Fiscus wilde nooit de huizenkoper helpen

AMSTERDAM De aftrek van de hypotheekrente, die stamt uit 1893, was nooit bedoeld om het eigen woningbezit te stimuleren. Dat is iets dat politici er later van hebben gemaakt....

De aftrek van de betaalde rente van het belastbaar inkomen was bij de invoering van de inkomstenbelasting in 1893 niet meer dan een logisch uitvloeisel van de gekozen systematiek. Het huis werd gezien als een bezit waarmee de eigenaar geld kan verdienen. Hij kan de woning immers verhuren. Als hij er zelf in woonde, spaarde hij huur uit. In zekere zin huurde hij het huis van zichzelf. De huiseigenaar moest de huurwaarde van zijn huis optellen bij zijn inkomen.

De andere kant van de medaille was dat de huizenbezitter de kosten die hij moest maken om zijn inkomsten te verwerven in mindering mocht brengen op zijn inkomen. Onder die kosten vielen het onderhoud en de rente op de hypotheek.

Eind 19de eeuw was de renteaftrek voor Nicolaas Pierson, de minister van Financiën die de inkomstenbelasting invoerde, wellicht een manier deze nieuwe vorm van belastingheffing acceptabel te maken voor de rijken. Alleen vermogende Nederlanders bezaten destijds een huis. Voor die tijd hadden zij weinig last van de fiscus. De staatskas werd gevuld met accijnzen op eerste levensbehoeften zoals suiker, zout en zeep.

Tijdens de wederopbouw, toen een op de drie woningen een koophuis was, had de overheid wel iets anders aan het hoofd dan het bevorderen van het eigen-woningbezit. De woningnood vroeg om veel goedkope huurwoningen.

Het was bovendien niet eenvoudig een hypotheek te krijgen. De bank kwam pas over de brug als de koper eenderde van het aankoopbedrag zelf kon ophoesten.

De christelijke partijen KVP en ARP waren de eerste die vonden dat het eigen-woningbezit goed was voor het volk. Het zou het verantwoordelijkheidsgevoel en de spaarzin van de arbeider aanwakkeren.

De PvdA, die tot 1952 leverancier was van de minister van Volkshuisvesting, was lang tegenstander van een eigen huis voor iedere arbeider. Bij tegenslag kon het een molensteen blijken. ‘Gemeenschappelijk bezit van woningen door tussenkomst van de woningbouwvereniging is een hogere vorm van bezit’, aldus een PvdA-Kamerlid in die tijd.

In de jaren zeventig wordt bevordering van eigen woningbezit staand beleid. ‘We moeten erop mikken’, zei minister Hans Gruijters (D’66) van Volkshuisvesting in 1975, ‘om op niet al te lange tijd in Nederland te komen tot de Belgische situatie: tweederde eigendom, eenderde huur’. Nu heeft ruim de helft van de Nederlandse huishoudens een eigen woning. Frank van Alphen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden