Flat

Wonen in een flat is anders. Om dat te beseffen moet je opgegroeid zijn in een rustige buurt in een nog rustiger dorp, waar je iedereen bij naam kende....

Aan het begin van de straat woonde een man die zijn broek altijd zover liet afzakken, dat je de bovenkant van zijn billen kon zien als hij bukte. En je wist dat als de bal in de tuin van de overburen kwam, de bejaarde buurman met een rood hoofd naar buiten kwam en de bal nevernooit meer teruggaf. Dat rode hoofd kwam van de bloeddruk, zei je moeder dan, en je moest het die meneer maar niet te veel kwalijk nemen. Alles was wel zo'n beetje duidelijk.

Terug naar die flat, mijn flat. Twaalf verdiepingen hoog, twaalf voordeuren breed. Achter die 144 deuren wonen allochtone gezinnen, studenten, en oudere echtparen. Ieder met zijn eigen problemen en probleempjes.

Soms worden die pijnlijk openbaar, zoals laatst toen ik de bovenbuurvrouw hoorde schreeuwen. Door haar vriend gestoken met een mes, vertelde ze, toen ik toch maar even ging kijken wat er was. Het bloed op haar blouse deed erger vermoeden dan het was, niet meer dan een fikse jaap in haar vinger. Gelukkig zijn ze alweer samen, ondanks de aangifte van de vrouw.

In mijn oude buurt gebeurden dat soort dingen natuurlijk nooit, bedacht ik me. Daar was geen schreeuwende bovenbuurvrouw met een vriend die haar stak. Je had helemaal geen vriend, je was gewoon getrouwd met een man. En die haalde het niet in zijn hoof om je te steken. De buurt zou eens denken.

Laatst is ook mijn fiets onder aan de flat gejat. Het was alweer de derde keer in de vijf jaren dat ik hier woon. Op het kruispunt achter mijn flat gebeuren nare ongelukken. En de jongen die de folders rondbrengt gooit ze gerust in het plantsoen. Soms ligt er bloed in de lift en stinkt het trappenhuis naar hasj van de Marokkaanse jongens en mannen die binnen niet mogen roken van hun vrouwen.

Toch went het wel, zo'n flat. Er wonen hele aardige mensen. Iets verderop op de galerij wonen drie leuke kinderen die, net zoals ik dat vroeger deed, hondsbrutaal maar onweerstaanbaar om koekjes komen bedelen. Met de buren had ik het ook slechter kunnen treffen, en er loopt een oude man rond die de plantsoenen mopperend schoonhoudt.

Maar toch. . . Mocht ik ooit eens kinderen krijgen, dan zoek ik een buurt op waar iedereen elkaar kent. Een buurt met een overbuurman met een rood hoofd, en een buurjongen, en een man met een afgezakte broek. Lekker duidelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden