Filosoof ontwaart kille bedrijven door verrekijker

René ten Bos is een droogzwemmer. Als filosoof en bedrijfstrainer heeft hij zijn kennis over het zakenleven uit de tweede hand....

Of 'De saaiheid en nijverheid van boekhouders worden in de frigide omgeving van veel organisaties hogelijk gewaardeerd.'

Het zijn waarde-oordelen van een buitenstaander die de wereld van het grote geld wantrouwig gadeslaat.

In de jaren tachtig uit de bijstand geplukt door de werkgeversstichting Nieuw Elan, heeft Ten Bos zich wel de managementcanon eigen gemaakt, maar zich nooit ontpopt tot de beoogde manager. Ook de consultancy mijdt hij. Wél is hij sinds kort bijzonder hoogleraar filosofie en managementtheorie in Nijmegen.

Dat heeft nadelen. Zijn cases zijn tweedehands, zijn sleetse bedrijfsvoorbeelden (Shell, The Body Shop) ontleend aan de media. Ongehinderd door directe waarneming generaliseert hij erop los en trapt hij open deuren in. Want natuurlijk dwingen bureaucratieën een attitude af. Dat is zelfs hun belangrijkste doel. En boekhouders zijn inderdaad geen jolige dwarsliggers, net zoals appels geen peren zijn. Maar anders dan Ten Bos suggereert, zijn bureaucratieën en boekhouders meestal integer en effectief. Ze vormen het fundament onder de welvaart en keuzevrijheid van de westerse maatschappij.

Toch valt Ten Bos' oeuvre niet te passeren. Het vormt een prikkelend tegenwicht voor de onvermoeibaar boekjes poepende consultancy, die het bedrijfsleven onder steeds nieuwe labels alsmaar dezelfde modellen en concepten opdringt. Als Ten Bos klaagt dat er in bedrijven 'vluchtige schaduwen hangen boven de kleine moraliteit: hooggestemde woorden die maar nergens een vrolijk refrein worden', dan doelt hij op woorden als 'duurzaam' en 'maatschappelijk verantwoord'. Hoe, wanhoopt Ten Bos, kunnen werknemers hun eigen verantwoordelijkheid voelen (kleine moraliteit) als ze worden doodgegooid met dit soort gemeenplaatsen in mission statements?

Ten Bos' boeken overlappen elkaar in thematiek en anekdotiek, maar ze tonen een steeds grotere onthechting. Blijft de auteur in zijn kritische beschouwing Strategisch Denken (1997) nog dicht bij modellen en cases uit de bedrijfskunde, in Merkwaardige Moraal (1998) permitteert hij zich, naast enkele gevalsbeschrijvingen, langere uitstapjes naar de filosofie en piekert hij over de verhouding tussen werknemers en ethische bedrijfsregels. Fashion and Utopia in Management Thinking (in 2002 vertaald als Modes in management en eerder hier besproken) bevat helemaal geen cases meer, maar een scherpe, onafhankelijke analyse van bekende goeroe-boodschappen.

Dit jaar stijgt Ten Bos verder ten hemel. In Rationele engelen (2003) onderzoekt hij het morele gehalte van ideaaltypen professionals in organisaties, om vervolgens nogmaals te constateren dat de 'verantwoord ondernemen'-trend en het vak bedrijfsethiek een wassen neus zijn. Professionals zijn het spoor naar hun geweten bijster, betoogt hij, omdat arbeidsorganisaties de kille ratio laten prevaleren.

Ten Bos is hier expres wijdlopig en hoogdravend. Aan het slot stelt hij zelf dat er 'een Victoriaanse gloed over dit hele boek hangt'. Dat opzettelijke anachronisme reduceert de kans op weerklank, maar het is ook een uitdaging aan het gladde, platvloerse jargon van managers en consultants. Wie Ten Bos' academische woordenspel aandurft, stijgt uit boven het bedrijventerrein en ziet andere dimensies.

In Rationele Engelen werkt Ten Bos het (van de organisatiekundige Reed overgenomen) onderscheid uit tussen de klassieke professional (arts, rechter), de management-professional en de postmoderne kenniswerker (informaticus, consultant). Hij beschrijft hoe ze verschillen in status en in aspiraties. Ook fileert hij de moderne accountant. 'Die mensen in hun (mantel)pakken zijn bezig met een grote exercitie die erop gericht is het ambacht de geloofwaardigheid te geven van (...) de wetenschap.' Met zijn alfa-achtergrond etaleert Ten Bos een onterechte smetvrees voor cijfers en systemen, maar als waarschuwing voor de risico's van overorganisatie is zijn gedachtengang functioneel.

De inaugurele rede Spookrijders is dan teleurstellend. Hier valt de filosoof in zijn eigen kuil. Het verhaal is een opzichtig en soms onzinnig vertoon van eruditie, dat bij nadere beschouwing het niveau heeft van borrelpraat. Zijn terechte vraag 'Hoeveel desorganisatie willen wij in een georganiseerde wereld toelaten', wordt niet onderbouwd, laat staan beantwoord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden