Financiering partijen vereist controle

Politieke partijen spelen een wezenlijke rol bij het functioneren van de representatieve democratie. Daarom moeten partijen de beschikking krijgen over meer geld en moet op sponsering en giften worden toegezien door een onafhankelijk orgaan, meent Marnix van Rij....

BEGIN januari publiceerde de Staatscommissie Elzinga haar rapport Dualisme en lokale democratie. In dat rapport wordt ook ruim aandacht gegeven aan de positie en functie van politieke partijen. Er wordt ondermeer geconstateerd dat politieke partijen zich in een transformatieproces bevinden. Zo lang de emancipatie in de twintigste eeuw in volle gang was, hadden politieke partijen een nadrukkelijke schakelfunctie. Zoals A. Lijphart dat in Verzuiling, pacificatie en kentering in de Nederlandse politiek beschrijft was deze schakelfunctie ingebed in de verzuilde complexen van maatschappelijke organisaties, waarvan de politieke partijen als het ware de toppen vormden.

Dit overzichtelijke beeld veranderde in de jaren zestig en zeventig met de komst van nieuwe partijen (D66, PPR en DS'70), later gevolgd door grotere verschuivingen tussen politieke partijen. Vaak waren die verschuivingen afhankelijk van het succes van een man, de politiek leider, toevallig de minister-president (zie Den Uyl in 1977, tien zetels winst, Lubbers in 1986, negen zetels winst en Kok in 1998 acht zetels winst).

Kiezers zijn minder traditioneel gebonden aan een politieke partij. Inmiddels behoort 60 procent tot de zwevende kiezers. Kiezers komen ook minder op bij verkiezingen. Zo was in 1998 de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen slechts 59,5 procent (een historisch laagterecord). Daarnaast zijn steeds minder kiezers lid van een politieke partij. In 1999 waren circa 300 duizend kiezers lid van een partij, dat is 3 procent. Dat was in de jaren vijftig 11 procent.

Elzinga c.s. onderscheiden vijf functies voor politieke partijen in de representatieve democratie: (1) recrutering en selectie van de kandidaten voor de vertegenwoordigende organen,(2) de articulatie van wensen en eisen van burgers, (3) de integrale weging van wensen en belangen van burgers, (4) het mobiliseren van het electoraat door middel van het voorleggen van heldere keuzes en tenslotte (5) het overdragen van kennis over besluitvormingsprocessen en politieke gebruiken aan kiezers en vooral leden.

Met name de eerste en derde functie zijn zeer belangrijk, omdat politieke partijen daar het unieke alleenrecht op hebben. Zonder politieke partijen zullen er niet snel voldoende gekwalificeerde kandidaten zijn voor de vertegenwoordigende functies in de representatieve democratie. Op dit moment is slechts 10 procent van de leden (circa 30 duizend) beschikbaar voor 31 duizend vertegenwoordigende functies. Alle politieke partijen hebben in toenemende mate te maken met recruteringsproblemen. Zelfs de grootste politieke partij in ledental (82 duizend), het CDA.

Een eigen onderzoek van de Bestuurdersvereniging van het CDA, heeft in 1999 aangetoond dat een aantal gemeentelijke afdelingen moeite heeft met het vinden van kandidaten voor de gemeenteraad. De huidige minister van Binnenlandse Zaken, De Vries, lijkt voor dat argument niet gevoelig. Sterker nog, hij wekt de indruk dat te ontkennen. Een typisch voorbeeld van Haagse oogkleppen?

De functie van de integrale afweging is zeer wezenlijk. Zeker waar onder meer door individualiseringstendensen burgers minder geneigd zijn om de zaak van de res publica in het oog te houden, maar vaak meer geleid worden door het eigenbelang, soms culminerend in het nimby-syndroom (not in my backyard). Politieke partijen moeten krachtig blijven uitdragen dat het in de publieke zaak gaat om een integrale afweging van deelbelangen. Voor het behoud van de solidariteit tussen burgers is dat wezenlijk.

Het rapport Elzinga c.s. werd direct breed omarmd. Het kabinet kwam met een standpunt. Veel aandacht ging uit naar het vraagstuk hoe de burgemeester benoemd moet worden. Allemaal reuze aardig, maar een veel interessantere vraag is: wat doet het kabinet voor politieke partijen? Het moge duidelijk zijn dat door het dalende ledental de politieke partijen minder inkomsten hebben. Juist in een tijd dat er ook gezien de teruglopende opkomstpercentages er geïnvesteerd moet worden in de representatieve democratie.

Wat ik volstrek mis in de beschouwingen hierover is de rol die internet en e-mail gaan spelen in de relatie kiezer-gekozene. ICT geeft aan politiek partijen een uitgelezen kans om veel directer te communiceren en een betere invulling te geven aan de eerder genoemde functies. Dat kost echter wel heel veel geld. Net zo goed als het campagnevoeren veel geld kost. Hoopvol waren de blikken dan ook gericht op minister De Vries die recent met een notitie kwam over de financiering van politieke partijen. De notitie is aan de Tweede Kamer gestuurd.

Die notitie is ronduit teleurstellend. Behoudens wat formele aanscherpingen terzake van de verantwoording van giften en sponsoring houdt De Vries als een echte boekhouder de hand op de knip. Het jaarlijkse bedrag van tien miljoen gulden is voldoende voor alle politieke partijen, stelt hij. Ik heb zelden een ongeïnspireerder stuk gelezen. Het schreeuwt om een tegengeluid.

Als het om financiële middelen gaat moeten politieke partijen in de eerste plaats natuurlijk zelf voor de inkomsten zorgen. Iedere vereniging in Nederland moet jaarlijks aan ledenwerving doen. Ter geruststelling: ruim 75 procent van de inkomsten van het CDA op een begroting van ongeveer tien miljoen gulden wordt bij de eigen leden opgehaald in de vorm van contributie.

Wel vind ik dat er een premie gegeven moet worden op succesvolle ledenwerving. Dus niet de subsidie alleen afhankelijk maken van de uitslag bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen. Het is bekend dat die uitslag sterk afhankelijk kan zijn van de positie van de politiek leider (vaak minister-president) van een politieke partij.

Voormalig minister Peper was gevoelig voor het pleidooi om de subsidie mede afhankelijk te maken van het aantal leden, waarbij nog een onderscheid mogelijk is om als factor het aantal nieuwe leden als percentage van het totaal aantal leden te laten meewegen. In Duitsland kennen ze al jarenlang een dergelijk mengformule.

Daarnaast pleit ik voor een eenmalige verhoging van de overheidssubsidie in de vorm van 'geoormerkte' gelden om de benodigde ICT-investeringen te doen. Het opzetten van interactieve websites en virtuele afdelingen kost heel veel geld. Maar is zeker zo belangrijk om meer mensen bij de politiek te betrekken. Waarom wel met belastingcenten een website voor de premier financieren, maar niet voor politiek partijen?

De notitie schiet echt te kort op het punt van de sponsoring. Er wordt doodleuk gesteld dat het verbieden van sponsoring in strijd zou zijn met de Grondwet (art 8 vrijheid van vereniging). Vreemd, zou dit argument niet gelden in Frankrijk? Daar is het sinds 1995 bij wet verboden om als politieke partijen giften van bedrijven en organisaties aan te nemen. Nu is er nog een verschil tussen giften en sponsoring, omdat er in tegenstelling bij giften (vrijgevigheid) in de situatie van sponsoring wel sprake is van een wederdienst.

Niet dat ik ga pleiten voor een wettelijk verbod op het aannemen van giften en sponsoring voor politieke partijen. Maar ik vind het allemaal nog al kort door de bocht. De Vries zet de deur voor sponsoring feitelijk open. Hij komt daar de VVD mee tegemoet, die wervend sponsorklanten binnenhaalt om de eigen congressen te financieren (zie het recente congres te Assen). Ik heb begrepen dat de VVD het nu geen sponsoring meer gaat noemen, want dat heeft een verkeerde klank in het bedrijfsleven.

De Vries geeft de liberalen volledig groen licht vanuit de gedachte dat het bedrijfsleven toch niet afkomt. Hij maakt een denkfout, van de leden van VNO/NCW stemt 50 procent VVD. Iedere gulden die door middel van sponsoring binnenkomt ontlast de VVD-begroting en betekent indirect meer geld voor campagnevoeren. Zie daar het probleem. Zo krijgen wij straks geen eerlijke campagne in Nederland. Wie betaalt, bepaalt dan. Vraagt dat om overheidsingrijpen?

Nee dat is niet nodig, maar ik breek wel een lans voor het instellen van een onafhankelijk toezichthoudend orgaan op giften en sponsoring aan politieke partijen. Mensen met een onbesmet blazoen kunnen daar deel van uitmaken, zoals de president of leden van de Algemene Rekenkamer. Ik wil dat dat orgaan met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2000 wordt ingesteld. Is dit een nieuwe gedachte? Nee, men kent in Frankrijk een dergelijke instelling al en in het Groot-Brittannië wordt die ingevoerd.

Ik doe een beroep op een 'meedenkende en ondernemende overheid'. Hopelijk gaat de Tweede Kamer bij de behandeling van de begroting van Binnenlandse Zaken serieuzer op het onderwerp rol, functie en financiering politieke partijen in dan het kabinet tot nu toe heeft gedaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden