Flexwerkers en ongeschoolden zijn veel vaker arbeidsongeschikt

Flexwerkers en ongeschoolden hebben veel vaker een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Meer dan de helft van de mensen met zo'n uitkering is flexwerker. Het is voor hen niet aantrekkelijk weer aan de slag te gaan. Van degenen die volledig worden afgekeurd, heeft tweederde geen beroepsopleiding afgerond.

Beeld anp

Dit concludeert een beleidscommissie van topambtenaren van alle ministeries in een onderzoek over de arbeidsongeschiktheidsregelingen. De ministerraad bespreekt het rapport woensdagochtend. Het is de bedoeling dat de vijftien aanbevelingen om het systeem te verbeteren een rol spelen bij de kabinetsformatie.

De ambtenaren concluderen wel dat het stelsel dat in 2006 werd geïntroduceerd, 'effectief' is. 'De jaarlijkse instroom is afgenomen van rond 100 duizend in 2000 tot circa 40 duizend nu.' Wel is er een groot verschil tussen werknemers in vaste dienst en flexwerkers, en tussen ongeschoolden en mensen met een opleiding.

Er zijn ruim 1,5 miljoen flexwerkers in Nederland naast circa 7 miljoen werknemers met een vaste baan. Als flexwerkers ziek worden, kunnen zij, net als werklozen, via het UWV een uitkering krijgen. Daarna wordt weinig gedaan om hen weer aan het werk te helpen. 'Jezelf beter melden in de Ziektewet heeft bovendien een negatieve financiële consequentie omdat je dan je recht op arbeidskorting verliest', schrijven de ambtenaren.

De groep die volledig wordt afgekeurd is over het algemeen laagopgeleid. Tweederde heeft geen beroepsopleiding of studie afgerond, een zogeheten startkwalificatie. Hun aandeel in de beroepsbevolking is veel kleiner: een kwart. Dat het risico voor mensen zonder startkwalificatie om volledig arbeidsongeschikt te worden zo hoog ligt, komt door de systematiek. De uitkering zegt niets over de handicap maar over het loonverlies tussen de oude baan en werk dat theoretisch nog wel gedaan kan worden.

Bijna driekwart van degenen die volledig zijn afgekeurd kan nog wel werken maar dat wordt ontmoedigd. Zij zijn onzeker over hun mogelijkheden aan het werk te blijven. 'De WIA-uitkering is daarom een belangrijke inkomenszekerheid in hun leven.'

De ambtenaren concluderen dat het stelsel wel goed werkt voor werknemers met een vaste baan. Werkgevers moeten maximaal twee jaar loon doorbetalen aan een zieke werknemer. Ook zijn zij er verantwoordelijk voor hem weer aan het werk te krijgen. Als de uitgevallen werknemer toch een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgt, dan moet de werkgever tien jaar lang extra premie betalen. 'Dit', schrijven de ambtenaren, 'heeft geleid tot een substantiële daling van de gemiddelde werkgeverslasten en een hogere arbeidsparticipatie.' Keerzijde is volgens de ambtenaren dat werkgevers sollicitanten strenger selecteren of een flexcontract geven.

De ambtenaren doen aanbevelingen flexwerkers tijdens de twee jaar voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheidskeuring weer aan werk te helpen. Ook kan de keuring preciezer worden, waardoor mensen minder snel volledig worden afgekeurd. De verplichtingen voor arbeidsongeschikten kunnen aangescherpt worden. De commissie stelt voor dat WIA-gerechtigen in ieder geval wordt verplicht zich in te spannen basale vaardigheden te beheersen, zoals het Nederlands en computervaardigheden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.