Fitna is een blamage voor kabinet

De reacties op de film van Geert Wilders tonen aan dat confrontatie beter werkt dan verzoening, betoogt Ayaan Hirsi Ali....

De centrale stelling van Fitna luidt: de Koran beveelt de gelovigen aan de islam over de hele wereld te verspreiden, door middel van jihad en indoctrinatie. Om te laten zien dat moslims deze bevelen letterlijk nemen, krijg je beelden te zien van de terreuraanslagen in New York en Madrid. Je hoort haatzaaiende preken en moslimmenigten die de sprekers toejuichen. In één scene vertelt een meisje van drie dat de Koran zegt dat Joden varkens en apen zijn.

Plotseling hoor je dat er een pagina uit een boek wordt gescheurd. Dan volgt de boodschap dat dit de pagina van een telefoonboek is en dat het aan demoslims zelf is hun huis op orde te krijgen. Fitna is keurig, maar Fitna is een blamage voor het kabinet. In de eerste plaats omdat bijna alle reclame voor de film van het kabinet afkomstig was. Als de premier vorig jaar een reactie had gegeven in de trant van: ‘wij kunnen niet reageren op een filmdie nog niet vertoond is en tot die tijd blijft een kabinetsstandpunt achterwege’, was er niets aan de hand geweest.

Een tweede reden waarom het kabinet ernstig gezichtsverlies lijdt, is dat het heeft laten zien dat in zijn handen de vrijheid vanmeningsuiting niet veilig is. Door te doen alsof het de moeite waard was te onderzoeken of de film vooraf dan wel achteraf te verbieden viel, heeft het kabinet zijn constitutionele positie ten opzichte van de Tweede Kamer omgekeerd. In Nederland regeert de regering, en de Kamer controleert. Tegenover het Kamerlid Wilders heeft het kabinet zich echter als controleur opgesteld. Het kabinet heeft actief geprobeerd een gekozen volksvertegenwoordiger de mond te snoeren. Dat de oppositie niet heeft ingegrepen tegen deze ernstige poging tot censuur is zorgwekkender dan welke film over de islam dan ook.

Fitna heeft blootgelegd welk verontrustend beeld dit socio-christelijk kabinet heeft van moslims. Het beschouwt moslims als half-wilde beesten, een soort Bokito’s die bij de geringste provocatie over het hek van de rede springen en wellustig de openbare orde verstoren. Ze kunnen alleen in toom worden gehouden door hen niet tegen te spreken, hen geen moeilijke vragen over hun godsdienst voor te leggen, hen naar de mond te praten, maar ondertussen allerlei noodplannen te treffen voorzien van complete draaiboeken, omdat er een film over hun heilige boek wordt gemaakt. Het is net als bij die gorilla, hij wordt achter hoge tralies in een dierentuin gezet en tevens over zijn kop geaaid. Respect heet dat dan, tegenover moslims. Wat zouden die daar zelf van vinden?

Wie beledigt de moslims nou eigenlijk? De volksvertegenwoordiger die hun pijnlijke, maar zeer relevante vragen over hun godsdienst stelt, of het kabinet dat een hypocriet respect betuigt? Wilders gaat na zijn film het gesprek aan met moslims. Dat is waardiger dan alle onheilsvoorspellingen over hun hoofden heen.

Van de Nederlandse moslim kan worden aangenomen dat hij redelijk is. Hij woont immers in een vrij land, waar hij kan kiezen of hij wel of niet leest, luistert of kijkt naar teksten, geluiden en beelden die hem onwelgevallig zijn. Enkel het feit dat er individuen zijn als Mohammed B. die naar het mes grijpen, wil niet zeggen dat alle moslims in Nederland dat automatisch doen. Het kabinet mag de 6 procent van de moslims, die als gevaarlijk wordt aangemerkt, niet bij voorbaat verwarren met die andere 94 procent. Het moet moslims de woorden voorleggen, die staatssecretaris Ahmed Aboutaleb, een moslim, sprak bij Pauw & Witteman: ‘Moslims moeten nadenken over de angst die heerst voor hun geloof. De meerderheid zwijgt en dat is niet goed. Wij hebben voor Nederland gekozen, juist vanwege de vrijheid hier. Dit moet uitgesprokenworden. Ik mis de stem die afstand neemt van het extremisme.’ Dit is de passende reactie op de kernvraag van Fitna.

De officiële verklaring van het kabinet, dat de film geen enkele bijdrage levert aan het debat, is dus ronduit onjuist. Fitna heeft zijn waarde al bewezen. En het blijft niet bij de wijze woorden van Aboutaleb alleen; andere islamitische groepen in Nederland zijn al bezig een tegenfilmte maken. Een tegenfilm, geen bloedvergieten! Woorden met woorden, beelden met beelden. Provocatie werkt dus. Zes jaar geleden vond Aboutaleb kritische vragen over de islam ‘pis - sen in het eigen nest’. En nu spreekt hij de enige juiste woorden. Zonder provocerende vragen te stellen, hadden we dit nooit bereikt.

De officiële reactie van het kabinet op Fitna is een zwaktebod. Het is bizar dat de premier zegt: ‘wacht maar, er zullen heel ernstige dingen gebeuren’. Het lijkt er bijna op alsof hij daarop hoopt, om zijn gezicht te redden. Het is net zo bizar als mensen die nu zeggen dat zij teleurgesteld zijn. Aan hen de vraag: waarop hoopten zij eigenlijk? Laten wij in elk geval hopen dat het hele kabinet nu achter het elegante standpunt van staatssecretaris Ahmed Aboutaleb gaat staan.

Ayaan Hirsi Ali is medewerker van het American Enterprise Institute.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.