aandacht volkomen waard. Op haar laatste twee cd's heeft ze een volledig overtuigende eigen stijl gevonden, een even aparte als tijdloze verstrengeling van jazz-zang, een repertoire waarin actuele rock en eerbiedwaardige standards naast elkaar worden geplaatst, en bijzonder fraaie arrangementen met een duidelijke blues- en country-inslag.

Op een ingehouden, verleidelijke manier - Wilsons tempo's zijn overwegend laag - worden in die stijl wel degelijk grenzen verlegd en taboes doorbroken. Songs van U2 en zelfs de Monkees komen we niet iedere dag tegen in de jazz, hetzelfde geldt voor instrumenten als de mandoline of de dobro.

De techniek en benadering van de zangeres staan in de traditie van de improviserende vocalisten Abbey Lincoln en vooral Betty Carter, zodat melodieën en ritmes uit elkaar gesleuteld en op eigenzinnige wijze weer in elkaar gemonteerd worden. Een oersimpel folkliedje als Neil Youngs Harvest Moon krijgt wat accentverschuivingen en versieringen mee en een begeleiding van kabbelende gitaarlijnen, terwijl de percussionist wat vogelgeluiden en kikkergekwaak imiteert. Zo wordt een zwoele en hete southern night opgeroepen met een heel eigen betovering, terwijl dat ene sterke loopje uit het origineel bewaard blijft.

De uitstekende groep en de live-sfeer zorgden er ook voor dat de muziek wat levendiger klonk dan op de cd's, vooral bij de twee bluesklassiekers Death Letter en 32-20, waarin Wilson haar sensuele alt flink liet schallen, en gitarist Kevin Breit kon imponeren met een ruige maar muzikale slide-gitaar.

Zaterdagavond trad Steve Coleman op met een nieuw ensemble, The Mystic Rythm Society. De altsaxofonist is een van de epigonen van de M-Base, de muziek van de jonge zwarte spelers uit Brooklyn, een stijl die een jaar of tien geleden doorbrak. Met de Mystic Rythm Society schaart Coleman zich bij de jazz-musici die de 'wereldmuziek' verkennen.

Zo zaten op het overvolle podium een bespeelster van een Japanse koto (een snaarinstrument), vier percussionisten met een Cubaanse inslag en één met een Marokkaanse. Maar wat ze daar deden, was vaak een raadsel.

Het optreden begon met een lang duet tussen Miya Masaoka op koto en Coleman. Onwillekeurig drongen zich herinneringen op aan de experimenten met exotische instrumenten aan het eind van de jaren zestig, meestal ongerichte watervallen van geluidjes, die in de jaren zeventig vanzelf wegstierven. Masaoka leverde wat achtergrondgeluid bij een Coleman-solo en de rest van de avond was ze nauwelijks meer te horen.

Eenzelfde rol speelde Yassir Chadly, die begon als een muezzin die de gelovigen naar de moskee roept, maar verder verloren op het podium zat in zijn lange zwarte jas en de sjaal als een tulband om zijn hoofd. Zijn traditionele snaarinstruiment - een soort gitaar - bleef onhoorbaar. De rapper Kokayi mocht ook even zijn kunsten vertonen. Daarna werd hij pas veel later weer gehoord in een samenzang op een latin-ritme.

Steve Coleman nam zelf bijna alle solo's voor zijn rekening. Maar welke bijzondere inspiratie uitging van het bonte gezelschap? Het meest werd hij voortgestuwd door de hevig drummende Gene Lake, geen representant van een vreemde muziekcultuur. De trommelaars vulden met gemak de zaal met ritmes, maar het was vooral opvallend hoe monotoon die waren. Er waren bijna geen spannende botsingen te horen.

En dan was er nog een arme danseres, voor wie geen plaats was op het podium. Twee keer mocht ze voor de lange plank van de koto heen en weer kruipen als een slangenmens. Verder stond ze achterin te bewegen, oplettend dat ze haar armen niet aan de vleugel stootte.

Aan het begin van de avond hadden drie jonge Nederlandse percussionisten laten horen dat er wel degelijk een spannend verhaal is te vertellen met drie bataa's. De band SFeQ is onlangs uitgebreid met twee trommelaars. Op een nieuw stuk van bandleider en altsaxofonist Bart Suèr, Eugenie, dartelden de bataa's om elkaar heen, botsten, wisselden van ritme en van volume.

Ook de klarinet van Maarten Ornstein, de derde nieuweling in SFeQ, geeft een nieuwe klankkleur aan de groep. De grillige solo's van Suèr krijgen er prachtige schaduwen van. En dat terwijl SFeQ al een van de leukste jonge groepen in Nederland is, met de gelauwerde gitarist Jesse van Ruller (winnaar van de Amerikaanse Thelonious Monk Award) en de vindingrijke platen-scratcher Git Hyper.

Toch was het optreden van het Tronzo Trio uit New York het hoogtepunt van de avond. Slide-gitarist David Tronzo is inmiddels een bekende verschijning in Nederland. Als verrassing bespeelde dit keer Bobby Previte de drums. Previte is een van de grondleggers van de vernieuwingen in de jazz vanuit de avant-garde rock, die ongeveer gelijktijdig met de M-Base ontstonden, onder vooral blanke musici in New York. Hij, Tronzo en basgitarist Stomu Takeishi zijn geestverwanten. Ze koppelen rauwheid aan elegantie.

Hevige rock-ritmes verbrokkelen plotseling in subtiele motiefjes. Hoekige bouwwerken veranderen als vanzelf in glijbanen. Monks Dream, een van die mooie melodieën van Thelonious Monk, spat uit elkaar in de handen van Tronzo en Takeishi. 'Sjsjsjsj', slist Previte terwijl zijn ritme langzamer en langzamer gaat.

Het optreden was een feest voor de drie musici. In het trio zijn de stemmen gelijk, het verschil tussen solisten en begeleiders bestaat er niet. Zelfs Prevites drums leken soms te zingen met de gitaren als ondergrond. Hij zat daar, kaarsrecht, zijn blikken zochten en vonden voortdurend de ogen van zijn gastheren.

Frank van Herk

Wim Bossema

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden