Fiscus ontziet 'fossiele subsidies'

De overheid steunt niet alleen groene energie, maar ook de producenten en gebruikers van fossiele energie. En met veel meer geld. De Tweede Kamer dringt aan op onderzoek.

Van groene energie is het bekend. Windmolens, zonnepanelen, waterkracht: er moet allemaal geld bij. Of, zoals de huidige premier Rutte het een half jaar geleden in een verkiezingsdebat zei: 'Windturbines draaien niet op wind, die draaien op subsidie. Die moeten weg.'


Wat minder bekend is, is dat ook de producenten en gebruikers van fossiele energie op alle mogelijke manieren financiële voordeeltjes krijgen van de overheid. En al helemaal onbekend is dat die voordeeltjes veel groter zijn dan de subsidies die groene energie geniet.


De cijfers: groene energie kreeg in 2009 zo'n 1,4 miljard euro subsidie. Fossiele energie kreeg 7,5 miljard euro steun, zo berekenden de hoogleraren Cees van Beers (TU Delft) en Jeroen van den Bergh (VU Amsterdam) eind vorig jaar.


En dat is toch merkwaardig, vindt de Vaste Kamercommissie voor Economische Zaken. Die besloot deze week, op voordracht van Liesbeth van Tongeren van GroenLinks, dat een onderzoek naar steunmaatregelen voor duurzame en niet-duurzame energie zeer wenselijk is. Ook de PVV en VVD stemden in met het idee.


Of het onderzoek er komt is nog niet duidelijk, zegt Van Tongeren. In november kiest de Tweede Kamer uit een shortlist van zo'n acht voorgestelde onderzoeksprojecten - het parlement kan niet alles doen. 'Ik ben wel benieuwd of de rechtse partijen dit onderzoek ook straks nog willen', zegt Van Tongeren.


Het is niet zo gek dat het voorstel in eerste instantie brede weerklank heeft gekregen. Als er aan de ene kant 18 miljard bezuinigd moet worden, is het raar dat er aan de andere kant miljarden worden weggegeven. Wie alleen in groene subsidies snijdt, laat dus 7,5 miljard liggen.


Gelijk speelveld

Los van het geld hebben alle partijen redenen om vraagtekens te zetten bij de fossiele steun. Het is allereerst niet de handigste manier om de energievoorziening duurzamer en minder afhankelijk van het buitenland te maken. Daarnaast is met name de VVD wel gevoelig voor het argument dat er op deze manier geen gelijk speelveld is voor alle energie-investeerders.


De fossiele steun is zeer gevarieerd. Van Beers en Van den Bergh kwamen uit op 41 regelingen. Allereerst zijn er de paradoxale tarieven voor de energiebelasting. Hoe meer je gebruikt, hoe minder je ervoor betaalt. Huishoudens betalen ongeveer honderd keer zo veel belasting over hun elektriciteitsverbruik als de industrie. Omgerekend per ton uitgestoten CO2 betaalt een huishouden 192 euro, terwijl een grootverbruiker maar 2 euro betaalt. Daar komen dan nog wel de eventuele kosten van emissierechten bij (circa 14 euro per ton), maar het verschil blijft enorm.


Iets vergelijkbaars geldt voor de accijnzen op brandstoffen. Op benzine zit een heffing van 70 cent per liter, oftewel 250 euro per ton CO2. De dieselaccijns is maar 40 cent per liter, en de accijns op 'rode diesel' (voor tractoren) maar 25 cent, oftewel 80 euro per ton CO2. Op kerosine voor vliegtuigen wordt zelfs geen cent belasting geheven. 'De energiebelasting houdt nu geen rekening met de koolstofinhoud (dus de bijdrage aan het broeikaseffect, red.) van de betreffende brandstof', schreef Bernard ter Haar, directeur-generaal op het ministerie van VROM, eind vorig jaar. 'Dat is niet logisch.'


Een derde vorm van steun is de vrijstelling van kolenbelasting voor kolencentrales. Terwijl zelfs op de kolen voor een zomerse barbecue een paar cent belasting zit, worden de grote centrales uitgezonderd. Dat betekent dat die geen 13,42 euro per 1.000 kilo steenkool hoeven te betalen. Met een jaarlijks verbuik van 8,5 miljoen ton steenkool loopt de staat hierdoor dus ruim 100 miljoen euro mis.


De berekeningen van de twee hoogleraren zijn puur fiscaal. Zij hebben niet gekeken naar de maatschappelijke kosten van fossiele brandstoffen, zoals gezondheids- en milieuschade. Zo kan steenkool relatief goedkoop gewonnen worden, doordat mijnbouwbedrijven in Colombia, Zuid-Afrika of Indonesië zich geen enkele rekenschap hoeven te geven van hun impact op de omgeving (de goedkope kolenmijnen zijn zogeheten open pits, die oerwouden in enorme uitgegraven amfitheaters veranderen).


Nu stelt de Kamer zich dus vragen. Hoe zit het precies? Wat is het effect van de maatregelen op het klimaatbeleid? Wat is het effect op de energiemarkt? En op de innovatiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven? Hoe zit het in het buitenland?


Van Tongeren hoopt dat het onderzoek doorgaat. 'Het gaat uiteindelijk om ons energieverbuik.' Ter Haar, in zijn essay: 'De huidige fiscale situatie is vanuit klimaatbeleid verre van optimaal.'


'Nederland moet minder kolen gaan gebruiken'

Een van de redenen dat steenkool relatief goedkoop is, is dat de winning zo rücksichtslos gebeurt. Deze week waren twee Indonesische activisten in Nederland, om op uitnodiging van ontwikkelingsorganisatie Both Ends te wijzen op de desastreuze effecten van steenkoolwinning op Kalimantan (Borneo). Ze lieten donderdag foto's zien van gigantische zwarte gaten in het oerwoudlandschap en vertelden over de belangenverstrengeling tussen mijnbouwbedrijf KPC en de Indonesische regering. Ook spraken vertegenwoordigers van Both Ends en Cordaid met oud-staatssecretaris van Economische Zaken Frank Heemskerk, die als opdracht heeft de steenkoolimport in Nederland duurzamer te maken. Volgens de Indonesische activiste Siti Maemunah moet Nederland gewoon minder steenkool importeren.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden