Flexwerkers aan een kettinkje

Tijdelijke arbeidskrachten vormen de banenmotor van Nederland. De wettelijke regels voor de werkgevers worden weer soepeler. Niet iedere flexibele werker wordt daar beter van....

MARGREET VERMEULEN

Op jaarbasis verrichten ongeveer anderhalf miljoen mensen tijdelijk werk, al dan niet via een uitzendbureau. Van bollenplukkers tot software-specialisten. Van thuishulpen tot omroepmedewerkers.

Deze week stemde de Tweede Kamer in met een wetsvoorstel om het werkgevers makkelijker te maken tijdelijke arbeidskrachten in te huren. Voor sommige flex-werkers zit er een verbetering van hun rechtspositie in het vat. Voor anderen niet.

Een van de meest ingrijpende maatregelen is dat een tijdelijk contract straks drie keer mag worden verlengd en dat die 'ketting' van tijdelijke contracten maximaal drie jaar mag duren. Werknemers die aan hun vierde contract of vierde arbeidsjaar bij dezelfde baas beginnen, krijgen in de toekomst automatisch een vast dienstverband.

Nu geldt nog de regel dat tijdelijke arbeidscontracten slechts éénmaal verlengd mogen worden. Daarna krijgt de flexkracht de ontslagbescherming en al het andere dat bij een vaste baan hoort. In situaties waarin het tijdelijk contract wordt gebruikt als een soort proeftijd, gaan de werknemers er dus op achteruit. In plaats van één jaar kunnen werknemers straks drie jaar aan het lijntje worden gehouden.

Wellicht verbetert er wél iets voor werknemers die nu via de constructie van 10- of 11-maandscontracten jaar-in-jaar-uit op tijdelijke basis bij dezelfde baas werken. Bij de omroep gebeurt dat op grote schaal. Zo'n ketting van contracten is toegestaan als er tussen de contracten telkens een maand 'pauze' in acht wordt genomen. Die ene maand wordt in de nieuwe wet opgerekt tot drie maanden.

Dit maakt het voor werkgevers lastiger om werknemers via een ketting van flex-contracten tot in lengte van jaren aan zich te binden, maar niet onmogelijk. Met een 'gedwongen' verlof van drie maanden is er wel weer een mouw aan te passen.

Oproepkrachten gaan er met de nieuwe wet in de hand ontegenzeggelijk op vooruit. Zodra hun baas ze oproept, hebben ze voortaan recht op drie uur loon. Ongeacht of er daadwerkelijk 3 uur is gewerkt. Voorwaarde is wel dat de oproepkracht geen vast rooster heeft en minder dan 15 uur per week werkt. Ofwel, dat er met de oproepkrachten geen afspraken zijn gemaakt over de arbeidsduur.

Daarmee wordt tegelijkertijd het gebruik van nul-uren contracten aan banden gelegd. Deze werknemers krijgen geen loon als er geen werk is, de naam van het contract zegt het al. De nieuwe wet staat deze praktijk nog toe voor het eerste half jaar. Daarna krijgt de werkgever een verplichting tot doorbetaling van het loon. Hoeveel loon doorbetaald moet worden, is afhankelijk van het aantal uren dat er de laatste 3 maanden gemiddeld werd gewerkt.

Die loondoorbetalingsplicht rust trouwens straks op de schouders van álle bedrijven die flex-krachten inhuren voor een half jaar of langer. Alleen als werkgevers en werknemers dat in de cao overeenkomen, kan van die plicht worden afgeweken. Maar het zal duidelijk zijn dat de bonden in dat geval zoveel wisselgeld zullen eisen, dat werknemers er per saldo niet slechter van worden.

Het ingrijpendst verandert de relatie tussen de uitzendkracht en het uitzendbureau. Het eerste half jaar blijft de relatie zoals die nu is en kan de uitzendkracht ieder moment op straat komen te staan. Daarna krijgen medewerkers van uitzendbureaus dezelfde rechten als alle andere werknemers. Met andere woorden: na drie tijdelijke contracten óf uiterlijk na drie jaar komt de uitzendkracht in vaste dienst bij het uitzendbureau.

Interessant is dat het uitzendbureau hiervan mag afwijken als de cao daartoe ruimte biedt. Met deze bepaling geeft de politiek de uitzendbranche een duwtje in de rug op weg naar de onderhandelingstafel met de vakbonden. Een verbetering van de tamelijk schrale uitzend-cao ligt in het verschiet.

In plaats van tussenpersoon wordt het uitzendbureau meer en meer een 'gewone' werkgever. Met als gevolg dat de uitzendbranche in rep en roer is. Want met 250 duizend uitzendkrachten (op dagbasis) zou de uitzendbranche de grootste werkgever van Nederland kunnen worden.

Zo'n vaart zal het echter niet lopen. De bulk van de uitzendkrachten verhuurt zich voor hooguit drie maanden. Slechts een kleine minderheid is langdurig uitzendkracht. Daar staat tegenover dat de krapte op de arbeidsmarkt sommige uitzendbureaus nú al noopt de goudhaantjes onder hun medewerkers vast te houden door ze een vast dienstverband aan te bieden.

De vakcentrale FNV kan leven met de verruiming van de mogelijkheden om werknemers tijdelijk werk aan te bieden. Want daar tegenover staat dat de nieuwe wetgeving meer helderheid en zekerheid biedt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden