Flessenpost

Er was, niet zo lang geleden, het briefje in een doos met nep-grafstenen, versierselen voor het Halloweenfeest, dat een dame uit Oregon vond. Er was, vorige week, het verhaal achter het briefje dat een vrouw in 2012 vond, toen ze naar haar nieuwe regenlaarzen greep in een papieren zak van het chique warenhuis Saks Fifth Avenue.


Er zijn wel vaker dat soort briefjes opgedoken. Ze reppen van uitbuiting, dwang en nooit eens mogen zitten, en er wordt schaamteloos in gebedeld om hulp. Flessenpost uit een ander universum. Sta je daar, met dat stel guitige tuinkabouters dat het zo leuk zal doen op het terras in je hand.


Die briefjes zijn geschreven door, althans dat staat er meestal in, mensen die onder bedenkelijke omstandigheden gedwongen zijn te werken aan de productie van speelgoed, kerstslingers en andere meuk en tierlantijnen die de mensen in het Westen graag kopen. Zo stond er op het Halloweenbriefje dat de geinige namaak-grafstenen gemaakt zijn door dwangarbeiders in een Chinees werkkamp, waar de mensen vijftien uur per dag werken zonder pauze, op straffe van mishandeling. Het briefje bleek authentiek; Amerikaanse media wisten later de auteur te achterhalen, een 47-jarige aanhanger van de Falun Gong-beweging, die door de Chinese wetshandhavers 2,5 jaar naar een kamp was gestuurd voor 'heropvoeding door middel van arbeid'. 's Nachts in bed schreef hij met achterovergedrukte pennen op gestolen velletjes papier stiekem zijn noodkreten in Engels, doorspekt met Chinees. Overdag propte hij de post tussen de plastic schedels en spinnewebben met bestemming Amerika, zich onderwijl afvragend voor welke lugubere rituelen ze bestemd waren.


Ook het briefje dat in de papieren Sakstas China uit was gesmokkeld, was geen stunt van actievoerders. HELP, HELP, schreef de afzender, die er bij vermeldde dat hij dertien uur per dag 'als een slaaf' papieren zakken moest vouwen in de gevangenisfabriek. Deze week beschreven diverse media hoe de vindster zijn noodkreet doorspeelde aan mensenrechtenorganisaties, die op hun beurt via-via de man wisten op te duikelen. Na het uitzitten van een driejarige gevangenisstraf woont en werkt hij inmiddels in Dubai, ook geen arbeidersparadijs.


Het aardige van dit soort briefjes is dat ze meer indruk maken dan bezorgde verhalen van mensenrechtenorganisaties over bedrijven die niet kunnen garanderen dat hun spullen dwang-, -slaven of -kinderarbeidvrij zijn, dat de fabrieksgebouwen waarin gewerkt wordt niet bij elk brandje in doodskisten veranderen omdat er geen nooduitgangen zijn en er tralies voor de ramen zitten, dat de werknemers niet het risico lopen een arm te verliezen, of een been, of een hand, bij het maken van spullen die wij graag kopen. Die verhalen kennen we zo langzamerhand wel.


Interessant wordt het als de spullen gaan praten. Als in het vijfsterrenhotel in Abu Dhabi onder het tapijt een briefje ligt: 'Mijn paspoort is ingehouden door de opdrachtgever, collega's die staakten voor hoger loon zijn gedeporteerd, ik moet negen maanden werken om mijn rekruteringskosten terug te betalen en ga daarna pas iets voor mezelf verdienen. Geniet van uw verblijf'. Als op het toegangskaartje voor het WK-voetbal in Brazilië een post-it blaadje zit geplakt: 'We zijn opgejaagd en geïntimideerd om dit stadion te bouwen, demonstraties en stakingen zijn de kop ingedrukt. Fijne wedstrijd'.


Je kunt natuurlijk altijd terugzeggen: 'Maar ik deed niks.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden