nieuws

Flinke afname stadsvogels, op eenden, ganzen en meeuwen na

Het aantal vogels in steden en dorpen is tussen 2007 en 2020 gemiddeld met 6 procent afgenomen. Negen soorten, waaronder de huismus en de de spreeuw, hebben het moeilijker gekregen in de bebouwde omgeving: daar zijn ze met 10 procent achteruit gegaan.

Jean-Pierre Geelen
Gierzwaluw  Beeld Getty Images/iStockphoto
GierzwaluwBeeld Getty Images/iStockphoto

Dit blijkt uit een inventarisatie die het Centraal Bureau voor de Statistiek samen met Sovon Vogelonderzoek heeft gepubliceerd op het Compendium voor de Leefomgeving.

Volgens die cijfers gaan er in steden en dorpen meer soorten in aantal achteruit dan vooruit. Vooral vogels die leven in stadse bos- en parkgebieden, struwelen, struiken en open groen zijn achteruit gegaan. De oorzaak daarvoor is volgens het CBS ‘het verder volbouwen van de stad en voor vogels ongunstig groenbeheer in stedelijk gebied’.

Daar staat tegenover dat de slechtvalk, een roofvogel die veel in kerktorens en op hoge gebouwen broedt, het steeds beter doet in de bebouwde gebieden. Ook water- en moerasvogels als de krakeend en grauwe gans weten de steden steeds beter te vinden. Die opleving is volgens het CBS te danken aan een verbeterde waterkwaliteit en de aanleg van meer waterpartijen binnen (nieuwe) stadskernen.

Volgens het rapport zoeken ook kleine mantelmeeuwen en zilvermeeuwen hun broedplekken steeds meer op daken in de stad, sinds zij door vossen en menselijke activiteit werden verdreven van duin en strand.

De gegevens zijn onder meer afkomstig van het Meetnet Urbane Soorten (MUS), waarin vrijwilligers in het hele land nauwgezet vogels tellen op steeds dezelfde plekken. Zo ontstaat een tamelijk gedetailleerd beeld van ontwikkelingen en veranderingen.

Van 83 vogelsoorten waren voldoende gegevens beschikbaar om een betrouwbaar beeld te geven van 2007 tot 2020. Het CBS vergeleek de trends onder die 83 soorten in steden en dorpen met die in landelijk gebied. De vogels die in bebouwd gebied afnamen, blijken het in de rest van Nederland wel goed te doen. Waar in het stedelijk gebied maar een van de vijf vogelgroepen een duidelijk positieve trend vertoont (water- en moerasvogels), gaan in het buitengebied – waaronder beschermde natuur- en natuurontwikkelingsgebieden – vier van deze vijf groepen erop vooruit. De enige groep die in het buitengebied achteruit gaat zijn boerenlandvogels als de grutto en de kievit. Hun populaties nemen al decennia lang zeer sterk af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden