Finding Pixar

Vijfhonderd tekeningen en objecten laten haarfijn zien hoe animatiestudio Pixar een kwart eeuw geleden de tekenfilmwereld opschudde en een nieuwe standaard zette. Is het al tijd voor een nieuwe revolutie?

Dot uit A Bug's Life kijkt op een tekening in de tentoonstelling Pixar: 25 Years of Animation wat bezorgd naar haar armen. Het zijn er vier. Twee te veel, zie je het kleine lila miertje denken. Niet in de laatste plaats omdat tekenaar Bob Pauley dat in hoofdletters boven de ingekleurde tekening heeft geschreven: 'Dot is not so cute with four arms.'


Zo moet het dus ongeveer zijn gegaan bij Pixar, tijdens de ontwikkeling van de animatiefilm over insecten. Een richtingenstrijd tussen hen die vonden dat de mieren - zoals in het echt - in totaal zes pootjes moesten krijgen, en degenen die twee armen beter vonden. Daar kun je urenlang over discussiëren, maar je kunt het ook even tekenen, moet Pauley hebben gedacht. Dan zie je het meteen.


Wie A Bug's Life heeft gezien, weet dat het twee-armen-kamp uiteindelijk heeft gewonnen.


Ruim vijfhonderd tekeningen en objecten zijn te zien in de tentoonstelling Pixar: 25 Years of Animation die vandaag open gaat in Amsterdam Expo. Het is een tocht langs evenveel discussies: bij Pixar praat men in plaatjes. Zullen we Buzz Lightyear zo maken? Nee, zo is de stoere astronaut uit Toy Story te rond. Het moet minder gedrongen. De benen moeten iets langer, kijk zo. Het hoofd iets hoekiger, de kaak vierkanter.


Welke kleuren moeten overheersen in Ratatouille?


Hoe valt het licht onder water in Finding Nemo?


Het zijn visuele brainstormsessies en gedachtenexperimenten, in potlood, in wasco, in waterverf. Gekrabbeld in schetsboeken, op dun animatiepapier. Soms ruw opgezet, soms tot in detail doorgevoerd of met liefde geboetseerd. Gemaakt door schilders, beeldhouwers, tekenaars, ontwerpers, ergens in de vijf jaar dat het gemiddeld duurt om een Pixarfilm te maken.


Dit soort visuele communicatie is essentieel in dat proces, aldus curator en directeur van het Pixararchief Elyse Klaidman. 'En sommige mensen bij Pixar zijn nu eenmaal beter in tekenen en schilderen dan met woorden.'


Toch associëren mensen dit soort handwerk niet meteen met de animatiestudio. Zorgvuldig vertelde verhalen en de nieuwste computertechnieken: dat zijn de elementen waarom de studio van onder meer Toy Story, Wall-E en Cars vooral bekendstaat.


Klaidman: 'Toen het MoMA Pixaroprichter John Lasseter benaderde voor een tentoonstelling in 2005 dachten zij in eerste instantie ook aan 'iets met computers'. Maar Lasseter wilde juist de kunst en de kunstenaars achter de Pixarfilms eren.'


Die tentoonstelling, samengesteld uit de 1 tot 1,5 miljoen stukken die Pixar in het archief heeft liggen, reisde sindsdien langs 21 locaties, van Tokio tot Helsinki, van Monterrey tot Taipei; bij elke nieuwe film wordt er weer wat toegevoegd en weggehaald. Volgens Lasseter rust elke Pixarfilm op drie pijlers: verhaal, personages, wereld. Die laatste twee worden hier in aparte secties uitgelicht - de objecten zijn per film gegroepeerd.


Al die manuren handwerk moeten ook het steriele, dat computeranimaties van nature hebben, terugdringen. 'Met een computer is het makkelijk alles er perfect uit te laten zien', is een bekende uitspraak van Lasseter. 'Het is veel moeilijker om het natuurlijk te laten ogen.'


'Als je een computer een vloer laat maken, ziet die er zo uit: recht-recht-recht', wijst Klaidman naar de vloer van Amsterdam Expo. Dan draait ze zich om naar een schildering die aan de muur hangt. 'Kijk, in die van Ratatouille is geen rechte lijn te bekennen.'


De Nederlandse Belinda van Valkenburg is bij Pixar een van de verantwoordelijken voor hoe de materialen worden verbeeld, de textuur. Zij bedacht bijvoorbeeld dat de nerven van de houten tafel van rat Remy in verhouding veel groter moeten zijn dan je gewend bent. Dat soort texturen zijn ook wel in de computer te vinden, maar ze scant liever haar handwerk. 'Zodat je de penseelstreken kunt zien.'


En ja, dat voel je, vinden ze bij Pixar, die liefde voor details. Het is de reden dat Van Valkenburg ook kookles kreeg voor Ratatouille - om te leren hoe sappig lekker eten er precies uitziet. En ook dat ze met collega's in Hawaii heeft gedoken voor Finding Nemo - al werd de zee ergens in het ontwerpproces te realistisch en moesten ze alles weer vereenvoudigen. Klaidman: 'Dat is de stelregel: het moet geloofwaardig zijn, maar niet levensecht.'


Wat te zien is in Amsterdam Expo is dus maar het topje van de ijsberg: dit alles leidt natuurlijk tot een duizelingwekkende hoeveelheid mogelijkheden, die bij de regisseur op het bureau belanden. Tot hij er uiteindelijk zijn goedkeuringsstempel op drukt. Letterlijk : 'John L.' heeft een stempeltje met een grappig tekeningetje van zijn hoofd. Soms was de keuze zo makkelijk als het er in de films uiteindelijk uitziet: Mike Wazowski , het groene ronde eenogige monster uit Monsters, Inc. (Nederlandse titel: Monsters en co.) stond vrij snel zo op papier. Maar aan Sulley, zijn grote blauwe harige vriend, werd lang geschaafd.


Ook stukken die niet direct in de film terug te vinden zijn, zijn belangrijk - al draagt het maar bij tot de sfeer of stemming. Een van de favoriete stukken van Van Valkenburg zijn de superheldenpoppetjes die Teddy Newton knipte en plakte van stukjes tijdschrift in de beginfase van The Incredibles. 'Vergeleken met andere Pixarfilms is de stijl van The Incredibles plat, versimpeld. Je ziet dat dat meteen al het idee was.'


Communicatiemiddelen zijn de tekeningen dus, die bovendien getuigen hoe gedetailleerd de Pixarmedewerkers met hun werk bezig zijn. Maar al deze werken - hoe mooi ook - zijn gemaakt met één doel: een film ontwikkelen die zo veel mogelijk publiek weet te trekken en als het even kan ook de merchandise opstuwt. De tentoonstelling levert dan ook geregeld kritiek op: is dit wel kunst?


Archiefdirecteur Elyse Klaidman haalt haar schouders op. 'Oordeel zelf. Bovendien: renaissancekunstenaars werkten ook vaak samen voor de markt en verdienden daar flink mee. Dat is ook kunst.'


De Pixarmedewerkers zijn daar sinds 2005 hoe langer hoe meer van doordrongen geraakt. Bij Pixar op kantoor is altijd een expositie ingericht met het artwork van de meest recente film van dat moment, alleen toegankelijk voor hen en hun familieleden.


Klaidman: 'In de beginjaren signeerde niemand de schetsen - tot wanhoop van onze archivaris. Maar nu zie je, door de tentoonstellingen, dat ze steeds vaker hun naam achter- of voorop de tekeningen krabbelen.'


Hisko Hulsing


Zijn veelbekroonde animatiefilm Junkyard was dit jaar de Nederlandse inzending voor de Oscars


'Voor mij blijft die 3D-computeranimatie toch bewegend speelgoed. Daarom werkte Toy Story ook zo goed. Maar esthetisch vind ik het niet interessant. Geef mij maar de prachtig getekende en geschilderde Disneyfilms uit het midden van de 20ste eeuw.


Pixarfilms zijn vergadertafelfilms: er werken enorme teams aan en elk idee wordt tegen het licht gehouden en getest. Het is een bijna wetenschappelijke benadering: hoe kun je een zo groot mogelijk publiek trekken? Door het succes van Pixar is 3D de standaard geworden: onlangs heeft Disney alle 2D-animatoren ontslagen. Dieptriest vind ik dat.


Tegelijkertijd: ik ken de formules, ik weet wanneer ze de Hollywoodspier - zo noem ik dat - gaan aanraken. Bij Toy Story 3 bijvoorbeeld wist ik: over twee minuten gaan ze me aan het huilen maken. En dat lukt ze dan toch nog! Onbegrijpelijk! Toen ik met mijn zoontje de zaal uitliep, dacht ik over mezelf: stop er maar mee, dit gaat jou echt nooit zo lukken.'


Geen liedjes!


Rosto


Kunstenaar en regisseur van o.a. The Monster of Nix en Lonely Bones


'Mooi heb ik het nooit gevonden, maar Pixar heeft met Toy Story wel eigenhandig de animatiefilmtraditie uit het slop gehaald. Destijds was Disney compleet de weg kwijt en nieuwkomer Pixar kreeg voor elkaar dat een lange animatiefilm weer leuk, opwindend en spannend kon zijn. Dat had voornamelijk te maken met ongelofelijk sterke scripts. Maar nu zijn we op het punt gekomen dat de Pixarformule uitgewerkt is. Er is een soort Pixaridioom ontstaan dat dicteert hoe de animatie moet en de vormgeving en de cameravoering. Het wordt technisch steeds perfecter, maar niet avontuurlijker. Het is misschien ook onherroepelijk als je begint als vernieuwer, dat je uiteindelijk dat wordt waartegen je zelf vocht. Een eigenaardige ontwikkeling vind ik dat jonge, talentvolle animatoren allemaal wel een slavenbaantje willen bij Pixar.


Ze hebben mij eens gevraagd om wat films op te sturen ter inspiratie. Dat vind ik wel goed, dat ze hun teams blijkbaar blijven voeden met films die in de rest van de wereld worden gemaakt.'


Waarom is Pixar zo goed in het vertellen van verhalen? Andrew Stanton, schrijver van Toy Story, A Bug's Life, Finding Nemo en Wall-E, lichtte vorig jaar tijdens zijn TED-Talk een tipje van de sluier op. 'In 1993 waren films als Little Mermaid, The Beauty and The Beast en Aladdin de succesvolle animaties. Dus toen we Toy Story voor het eerste keer pitchten bij Tom Hanks, zei hij: jullie willen toch niet dat ik ga zingen, hè? (...) 'Wij wilden laten zien dat je een verhaal heel anders kunt vertellen. Maar we hadden nog geen invloed, dus we hadden een geheim lijstje met regels. Geen liedjes. Geen 'ik wil'-moment. Geen blij dorp. Geen liefdesverhaal. Geen schurk.' Aanvankelijk werkte dat voor geen meter en adviseerde een door Disney ingehuurde externe hulp precies het omgekeerde. 'Goddank waren we te jong, te rebels en te tegendraads. Het maakte ons alleen maar vastberadener. En een jaar later bewezen we dat zij het mis hadden.' (foto hiernaast: Up)


Albert 't Hooft


Met Paco Vink regisseur van veelbekroonde korte animatiefilms als Little Quentin en Paultje en de Draak. Werkt momenteel aan speelfilm Trippel Trappel


'Ik vergelijk het altijd zo: als Dreamworks (de studio achter o.a. Shrek, red.) de McDonald's is van animatie, met zijn snelle, eigentijdse grappen, dan is Pixar een Frans restaurantje. Hun films zijn tijdloos en er zit ontzettend veel tijd en aandacht in. Daarom kun je ze over twintig jaar probleemloos nogmaals zien.


Bij Pixar zitten de beste verhalenvertellers in de business. De manier waarop zij personages neerzetten en emoties opwekken is ongeëvenaard. Neem alleen al het eerste uur van Wall-E: er wordt geen woord gezegd, maar met beeld wordt zo veel verteld.


Hun merchandise zie ik als noodzakelijk kwaad om de industrie in stand te houden. Bovendien hielden ze bij Up vast aan het idee van een oude man als hoofdpersoon - daar valt ook geen speelgoed van te maken natuurlijk. Maar ze kiezen dan dus toch voor het authentieke verhaal.'





Wat is de bijdrage van Pixar volgens vakbroeders?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden