Flikker op met die noten

Sean Bergin vertegenwoordigt het beste in de Nederlandse geïmproviseerde muziek. Toch werd hij geregeld het Bimhuis uitgezet. Beroepsrisico. Dinsdag krijgt de Zuid-Afrikaanse saxofonist-componist van Schots-Ierse komaf er de Boy Edgar Prijs....

ZES UUR. Het is zés uur 's ochtends als de eerste pianotonen uit de Greta opklinken, een tot woonboot verbouwd vrachtschip in de Amsterdamse Houthaven. Sean Bergin neemt achter de toetsen even wat nieuwe stukken voor zijn kleine big band MOB door: extra contrapuntische lijnen, achtergrondjes, intermezzi voor de improvisaties.

Tegen tienen laat hij een nieuwe inval horen: een chromatische lijn die pesterig langzaam omhoog kruipt - een toevoeging aan Thembi's Visit. Het stuk is opgedragen aan zijn volwassen dochter, het liefste mens op aarde, die met zijn eerste vrouw opgroeide in Texas. Het is een 'major event' als Thembi komt logeren.

Sean Bergin is een familiemens. Zijn jongere dochter Una woont tegenwoordig in Apeldoorn. Liam, een neefje uit Australië, is tijdelijk bij hen ingetrokken. Meestal hangt hij een beetje rond op de boot. 'Have you heard from those folks yet?', vraagt Sean. Liam was gisteren bij een uitzendbureau. 'Call them.'

Sean maakt thee en smeert toastjes met jam. Zijn vrouw Bernadette komt binnen. Moe. Ze heeft weinig geslapen, een buurvouw is plotseling erg ziek geworden. De telefoon gaat: Robbie Hahn, de man die op 23 januari het concert presenteert waarop Sean de Boy Edgar Prijs krijgt. Hahn werkte in de jaren zeventig als theaterproducent in Londen, Seans eerste tussenstop nadat hij Zuid-Afrika verliet. Hij bracht Sean in contact met een theatergezelschap, waarmee hij door de USA toerde en uiteindelijk in Amsterdam belandde.

Dankzij Hahn kreeg Sean de opdracht muziek te maken voor Sesamstraat, samen met cellist Ernst Reijseger. Sean vertelt hem over de telefoon hoe hij laatst met het kwartet van pianist Mal Waldron in Antwerpen speelde. Met hem erbij klinken Waldrons statige composities opeens als springerige fifties hardbop.

Toch is Bergin een geboren melodicus. Een doorsnee MOB-compositie is een opeenstapeling van pakkende thema's waarin je zijn biografie terug kunt horen. Hij werd in 1948 in de buurt van Durban, Zuid-Afrika geboren, als zoon van immigranten. 'Ik ben half-Iers, half-Schots. Ik heb altijd dorst, maar betalen doe ik niet graag.' Zuid-Afrikaanse gospel, Keltische zangerigheid en het rumoer van Charles Mingus, de onruststoker van de jazz, zijn in Bergins muziek nooit ver weg.

Bergin had de Boy Edgar Prijs al eerder verdiend. In 1988, toen zijn klassieke, meeslepend melodieuze (en helaas niet meer leverbare) cd Kids Mysteries verscheen. Het in 1999 verschenen Copycat was net iets minder, maar rechtvaardigt de toekenning van de nationale jazzprijs evengoed - zelfs als je voorbijgaat aan Bergins tientallen andere jazzactiviteiten.

Die late erkenning: het heeft ook met Sean zelf te maken. Hij vertegenwoordigt het beste van de Nederlandse geïmproviseerde muziek, maar worstelt af en toe met het beroepsrisico dat kleeft aan optreden in ruimten waar drank wordt verkocht. In het verleden is hij vaak het Bimhuis-café uitgezet. Hij wordt dronken en luidruchtig, de barman weigert nog meer te schenken, en Sean begint dan echt luid en beledigend te worden. 'Oké Sean, zes maanden', luidde het vonnis van de barman na weer zo'n incident. Sean hoorde het onbewogen aan: 'Robby, you miserable man. Why don't you buy yourself a coffin, and crawl in it, and die.'

Het is boodschappendag vandaag. Tegen twaalven zit Sean op zijn fiets, een gevaarte met een gevaarlijk scheef hangend zadel, op weg om schoenen te kopen. Het valt niet mee maat 47 in driedubbele breedte te vinden. Na een mislukte missie in de Bilderdijkstraat, trakteert Sean op haring met ui op de hoek. 'Jij mag straks het café betalen.' Hij houdt van oude Amerikaanse show tunes. Onderweg zingt hij On the Street Where You Live. We gaan dwars door de grachtengordel, op naar de Kloveniersburgwal, met een korte tussenstop in een coffee shop in de Heisteeg.

Op de Grimburgwal wijst hij: 'Daar heb je de Crea. In 1978 ben ik bij Crea met workshops begonnen, via een vader die ik leerde kennen op Thembi's crèche. Ze zochten een saxofoonleraar, precies op het moment dat de Alien Police belangstelling voor mij begon te krijgen.'

Vanaf dat moment heeft Sean door heel Nederland ('o man, honderden') saxofoon- en improvisatieworkshops geleid. Hij heeft er een grote invloed op talrijke jonge muzikanten mee gehad, waarvan een aantal (saxofonisten Toby Delius en Daniele d'Agaro, koperblazers Joost Buis en Eric Boeren) in zijn bands terechtkwamen.

Op de Kloveniersburgwal stoppen we drie keer. Eerst bij de tweedehands boekwinkel van zijn vriend Barry Klinger, waar hij een paar romans van Dostojevski oppikt. Bergin houdt van negentiende-eeuwse fictie, van duistere Russische zieleroerselen en van romanfiguren die proberen te ontsnappen aan een kluwen van intriges. De tweede stop is de kapsalon, waar de norse kapper alles van saxofonist Sidney Bechet weet. Seans warrige haardos wordt door zijn partner onder handen genomen: een aantrekkelijke vrouw die meezingt met de radio. George Michael krijgt hij recht in zijn oor gezongen. Beneden is een zonnestudio. Een voor een komen zomers uitziende blondines naar boven, die zich her en der in de salon posteren. Als Sean met een frisse coupe onder de kapmantel vandaan komt, lijkt hij midden in een Dean Martin-film beland. Het is even na tweeën.

'En nu mag je een drankje voor me betalen.' Derde stop; het bruine café De Engelbewaarder. Het is er vreemd stil. Zondags rond zes uur is dit de lawaaiïgste plek van Amsterdam, als Sean de wekelijkse jamsessie leidt en muzikanten en vaste klanten in de smalle ruimte samendrommen om mee te doen of door de muziek te schreeuwen. Sean is een gewetensvolle sessieleider. Hij garandeert dat goede spelers de ruimte krijgen en mindere talenten niet al te lang op het podium blijven hangen. Twee vaste sessiebegeleiders, bassist Jacko Schoonderwoerd en drummer Victor de Boo, spelen op dit moment in MOB - drummer Han Bennink stapte een poos geleden boos op na een van Seans misdragingen.

Mede dankzij Bergin is de Nederlandse jazz verrijkt met een mengsel van Zuid-Afrikaanse kwela, pakkende liedjes en simpele harmonieën, en de Engelbewaarder is hiervan een belangrijk broeinest gebleken. Kwelajazz is minder complex dan bebop, maar het bezit een opgewekte energie waar beginnende improvisatoren mee uit de voeten kunnen. Het illustreert hoe voor Bergin muzikale en sociale aspecten samengaan.

Barry Klinger komt binnen. Een verstokte jazzfan, die pianisten op de zondagmiddagsessies vertelt dat ze te veel Herbie Hancock-shit spelen. 'Weet je wie Seans helden zijn? Charlie Parker en Lester Young.'

Sean: 'Soms komen die met zulke prachtige vondsten, onbegrijpelijk. Je weet toch nooit hoe je ergens op komt. Ik speelde iets voor Toby, een van m'n licks waar ik een stukje van had gemaakt. Toby zei: It catches you, this one, it's a bit tricky. Zoiets geeft me een goed gevoel. Het was maar een toonladdertje, met kleine ritmische grappen waar ik van houd. Ideeën. Ik zeg altijd: Fuck the notes, tell the story. Die noten zijn er toch al.'

Barry: 'Alsof je zoekt naar sublieme ogenblikken.'

Sean, vet: 'Orgasmen ja.'

Barry: 'Ik hoorde je zondag. Je tempo's zijn beter de laatste tijd.'

Sean: 'De ene dag voel je je beter dan de andere. Dat is alles.'

Half vier. Het café is een stuk drukker geworden. Oude soul klinkt uit de luidsprekers, een groep studenten komt binnen, de lucht begint rokerig te worden. Het is het uur van de waarheid voor de kroegtijger: stappen we op of nemen we er nog eentje? 'Laten we gaan.' Terug op weg naar het Westelijk Havengebied merk je hoe Bergin thuis is in Amsterdam. Voor de islamitische slagerij op de Haarlemmerdijk maakt hij een praatje met de sopraan Margo Rens. Op de Galgenbrug houdt een man hem staande die hij kent uit een buurtkroeg. Een man op een dekschuit zwaait. Voor de Spar in de Planciusstraat loopt hij zijn buddy Toby Delius tegen het lijf. Als hij zijn fiets van het slot haalt, roept iemand: 'Sean.'

Sean Bergin mag wel eens krap bij kas zitten, op andermans zak teren doet hij niet. Na het eten (spaghetti met tomaten en falafel-balletjes) fietst hij naar de Jordaan, om in een kleine bar met beslagen ramen een oude rekening te betalen. En er eentje te nemen, misschien twee, nu hij er toch is. Hij wijst op iemand die in de hoek backgammon speelt: 'Daar zit Mei Ing. De vroegere eigenaar van het Bimhuiscafé. Goeie man.' Heeft hij Sean er ooit uitgezet? 'Nooit. Soms mocht ik de bar niet in, en soms mocht ik het podium niet op, maar nooit allebei tegelijk. Ik heb nog eens twee weken stiekem in de kelder gewoond, toen mijn huis werd gesloopt. We vertrokken pal voor de sloopbal arriveerde. Echt waar: toen we wegreden, zagen we in de achteruitkijkspiegel hoe hij de gevel insloeg.'

Onderweg naar geluidstechnicus Dick Lucas in De Pijp zingt Sean zijn oude favoriet Blame it on my Youth. Bij Dick thuis bekijkt hij twee oude fifes, houten fluiten waarop diens vader in een straatorkestje speelde. Sean probeert ze uit met wat Ierse motiefjes. Dan door naar het buurtcentrum op de hoek, waar het amateurzangkoor Morgenrood repeteert. In opdracht van Morgenrood schreef Sean een aantal stukken, op tekst van de koorleden, die worden uitgevoerd tijdens de prijsuitreiking in het Bimhuis. Lucas neemt de hele avond op voor de radio, en komt vanavond vast kijken hoe hij de zangstemmen het best kan vastleggen.

Het koor heeft er zin in, het is mooi repertoire dat Bergin heeft gemaakt; een stuk dat lijkt op een Zuid-Afrikaans stamlied, een Iers klinkend werk, en iets waarvan het thema uit een oud stuk van Misha Mengelberg lijkt gepikt (later zegt hij: 'Dat heb ik niet van Misha, Misha heeft het net als ik van Puccini gejat'). 'Klinkt goed', zegt hij tegen het koor. 'Een paar dingetjes. . .'

Daarna is de volgende halte een Ierse bar achter het Rembrandtplein. Een bomvolle, rokerige kroeg, waar je tureluurs wordt van de doorfiedelende volksmuziek. Bergin vertelt over een nieuwe cd-versie van zijn compositie Beach Balls, door een duo dat destijds ook op Kids Mysteries speelde (pianist Alex Maguire en klarinettist Michael Moore), en hoe ze probeerden zo dicht mogelijk bij de sfeer en het tempo van het origineel te blijven.

Michael Moore speelt deze week in een nieuwe club bij het Centraal Station, Pompoen. 'O ja?', roept Sean, 'laten we gaan kijken.' Onderweg zingt hij That's All.

De lange dag zit er nog niet op. Sean blijft tot sluitingstijd in Pompoen ('ik wou dat ik speelde als Michael, zo mooi en relaxed'), maakt voor thuiskomst een tussenstop in een snackbar op de Haarlemmerdijk, en zal vervolgens nog twee uur achter de piano doorbrengen, voor hij naar bed gaat. Hij is dan tweeëntwintig en een half uur op de been geweest.

Dat hij de dag eindigt zoals hij hem begon, achter de piano, is logisch. Zijn kriskrastochten door de stad stimuleren zijn muziek, die boordevol zit met elkaar overlappende melodieën en impressies. Zijn excessen kunnen irritant zijn, maar wie zoals Sean alles tegelijk probeert te omarmen, betaalt wellicht de prijs met een lichte vervreemding.

Het is koud en nat. Als we verkleumd bij Pompoen arriveren, zien we door de ramen dat de band net pauze heeft. Sean doet de deur open en belandt in een ruime, goed verlichte club met een majestueus hoog plafond. Bij de deur staan Floris Nico Bunink en John Engels te praten, twee jazzveteranen die Sean meteen feliciteren met zijn prijs. Aan de bar staan Toby Delius, Han Bennink (die niet meer kwaad op hem is) en gitarist Phola Mamba. Mamba heeft Sean uit zijn band Lebombo gezet omdat hij tijdens een chique schnabbel in een potpalm piste, maar nu biedt hij hem wat te drinken aan. Na al zijn omzwervingen is Sean Bergin in de jazzhemel beland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden