Reportage Flexibele Lesuren

Flexibele schooltijden? Ideaal voor ouder en kind

De meeste basisschooldirecteuren willen de schooltijd flexibeler indelen, blijkt uit een peiling van hun vereniging. Op de Sterrenschool in Apeldoorn is het een groot succes. Toch is een experiment hiermee op andere scholen grotendeels mislukt.

Kinderen spelen op het plein na afloop van hun schooldag op de Sterrenschool in Apeldoorn. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Het is half drie, en Sterrenschool Apeldoorn is net uit. De andere scholen van Apeldoorn zijn een week dicht in de herfstvakantie, maar deze niet. De school werkt namelijk met flexibele lestijden, waarover ouders deels zelf kunnen beslissen. 

‘Dit hoort gewoon bij de vooruitgang,’ zegt moeder Jolanda ter Maten, terwijl de laatste kinderen nog een potje voetballen op het plein. ‘Beide ouders werken tegenwoordig, niet iedereen hoeft door dezelfde molen.’ Voor Ter Maten en de andere ouders op het plein is deze school een uitkomst. ‘Ik heb een eigen bedrijf, dus is dit heel handig’, zegt Carolien Yenal. Ze kan zelf kiezen wanneer ze op vakantie wil met haar kinderen, mits ze dat een half jaar van tevoren aanvraagt. Een snipperdagje kan ze zelfs nog de avond vooraf aangeven. ‘Voor als je een keer naar Efteling wilt. Als je op maandag gaat, staat er zelfs geen rij!’

De Sterrenschool Apeldoorn is een van de scholen die deelnemen aan een proef met flexibele lestijden. De school barst met 165 leerlingen bijna uit haar voegen. Nu de proefperiode bijna afloopt, hopen zowel de ouders als de school dat de boel niet op de schop hoeft. Naast de voordelen voor ouders is flexibel onderwijs volgens hen ook goed voor het kind. Er is veel individuele aandacht en de leerlingen zien veel verschillende gezichten.

Lesprogramma op maat 

Zorgen die flexibele tijden niet voor chaos? ‘Wij zijn juist een heel gestructureerde school’, zegt schooldirecteur Hans van der Most bij een kop koffie. ‘Dat moet ook wel, want je moet elk uurtje voor elk kind verantwoorden.’ Per kind houdt de school de vooruitgang bij op verschillende vlakken. Op basis hiervan wordt een lesprogramma op maat gemaakt. ‘Als je een zwakke rekenaar hebt in groep zeven, kun je hem gewoon laten rekenen met groep zes.’ Dat brengt wel extra kosten met zich mee, door extra personeel voor individuele begeleiding.

Bijna 80 procent van de schoolleiders in het basis- en speciaal onderwijs wil flexibeler kunnen omgaan met onderwijstijd, blijkt uit een enquête onder ruim zeshonderd leden van de Algemene Vereniging van Schoolleiders (AVS). Toch zijn er nog geen plannen hieraan op grote schaal gehoor te geven, want op een aantal scholen leidde de proef met flexibel onderwijs tot grote problemen.

Waarom is het op het Sterrencollege Apeldoorn wel gelukt? ‘Een hele goede voorbereiding, en een team dat ervoor gaat,’ zegt Van der Most. Zijn school besteedde eerst jaren aan het werven en trainen van de juiste mensen. ‘Iedereen heeft elkaar eerst goed leren kennen.’ Naast leerkrachten zijn er ook mensen uit de kinderopvang, met een ‘pedagogische achtergrond’ in plaats van een didactische. Ten slotte heeft de school zich verzekerd van de steun van de ouders en het bestuur.

Juf Annemieke van der Linde was er vanaf het begin bij: ‘Het maken van het programma was in begin even een werkje, maar ook daar krijg je handigheid in. Nu gaat het allemaal vanzelf. Kwaliteit heeft niet te maken met het aantal uren onderwijs, maar met goede organisatie. En goede leerkrachten.’

Kinderen spelen bij de Sterrenschool in Apeldoorn. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Flexibeler onderwijs is lang niet altijd beter

Dat ouders blij zijn met flexibeler mogelijkheden om werk met zorgtaken te combineren, en om buiten het dure hoogseizoen op vakantie te gaan, wil nog niet zeggen dat het ook tot kwalitatief beter onderwijs leidt. Van de negen basisscholen die in 2018 deel uitmaakten van een experiment met flexibele schooltijden, deed tweederde dat niet zozeer uit overtuiging, maar in de hoop op hogere leerlingenaantallen vanwege die praktische voordelen voor ouders.

‘School heeft altijd ook een bewaarfunctie gehad voor kinderen’, zegt onderwijssocioloog Sjoerd Karsten van de Universiteit van Amsterdam. ‘Dat je op dat gebied tegemoetkomt aan wensen van ouders is prima, maar dan moet je het niet vals beargumenteren met zogenaamde voordelen voor het leerproces. Het risico is dat scholen niet het kind voorop stellen, maar vooral een aantrekkelijk aanbod voor ouders willen bieden.’

Kwaliteitsverlies

Dat risico ‘leidde in sommige gevallen tot kwaliteitsverlies’, oordeelde minister Slob van Onderwijs deze zomer over het experiment. ‘Het hebben van ruimte om onderwijskwaliteit te realiseren is iets wezenlijk anders dan flexibiliteit als een manier om een school richting ouders te profileren.’

Slob baseerde zich op een evaluatie van de Onderwijsinspectie. Die was vorig jaar zeer kritisch. Van de twaalf scholen die sinds 2011 hebben geëxperimenteerd met een flexibel rooster, zijn er in 2018 maar vijf over die volgens de inspectie voldoende onderwijskwaliteit bieden.

‘Het merendeel van de scholen slaagt er op dit moment nog niet bevredigend in voor alle leerlingen een ononderbroken leerproces te verzorgen’, staat in het inspectierapport. ‘Leerlingen die vakantieverlof hebben genoten buiten de reguliere vakanties, kunnen soms een deel van de leerstof pas weken later inhalen als zij naar school gaan tijdens een reguliere vakantie. Hierdoor kunnen hiaten in de leerstof ontstaan, die op termijn tot leerproblemen kunnen leiden.’

‘Het zijn zaken waarmee je zeer voorzichtig moet zijn’, zegt onderwijssocioloog Karsten. ‘Dat ligt waarschijnlijk niet aan de flexibele tijden op zich, maar aan het feit dat je dat als school maar moeilijk goed georganiseerd krijgt. Dan wordt het een beetje een zooitje.’

Scheve gezichten

De Inspectie constateert dat openstelling tijdens reguliere vakanties uiteraard vraagt om meer docenteninzet, wat in de huidige tijden van lerarentekorten problematisch kan zijn. Bovendien kost een flexibelere school meer geld. In sommige gevallen zijn schoolbesturen bereid extra budget vrij te maken, maar dit leidt dan weer tot ‘scheve gezichten’ bij andere scholen die geen extra geld krijgen en ‘een deel van hun budget inleveren ten gunste van de experimentscholen’.

Soms wordt een hoge vrijwillige ouderbijdrage gevraagd om in de extra kosten te voorzien, maar als die bijdrage in de praktijk meer verplicht dan vrijwillig is, kan dat leiden tot ongewenste ongelijkheid voor kinderen.

Ondanks al deze mogelijke nadelen blijkt uit de enquête onder schoolleiders dat er wel behoefte is aan meer vrijheid voor basisscholen om hun tijd in te delen. Daarom komt er komend jaar in elk geval een vervolgexperiment met – waarschijnlijk - de vijf scholen die al werken met een flexibel rooster en wél goed presteren. Dat nieuwe experiment wordt onderdeel van een breder programma waarin Slob ‘inspirerende’ voorbeelden van flexibeler basisonderwijs wil onderzoeken. Maar, waarschuwt de minister alvast, ruimere wetgeving overweegt hij alleen ‘als duidelijk en onomstotelijk vaststaat dat de kwaliteit van het onderwijs niet in het geding is’.

Anneke Stoffelen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden