Klopt dit wel? Welvaartsverdeling

Financiële ongelijkheid alleen groter in VS: is het echt zo slecht gesteld met de Nederlandse welvaartsverdeling?

Berichten verspreiden zich razendsnel, of ze nu kloppen of niet. Wij proberen de zin van de onzin te scheiden. Vandaag: ‘Nederland staat mondiaal op de tweede plaats qua financiële ongelijkheid’.

Een bedelaarster tussen het winkelende publiek in de Kleine Staat in Maastricht. Foto HH / Roger Dohmen

Van wie komt de claim?

Alleen in de VS zou de financiële ongelijkheid nóg groter zijn dan in Nederland. Een staafgrafiekje in zakentijdschrift Forbes van afgelopen zomer toont dat de rijkste 10 procent van de Nederlanders 68 procent van ’s lands vermogen in handen heeft. Daarmee zouden ‘we’ in de internationale top twaalf van landen met grote ongelijkheid op de tweede plaats staan.

De ranglijst van Forbes, met landen met grootste vermogensongelijkheid. Foto Forbes

Klopt het?

De cijfers komen uit een recent rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) over de ongelijke welvaartsverdeling over huishoudens in de lidstaten. Het rapport spreekt niet over verschillen in inkomsten, maar over vermogens – een groot verschil, zegt Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het Centraal Bureau van de Statistiek. ‘De inkomensongelijkheid is in Nederland ongeveer gemiddeld, in vergelijking met andere landen. De vermogensongelijkheid is volgens internationale vergelijkingen juist hoog.’

Dat heeft deels te maken met de kwaliteit van de data. In Nederland is de Belastingdienst redelijk goed op de hoogte van ieders vermogen, vertelt Van Mulligen. ‘Dat is vrij uniek in de wereld. In de meeste andere landen worden vermogens geschat door middel van enquêtes, waar mensen zelf hun vermogen moeten opgeven. Dat leidt tot ernstige onderrapportage.’

Ook Koen Caminada, hoogleraar empirische analyse van sociale en fiscale regelgeving van de Universiteit Leiden, zet kanttekeningen bij de data. ‘Veel vermogens worden opgebouwd in de loop van decennia, via vererving of bedrijfsoverdracht, en worden niet geadministreerd. De grafiek van de Oeso is verder gebaseerd op twee of drie datajaren per land, het betreft statistiek in ontwikkeling. Je moet daarom uitkijken met internationale vergelijkingen.’

Bovendien is de pensioenopbouw niet meegenomen in de cijfers. Voor de lagere en middeninkomens is pensioenopbouw echter bij uitstek de manier om te sparen voor de oude dag, zegt Arjan Lejour, onderzoeker bij het Centraal Planbureau. De allerrijksten bouwen wel pensioen op, maar dat tikt relatief veel minder aan dan bij de overige burgers. Pensioenopbouw heeft dus een nivellerend effect op de vermogensongelijkheid. 

Volgens Wiemer Salverda, emeritus hoogleraar arbeidsmarkt en ongelijkheid van de UvA, maakt dat voor de internationale vergelijking echter niet uit. ‘De VS heeft ook omvangrijke kapitaalgedekte pensioensystemen. En ook voor de pensioenomslagstelsels zoals in Duitsland moet een vergelijkbare pensioenberekening gemaakt worden.’ Lejour denkt dat het wel uitmaakt: ‘Juist in Nederland, maar ook in Denemarken, dat op de derde plaats staat, zijn collectieve pensioenen erg belangrijk. In de VS bouw je meer een individueel pensioen op en ook in andere landen is het collectieve pensioen minder groot.’ Internationale cijfers die corrigeren voor de pensioenopbouw ontbreken.

Eindoordeel

De vermogensongelijkheid tussen Nederlandse huishoudens is relatief groot, maar onzekerheden omtrent dataverzameling en pensioenopbouw vertekenen waarschijnlijk het beeld. 

Enith Vlooswijk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.