Fiscalisering maakt AOW gevoelig voor waan van de dag

Gezonde overheidsfinanciën en hogere arbeidsdeelname houden de AOW betaalbaar, blijkt uit veel studies. Begin dus niet aan fiscalisering, zegt Martin van Rooijen....

Na lancering door PvdA-leider Bos van het plan tot fiscalisering van de AOW en de summiere toelichting door Bos en het Kamerlid Crone, hult de PvdA zich in stilzwijgen over de uitwerking. Het is hoogtijd dat de PvdA met een concreet uitgewerkt plan komt, met de budgettaire- en inkomenseffecten.

Het gaat om een zeer fundamentele ingreep in de financiering van de Algemene Ouderdomswet AOW, als volksverzekering gebaseerd op de verzekeringsgedachte.

Het betreft ook een aantasting van het vertrouwen van de burger in de overheid.

De ouderen mochten en mogen erop vertrouwen dat zij vanaf 65 jaar geen AOW-premie meer betalen. De financiering van de AOW is erop gebaseerd dat alle inwoners tot 65 jaar AOW-premie betalen en vanaf 65 jaar AOW ontvangen als basispensioen.

Het AOW-stelsel is gebaseerd op de solidariteit tussen de jongere en oudere generatie en die bestaat al vijftig jaar.

De AOW-premie is inkomensafhankelijk: 17,9 procent over het inkomen in de eerste en tweede schijf, dus tot maximaal bijna 31 duizend euro. Dat is de zogenoemde inkomensgrens in de premieheffing van de volksverzekeringen AOW en AWBZ.

Wat betekent de fiscalisering van de AOW?

Bij 65 jaar vervalt de 18 procent AOW-premie en daalt het gezamenlijke tarief van belasting en premie in de eerste en tweede schijf met 18 procent. Ouderen gaan dus een 18 procent lager tarief betalen dan tot 65 jaar en dus ook 18 procent minder dan de65-minners.

De fiscalisering leidt ertoe dat de AOW-premie wordt afgeschaft en wordt vervangen door een 18 procent hogere belasting. Dit heeft tot gevolg dat iedereen, jong en oud, het hogere belastingtarief gaat betalen. Voor de 65-minners treedt per saldo geen verhoging op; de AOW-premie wordt vervangen door een belastingheffing. Voor de 65-plusser treedt 18 procent verzwaring op: maximaal 5400 euro per persoon.

De afschaffing van de AOW-premieheffing is een grote ingreep en betekent het einde van de AOW als verzekeringsgedachte. Ze heeft als verstrekkend gevolg dat de AOW-uitkeringen voortaan volledig uit de staatskas worden betaald en een soort staatspensioen worden. De AOW is dan geen verzekeringsrecht meer, maar wordt een ombuigingsgevoelige uitkering waarvan de hoogte afhankelijk wordt van de toestand van de staatskas. Dat biedt de ouderen geen zekerheid meer. Politieke willekeur komt in de plaats van een recht. De AOW wordt dan vergelijkbaar met kinderbijslag en studiefinanciering, regelingen die onderhevig zijn aan de politieke waan van de dag.

Zo heeft een simpele technische vervanging van 18 procent AOW-premie door 18 procent belasting in de eerste en tweede schijf grote gevolgen voor de ouderen, behalve voor de ouderen met een laag aanvullend pensioen tot tienduizend euro die volgens de PvdA geheel worden gecompenseerd. Kortom, het gaat de PvdA niet om de solidariteit tussen de generaties, maar om die tussen arm en rijk.

Dit is de oude PvdA-lijn: herverdelen van inkomen in plaats van genereren van inkomen, herverdelen van armoede in plaats van het scheppen van welvaart voor iedereen. Bij de PvdA is iemand al rijk als hij meer verdient dan modaal, dertigduizend euro. Hoezo rijk? We hebben het dan over de onderwijzer, de politieagent en de kleinere ondernemer. Ik noem dat de ruggengraat van de samenleving.

Alle ouderen gaan in feite 18 procent AOW-premie betalen onder de etiket belasting over het inkomen in de eerste en tweede schijf tot maximaal 31 duizend euro. Dat is 5400 euro per persoon, voor gehuwde ouderen dus mogelijk 10.800 euro, als er twee goede aanvullende pensioenen zijn.

Het effect is te vergelijken met een halvering van de AOW-uitkering. Anders gezegd: een maatregel die extreem ongunstig is voor gezinnen.

Wat is de positie van de huidige gepensioneerde?

Iedereen die vanaf de invoering van de AOW midden jaren vijftig AOW-premie heeft betaald, mocht en mag er op vertrouwen dat de overheid de financiering van de AOW via premieheffing tot 65 jaar handhaaft. En dus niet na vijftig jaar de spelregels wijzigt tijdens de uitvoering van de regeling, als na die lange periode eindelijk AOW-pensioen wordt ontvangen. De 18 procentheffing tast de gegarandeerde AOW-uitkering indirect met duizenden euro’s fors aan en dat gedurende alle jaren dat de oudere nog te leven heeft.

Met onnodige bangmakerij, dat de AOW onbetaalbaar wordt, worden de rijkere ouderen vele duizenden euro’s afgepakt. De ouderen van nu hebben bij hun pensioenopbouw rekening gehouden met vrijstelling van AOW-premie vanaf 65 jaar. Deze vrijstelling kan niet zomaar worden gestopt, omdat zij zich niet hebben kunnen voorbereiden op deze aantasting van de koopkracht. Ouderen hebben niet de mogelijkheid extra inkomen te verwerven, ook niet als ze dat willen. Bovendien gaat het inkomen bij pensionering al terug naar 50 procent tot maximaal 70 procent.

Kijkt men naar de ontwikkeling van de ingegane pensioenen van de afgelopen jaren, dan valt op dat de stijging van de aanvullende pensioenen heel beperkt is gebleven. Zelfs de toegepaste prijsindexatie is steeds meer achtergebleven bij de prijsstijgingen, mede door het strenge beleid dat de pensioenfondsen moeten voeren na de beurskrach, eind jaren negentig. De zeer onvolledige prijscompensatie zal wel een blijvend fenomeen worden en dat bij weer oplopende inflatie. Een zorgelijk perspectief voor de gepensioneerden.

Ouderen lijken een gemakkelijke politieke prooi. Zij zijn in de Tweede Kamer zwaar ondervertegenwoordigd. De ouderen kunnen zelf ervoor zorgen dit aan alle politieke partijen duidelijk te maken door in 2007 met hun voeten te stemmen.

De conclusie is dat de beweerde rijkdom van de gepensioneerden wordt gelogenstraft door de werkelijkheid. De AOW-premie is op 18,5 procent gemaximeerd en het AOW Spaarfonds is opgericht. Het gevolg van deze maatregelen is dat de totale rijksbijdrage aan de AOW nu al zeven miljard euro bedraagt, hetgeen anders zou neerkomen op een 3,3 procent AOW-premie in de eerste en tweede schijf. De zeven miljard wordt opgebracht uit de belastingen, door jong en oud. Ouderen dragen nu al hun aandeel van 22 procent bij: 1,5 miljard. In 2040 zal hun aandeel zijn verdubbeld tot 44 procent.

Het is dan ook niet waar, zoals de PvdA stelt, dat de ouderen niet bijdragen in de financiering van de AOW. De PvdA wil bij monde van Bos niet alleen de – in zijn ogen – rijkere oudere aanpakken, maar ook de rijkere jongere. Hij stelt voor de pensioenopbouw voor mensen met een inkomen van meer dan 45 duizend euro niet meer aftrekbaar te maken. Het is een belastingverzwaring van 2.5 miljard euro voor de middengroepen.

Of dan ook dat zogenaamde bovenmatige deel van het pensioen onbelast is? Daarover zwijgt Bos. Het is een verkapte verhoging van het 52 procenttarief en pure nivellering. Een ding is zeker, het maakt de aanvullende pensioenopbouw van de middengroepen nog moeilijker en zal betekenen dat voor eenzelfde pensioen nog meer moet worden gespaard – of het leidt tot hogere claims richting werkgevers, looneisen dus.

Het aanvullende pensioen staat onder druk en nu is ook de AOW, met dank aan Bos, niet zeker meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden