Flair en flavour

Het waarom is niet helemaal helder, maar feit is dat Nederlanders het goed doen op hoge posities in het buitenlandse bedrijfsleven....

GEHOORD OP de markt: Nederlanders zijn de smeerolie in de wereldeconomie. En de headhunters hanteren het oliespuitje.

'Dat is ons gereedschap', zegt Frans Gosses van executive-search-bureau AT Kearney, 'en in Nederland kunnen we daar goed mee werken.'

'Nederlanders zijn populair bij buitenlandse ondernemingen. En dat is geen wonder', meent concurrent Johan de Vroedt van De Vroedt en Thierry. 'Nederland is Manhattan aan de Noordzee. Een internationaal zakencentrum waar enorm veel gebeurt.'

Dat lijkt een lichtelijk overspannen voorstelling van zaken.

Maar opvallend is het wel, het grote aantal vaderlanders op hoge posities bij buitenlandse bedrijven. Nederlanders mogen dan geduikeld zijn op de internationale hitparade van politieke en diplomatieke functies, in het zakenleven blijven ze onverminderd populair.

Een kleine greep. Ex-minister Onno Ruding zit in het bestuur van Citicorp, Hans de Gier is tweede man van Swiss Bank Corporation. Rotterdammer Ad Rietveld is de baas van Novell/Wordperfect. Haarlemmer Michael Enthoven heeft zevenduizend man onder zich bij de Amerikaanse bank J.P. Morgan, de Nederlander Harm Lagaay ontwerpt de nieuwe auto's van Porsche, Herman van der Wyck is vice-voorzitter van de raad van bestuur van Warburg. Durk Jager zit in het bestuur van Procter & Gamble, Wayne Huizenga, een tot Amerikaan genaturaliseerde Nederlander, is de baas bij de videoketen Blockbuster, dezelfde functie die Guus Lubsen vervult bij Quaker Chemical.

Goed voor het oranjegevoel, zo'n opsomming die bovendien niet eens compleet is.

'Hè get', schrikt een bankier, zijden sjaaltje in de hals en sigarettepijpje tussen de vingers. 'Dat ik toevallig succesvol ben, is mijn eigen werk en niet het gevolg van mijn nationaliteit.' Hij verschikt nog wat aan zijn kamerjas.

Deze bankier, die er op kantoor ongetwijfeld wat formeler uitziet, werkt in de Londense City, en houdt niet van het 'vaderlandgevoel'. 'Ik vind dat een opgefokt gedoe - hetzelfde verschijnsel krijg je als je een stel Hollanders bij elkaar zet in het buitenland. Dan worden ze opeens nationalistisch. Er zitten hier in de City bijzonder veel Nederlanders, maar ik zie er nooit iemand van. Daar heb ik ook geen enkele behoefte aan.'

Stoer gesproken. Waarom wil hij dan niet met zijn naam in de krant? Hij lacht wat ongemakkelijk. 'Je weet nooit of je je landgenoten niet nog eens kunt gebruiken in je netwerk', zo houdt hij een slag om de arm.

Als hij wel regelmatig met landgenoten zou spreken, zou hij weten dat van een Nederlands netwerk, laat staan een Nederlandse mafia, in de City geen sprake is. Ten minste, dat daar nu geen sprake meer van is.

De telkens opduikende verhalen over de Hollandse mafia in Londen worden geïnspireerd door het ongewoon grote aantal Nederlanders dat de dienst uitmaakt bij de grote Zwitserse, Britse en Amerikaanse banken die in Londen actief zijn.

Eind jaren zestig, begin jaren zeventig kwam de eerste lichting. De pioniers, die al snel in de gaten hadden dat ze niet aan de Herengracht moesten blijven hangen als ze echt carrière wilden maken in het internationale bankvak. Zo'n tien jaar geleden kwam de grote stroom op gang. Inmiddels werken enkele honderden Nederlanders bij banken in de city. Zij zijn aangetrokken door het grote geld en het snelle leven.

Steven Kaempfer maakt deel uit van de eerste lichting 'Engelandvaarders', zoals het zakenblad Quote ze onlangs noemde. Samen met Herman van der Wyck (Warburg), Hans de Gier (Swiss Bank) en Theo Max van der Beugel (inmiddels overleden) vormde hij een legendarisch groepje bankiers, dat tot voorbeeld strekte aan de yuppengeneratie die in de afgelopen vijf jaar naar Londen is vertrokken - in de hoop eenzelfde soort carrière te kunnen maken als de zoëven genoemde heren.

Kaempfer vertelt. Over de in de City beroemde en beruchte Dutch mafia, een term waarvan hij doodsbenauwd is dat hij tot misverstanden leidt. En over zijn 'grote vriend' Theo Max van der Beugel, zoon van oud-staatssecretaris en oud-KLM-directeur prof. dr Ernst van der Beugel.

Theo Max werkte samen met Kaempfer bij Swiss Bank Corporation. Theo Max bezweek onder de druk, meldde collega-van-toen Joan Beck (nu CSFB) al eerder: 'Hij werkte veel te hard'. Een ander meent: 'Theo Max van der Beugel was een fenomeen in Londen. Hij was overal kind aan huis, en als hij niet voor zijn veertigste was overleden, had hij het nog heel ver kunnen brengen. Maar ja, wat wil je ook, als zoon van de oude Ernst. Theo Max zei oom Henry tegen Kissinger.'

'Och', zegt Kaempfer, 'ik weet niet of dat wel klopt. Hij was een bijzonder goede bankier met een geweldige uitstraling, die mensen gemakkelijk aan zich kon binden. Hij is ècht de pionier geweest, die uitermate belangrijk werk heeft geleverd. Hij bedacht bijvoorbeeld in welke juridische structuur je de internationale emissie-syndicaten moest gieten.'

Nee, dan de mafia-theorie, daar vertelt Kaempfer behartigenswaardige dingen over. 'Die club Nederlanders die je noemt, dat waren mensen die bij verschillende banken de internationale emissie-afdelingen leidden. Van der Beugel zat bij Orion, later bij Swiss Bank. Van Marle bij Schröder, Joan Beck bij Morgan Stanley, Van der Wyck en ik bij Warburg, en Van Boetzelaar bij Rothschild. Als er dus een emissie moest plaatsvinden, dan werd de advieskant van de tafel heel vaak bevolkt door Nederlanders.'

En leidde dat dan nooit tot onderonsjes?

Nee nooit, zegt Kaempfer.

Nooit, zegt ook Beck.

Zelden, meent Van der Wyck.

'Natuurlijk bestaan en bestonden er wel netwerken, en maak je daar ook gebruik van', vult Kaempfer aan. 'Maar dat leidde in ons geval nooit tot misbruik van vertrouwen of het doorspelen van vertrouwelijke informatie over cliënten om voor je bank veel geld in de wacht te slepen. We zijn bankiers, we moeten leven van vertrouwen.'

Van der Wyck: 'We kennen mekaar allemaal, en er is een zekere band. We weten elkaar te vinden als het nodig is. Maar we werken voor verschillende firma's, en dat verschil is uiteindelijk beslissend.'

Het Nederlanderschap is zelden een voordeel, behalve wanneer met Nederlanders zaken moeten worden gedaan. Kaempfer verhaalt met smaak over de aankoop door het Britse Reed van Sphinx, de Maastrichtse tegel- en porseleinfabriek.

'Herman van der Wyck en ik zaten toen - ik praat over 1975 - aan één kant van de onderhandelingstafel, Onno Ruding aan de andere. Hij werkte toen nog bij de Amro Bank, die Warburg in zijn advieswerk ondersteunde. Het was een van de eerste internationale overnames, die wij op een voor Nederland unieke manier hebben gefinancierd. We probeerden obligaties Reed te verkopen aan Nederlandse institutionele beleggers. Die emissie zou alleen maar doorgang vinden als de aankoop van Sphinx doorging. Dat was toen echt pionieren.' Nu zijn dergelijke emissies routinewerk. En is Sphinx niet meer van Reed.

De 60-jarige Herman van der Wyck heeft inmiddels een deel van zijn bestuurlijke verantwoordelijkheden ingeleverd, maar zit, als chef van de internationale operaties, nog steeds het grootste deel van de dag in het vliegtuig voor Warburg. Hij werd 25 jaar geleden door de oude Siegmund Warburg zelf aangenomen - waarom precies, weet hij nu nog niet.

'Je kon er nooit achterkomen waar de oude Siegmund nu precies op lette. Hij heeft wel eens gezegd: ''Als ik iemand zie van wie ik denk dat hij een bijdrage kan leveren, neem ik hem aan. Het is als het kopen van een das; je koopt geen das omdat je er een nodig hebt, maar omdat je denkt dat hij bij je past.''

'Dat idee heb ik heel sterk van hem overgehouden. Dat man en baas bij elkaar moeten horen', zegt Van der Wyck, met zijn lange blonde haren en opvallende pochets een onconventionele verschijning in het financiële district van Londen.

Het valt dus erg mee met het Oranjegevoel onder de Engelandvaarders. Daarvan kan de Nederlandse kerk in Londen meepraten. Het altaar staat op niet meer dan 200 meter van de Bank of England, maar de diensten zijn niet populair. In de regel verschijnen niet meer dan 30 of 40 Nederlanders, die voor het merendeel al lang pensioengerechtigd zijn ook.

De kerk organiseert elke maand de Nederlandse City Lunches, waar niet de minste sprekers verschijnen. Zo was er vorige maand Van Lanschot-bestuursvoorzitter Bert Heemskerk. Voor de komende bijeenkomsten staan Jan Michiel Hessels (Vendex) en Cees van Lede (Akzo Nobel) op het programma.

De Nederlanders die er komen, verkeren echter niet op de topposities die mensen als Van der Wyck en De Gier innemen. 'Het zijn vooral de jongere mensen, die op de research-afdelingen werken. Die moeten hun netwerk nog opbouwen, voor hen is het nuttig dat ze op de City Lunches met sprekers van naam kennis kunnen maken. Je denkt toch niet dat ik de Nederlandse kerk nodig heb als ik Van Lede wil zien', sneert een bankier.

Ook De Hems, de kroeg in Soho die zich erop beroemt Nederlands van origine te zijn, mag zich niet verheugen in grote populariteit onder de Nederlandse bankiers in Londen. Aan de muur hangen sjaals van NAC Breda en PSV Eindhoven, er worden bitterballen en kroketten geserveerd (elke avond uit Nederland overgevlogen, zegt managing-director Dianne Wilson), er wordt bier van Oranjeboom geschonken. Maar Nederlanders komen er hooguit op de donderdagavond, wanneer er flink gebeest schijnt te worden - vooral door studenten en toeristen.

Goed, dan geen netwerk van Nederlanders die elkaar het balletje toespelen. Puur toeval dus, dat onze landgenoten het zo ver geschopt hebben? 'Toen wij naar Londen kwamen, hadden wij weinig gemeen; alleen dat wij Nederlander waren. En misschien een zekere robuuste internationale en onafhankelijke instelling', zegt Van der Wyck.

Bill Slee, 54 jaar, is tweede man van Schroders. Hij hoort tot de oudgedienden in Londen. 'Wat wij gemeen hebben is een groot overlevingsinstinct. En dat moet je hebben in dit vak. Het is heel erg hard, je moet weken maken van vijftig of zestig uur. Ik vermoed dat wij zijn uitgekozen op onze capaciteit om hard te werken, op onze flair and flavour.

'Wij waren allemaal positief ingesteld. Nederlanders passen goed in het vak van investment bankier. Je moet durf hebben, en internationaal gericht zijn. Dat we ons niet als groep hebben opgesteld, heeft ook in ons voordeel gewerkt. Japanners klitten aan elkaar in het buitenland, dus die zijn veel moeilijker te integreren. Nederlanders zijn onafhankelijk.'

0W AARDOOR WE toch nog uitkomen op de vraag waarom zo veel Nederlanders het goed doen in het buitenland. 'Nederlanders zijn geen ja-knikkers', zegt een bankier. 'Als wij om een boodschap worden gestuurd, hoeven we niet 86 keer met de baas te bellen met de vraag of we vanavond vlees of vis moeten eten.'

Frans Gosses van A.T. Kearney: 'Ik heb nu een opdracht van een Duitse onderneming. Zij willen niet specifiek iemand uit Nederland, maar wel iemand uit een ''neutraal'' land. Geen Brit, Fransman of Amerikaan dus, maar een Belg, Nederlander of Zwitser.'

Volgens Gosses heeft de geschiktheid van Nederlanders voor internationale posities ook te maken met de kleine thuismarkt. 'Elke Nederlandse onderneming met een omzet van meer dan vijfhonderd miljoen gulden is noodgedwongen internationaal. Dat maakt dat Nederlandse zakenmensen van nature al internationaal zijn ingesteld.'

Nederland exporteert veel adviseurs, dat is Gosses ook opgevallen. 'Niet alleen bankiers, ook in andere sectoren. Nederlanders zitten bij McKinsey in New York op senior-posities. De zeven grote accountants hebben belangrijke Nederlandse componenten. Ook in engineering consultancy zijn Nederlanders goed: DHV, Haskoning, Heidemij, Grontmij.'

Wie Nederlanders op internationale topposities zoekt, zal allereerst uitkomen in Groot-Brittannië of de Verenigde Staten. Kennelijk ligt de Angelsaksische cultuur van zakendoen de Nederlander beter.

Een headhunter: 'Fransen en Duitsers zijn veel meer op zich zelf gericht. Het is ook veel moeilijker een Fransman of Duitser naar Nederland te halen, dan een Hollander naar Düsseldorf of Toulouse te sturen. En het is ook niet voor niets dat de meest succesvolle bedrijvencombinaties Nederlands-Brits zijn: Koninklijke Olie/Shell, Unilever, Reed Elsevier.'

Ad Rietveld, die leiding geeft aan de betrekkelijk nieuwe software-combinatie Novell/Wordperfect: 'Ik heb gemerkt dat Nederlanders en Amerikanen dicht bij elkaar liggen qua mentaliteit en zakendoen. Down to earth en informeel. Nederlanders en Amerikanen kunnen goed, hard en zakelijk onderhandelen en hoeven geen grote cultuurverschillen te overbruggen.'

Toch gaat dat niet iedereen even goed af. Cor Boonstra, die nu in de raad van bestuur van Philips zit, heeft het niet lang uitgehouden in Chicago, waar hij tweede man was van Sara Lee/DE. Bankier Winkelman zou de baas worden van Goldman Sachs in New York, maar werd gepasseerd, zo werd in december bekend. Hij heeft ontslag genomen.

Guus Lubsen, hoofd van Quaker Chemical, weet daarvan mee te praten. 'De baas heeft hier nog een soort halo om zijn hoofd. Hij is onfeilbaar. Als in Nederland de directeur iets voorstelt waar zijn ondergeschikten het niet mee eens zijn, zal er sneller tegenspraak komen dan hier bij Quaker in Pennsylvania. Ik heb een groot deel van mijn tijd hier tot nog toe besteed om te proberen daar verandering in te brengen. Ik wil graag wat meer discussie.'

Rietveld van Novell/Wordperfect: 'Dat klopt, die cultuur is anders. Maar het hoeft niet zo lang te duren voordat je er doorheen prikt. Het hangt van je eigen instelling af. Toen ik net aan het hoofd kwam van Wordperfect, hebben we alle vijfduizend man personeel in een grote hal gezet. Daar kwam iedereen eens per jaar om naar de speech van the boss te luisteren. Dat sloeg niet altijd even goed aan. Ik ben dus niet in een pak op dat podium gaan staan, maar in een boerenkiel en op klompen. Mijn opkomst werd begeleid door popmuziek: On the road again. Dat moest het toekomstperspectief verbeelden.'

Geholpen door het oliespuitje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden