Flexstad

Maarten Kloos (64) volgt al een kwart eeuw de golfslag van de stad, als directeur van het Amsterdamse architectuurcentrum Arcam. De bouwkunst staat voor nieuwe uitdagingen.

Vandaag de dag ligt de stad er goed bij, stelt Maarten Kloos vast. De crisis betekent weliswaar een terugslag na decennia van bloei, maar ondanks dat is de stad populairder dan ooit. 'Misschien dat daardoor iedereen vergeet dat het niet zo lang geleden is dat het slecht ging met Amsterdam. Een kwart eeuw terug liep de stad volledig leeg, er waren nog veel verkrotte wijken en de architectuur had geen oplossing.'


Ergens in die jaren tachtig heeft de stad zich herpakt. Rondom de Utrechtsestraat, aan de rand van de grachtengordel, waar toen de heroïnehoertjes tippelden, doet een bovenwoning nu 5500 euro per vierkante meter. Het toont aan hoe betrekkelijk de greep is die de stedenplanners op de stad hebben.


Al sinds 1986 volgt Kloos de golfslag van de stad, als directeur van Arcam, het architectuurcentrum dat zich bekommert om de bouwkunst in Amsterdam. Hij heeft de Nieuwe Stedeling zien opstaan. Hij heeft succesvolle nieuwbouw gezien - de internationaal geroemde bebouwing van de IJ-oevers. En de reparaties van de no go-areas - Nieuw-West en de Bijlmer. En nu, net als in het midden van de jaren tachtig, lijkt de stad net als toen weer op een snijpunt te staan.


De woningbouw ligt nagenoeg stil, projectontwikkelaars bewegen in het geheel niet meer. 'Maar ik zie het als een tijd met nieuwe kansen voor de stad', zegt Kloos. Voor het eerst sinds de groeispurt op de onroerend goedmarkt is ingezet, is er een echte adempauze. 'De crisis dwingt ons tot nadenken over de stad. Over wat hij aankan.'


Gebrek aan geld in combinatie met leegstand van kantoren, biedt kansen op kleine, tijdelijke oplossingen waar minder strenge regels voor gelden: 'Tijdelijk is vaak niet slecht voor de stad. Stedenbouw light, wordt het wel genoemd. Je moet die ingrepen zien als het masseren van de stad. Het maakt de stad flexibel. Hij moet met de tijd kunnen meebewegen.'


Kloos studeerde Bouwkunde aan de TU Delft, maar praktiserend architect is hij nooit geworden. Hij schrijft over architectuur, is organisator, docent en adviseur. Hij was architectuurcriticus van de Volkskrant en hoofd architectuur van de Academie van Bouwkunst, maar is vooral al een kwart eeuw lang 'mister Arcam', het Amsterdamse architectuurcentrum dat midden jaren tachtig werd opgericht toen Rotterdam na lang getouwtrek de strijd won om het Nederlands Architectuurinstituut (NAi). 'Dat heb ik toen schrijnend gevonden voor Amsterdam. Politiek wel een begrijpelijk besluit, in de culturele context veel minder. Nu denk ik, prima dat al die prachtige archieven, ook het werk van Berlage in Amsterdam, bij elkaar liggen in Rotterdam.' Maar er staan inmiddels nieuwe bedreigingen voor de deur van de bouwkunst. In Amsterdam, maar ook de plannen om het NAi samen te voegen met het vormgevingsinstuut Premsela en Virtueel Platform verontrusten hem.


'De politiek lijkt zich totaal niet meer bewust van de betekenis van de bouwkunst. Neem Amsterdam, die zijn grachtengordel op de Unesco erfgoed lijst heeft staan, die al dat prachtigs van Berlage bezit en zo veel belangrijke moderne architectuur, die moet een architectuurcentrum hebben. Een centrum dat informatie bijeenbrengt, tentoonstellingen organiseert, debat houdt: dat reflecteert op de stad.'


Eigenlijk had Kloos dit jaar met pensioen zullen gaan - hij wordt 65 -, maar hij stelt het nog twee jaar uit. Subsidies staan onder druk, het begrip bouwkunst staat niet in het stedelijke Kunstenplan. 'Niet dat Arcam koste wat het kost moet voortbestaan, maar het zit me dwars dat zelfs Amsterdam de bouwkunst niet meer serieus lijkt te nemen.'


Weet de stad wel wat het aan zichzelf schuldig is? Vraagt hij zich af. 'Er komen elf miljoen toeristen per jaar, de economische bloei van de binnenstad is voor een groot deel aan die stroom buitenlanders te danken.' Die komen natuurlijk voor de musea, de rosse buurt en de wiet, 'maar ook voor de grachtengordel, voor de Amsterdamse School', zegt Kloos. 'En ze komen voor de stedenbouw van nu, op de zuidelijke IJ-oevers, voor die verdichte bebouwing zonder echte hoogbouw, daar is Amsterdam de laatste jaren zo goed in geworden.'


Zo goed, dat de druk om in de stad te wonen - en dat geldt lang niet alleen voor Amsterdam - de komende jaren alleen maar toeneemt. De Nieuwe Stedeling houdt van de variëteit die de stad biedt. 'Het aanbod van de moderne stad is enorm', zegt Kloos: 'de kennis, de festivals, de stadsstranden, het werk, winkels, carrièremogelijkheden, de varianten in wonen. Dat is al jaren zo onweerstaanbaar, dat ook jonge ouders de stad niet meer uit willen.'


Zijn woning bevindt zich aan de mond van het Noordzeekanaal, met schuin aan de overkant een wit futuristisch gebouw. Het is het Eye Filminstituut, dat in april opent. 'Een fantastisch gebouw, waar Amsterdam nog veel plezier aan gaat beleven, zegt hij. Hij was jurylid voor de prijsvraag van het instituut en de creatie van het Weense architectenbureau Delugan Meissl, die er nu staat, was zijn favoriet.


Op die plek is de nieuwe stad goed gelukt. Maar een paar honderd meter verderop niet: een wezenloze serie geschakelde blokken, verbonden met glazen tussenstukken: het nieuwe laboratorium van Shell langs het water van het IJ. 'Over gemiste kansen gesproken', verzucht hij. Wat de vraag opwerpt: waarom gaat het zo vaak mis in het de stad? Van heel groot - de Bijlmer - tot zoiets relatief overzichtelijks als bij Shell: een prestigieuze plek waar een multinational veel meer zijn best op had mogen doen.


Toch: 'Dat het mis gaat, dat hoort erbij.' Dat is het geheimzinnige van een stad', vindt Kloos. 'De stad zit vol goede bedoelingen, maar je hebt er nooit volledig greep op. De vraag is zelfs, moet je totale controle nastreven? De oorspronkelijke Bijlmer was immers ook een wijk met alleen maar goede bedoelingen. En kijk, ze werken daar al veertig jaar om de boel te repareren.'


In dat opzicht is deze tijd van lichte stedenbouw een verademing, omdat het minder voor de eeuwigheid is. 'Stedenbouw gaat altijd over het streven naar een ideale situatie. Hoe de gedroomde stad eruit moet zien. Dat mag je wel ambiëren, als je je maar realiseert dat het mis kan gaan.'


Een van zegeningen van de crisis is dat er weer ruimte is voor de marge. De marge was in de jaren tachtig een belangrijke factor in de wederopstanding van de stad. Verkrotte en lege plekken werden overgenomen door kunstenaars en krakers. 'In een stad met hoge grondprijzen wordt die alternatieve cultuur naar buiten gedrukt.' Maar de huidige leegstand in combinatie met een lichter welstandsregime biedt nieuwe kansen. Studenten in containerwoningen, in lege kantoren. Moestuinen op het dak, tijdelijke winkels, tijdelijke zzp-werkplekken en een hippe club in een oude krantendrukkerij.


Voor hem in zijn werkkamer ligt een klein, liefdevol getypografeerd boekje. Jan Jansen Architecten en andere kwesties. Een bundeling van columns die hij 25 jaar lang schreef. Terloopse architectonische observaties, speldenprikjes. Verbazing over de bebouwde omgeving. 'Ik heb even de verleiding gevoeld om sommige oude columns ter herschrijven. Bang dat het gedateerd zou zijn. Maar dat heb ik weerstaan. Het is juist goed zo. Nu is het een tijdsbeeld.'


Jan Jansen Architecten en andere kwesties, uitgeverij Architectura & Natura, € 15,- , ISBN: 978-94-614-0020-8. Petitie 'Bouwkunst op 17', arcam.nl.


Gelukte architectuur (en mislukte)

Op de ene plek lukt het wel met de architectuur in Amsterdam, op andere plekken gaat het faliekant mis, volgens Maarten Kloos, directeur van Arcam. Het nieuwe, scherp gesneden, Eye Instituut (voorheen Filmmuseum) aan de noordzijde van het IJ, tegenover het Centraal Station is een aanwinst voor de stad. Het ontwerp van het Weense architectenbureau Delugan Meissl gaat in april open. Iets meer naar het westen ligt het nieuwe Shell laboratorium, opgeleverd in 2009. De oliefirma die decennialang de noordoever domineerde met zogenoemde Shelltoren (1966, architect Arthur Staal), heeft op de nieuwbouw weinig zijn best gedaan. 'Gemiste kans', oordeelt Kloos.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden