Filosofie van de woede

Grote delen van zijn boek Omerta komen voort uit een ruzie die de Leidse filosoof Wouter Oudemans heeft met z’n faculteit en de universiteit....

Filosofen zijn notoire ruziemakers. Wanneer hun onderlinge woede gesublimeerd wordt, kan dat soms veel moois opleveren. In ons land deed Joke Hermsen in haar sleutelroman De profielschets enkele jaren geleden op superieure wijze verslag van haar conflicten met een aantal vaderlandse filosofen. Het wijsgerig geruzie wordt vanzelfsprekend vaker als ‘echte’ filosofie dan als roman verwerkt. Contraire standpunten van collega’s worden langs argumentatieve weg weerlegd en leiden zo vaak tot een aanscherping en verduidelijking van de eigen filosofische positie. In Denkers in de ring bundelden Maarten Doorman en Willem Visser een selectie van 25 eeuwen filosofische polemiek.

Voorwaarde voor beide wijzen van ruzieverwerking is wel dat de lezer van roman of wijsgerige verhandeling niet op directe wijze met ordinaire persoonlijke wissewasjes en strijdpunten wordt overspoeld. Omerta van de Leidse filosoof Wouter Oudemans voldoet daar niet aan.

Dat Oudemans woedend is en dat grote delen van zijn boek hieruit voortkomen, wordt de lezer al snel duidelijk. De vraag is zelfs of Oudemans, over wie de flaptekst niets meedeelt, nog wel in Leiden doceert. De flarden van zijn ruzie met de faculteit wijsbegeerte en de hele Leidse universiteit, waar de lezer kennis van kan nemen, doen het ergste vrezen. Oudemans drukt bijvoorbeeld de hele tekst af van een aan hem gerichte, persoonlijke e-mail waarin de decaan van de faculteit hem meedeelt een bepaalde nieuwsbrief niet onder de studenten te willen verspreiden. Oudemans betitelt dit als censuur en intimidatie, maar waar het precies om ging en wat er nu in de gewraakte tekst stond, komt de lezer van Omerta niet te weten. Een oordeel over de ruzie kan hij zo niet vellen, hij kan alleen concluderen dat Oudemans erg boos is.

Die boosheid uit zich ook in felle aanvallen op het onderzoeksprogramma van de faculteit wijsbegeerte en op het instellingsplan van de Leidse universiteit. Delen hieruit worden uitvoerig geciteerd en van kort misprijzend commentaar, dat vaak niet verder gaat dan de smalende uitroepen ‘Joechei’ en ‘Kassa’, voorzien. Als Oudemans in zijn woede verder gaat dan dit soort korte commentaar, maakt zijn woede het hem soms onmogelijk de teksten van zijn tegenstanders rustig te lezen.

In het onderzoeksplan van de faculteit staat bijvoorbeeld dat men in het dagelijks spraakgebruik door het hanteren van het begrip ‘rationaliteit’ twijfels en tegenwerpingen vaak snel als ‘irrationeel’ terzijde schuift, maar dat de filosofie hier vragen bij stelt. Oudemans leest alleen het eerste en schrijft verontwaardigd: ‘Huh? Door wie gebeurt dit dan? Toch niet bijvoorbeeld door een filosoof als Popper.’ Boos als hij is, lijkt hij niet in de gaten te hebben dat hij hier precies hetzelfde zegt als het door hem zo verfoeide onderzoeksprogramma.

De onverwerkte woede van Oudemans komt ook naar voren in de intrigerende, maar ook insinuerende titel Omerta, waar de beruchte zwijgplicht van de maffia mee wordt aangeduid. De lezer kan er enerzijds niet omheen om hierbij aan de Leidse filosofiefaculteit te denken, die de arme auteur het zwijgen op wil leggen. Anderzijds draait het hier voor Oudemans ook om een positief begrip waarmee hij zijn wijsgerige methode van het ‘verzwijgen’ omschrijft. Helaas wordt deze wijsgerige benadering geen enkel recht gedaan met dit uit boosheid ontstane begrip. Wanneer Oudemans het toch voor zijn filosofie wil redden, gaat er dan ook veel mis.

Zo noemt hij de omerta een ‘begrip uit de oude doos’ waarvoor geen plaats zou zijn in de moderne maatschappij van de gelijkschakeling en de ‘vermenigvuldiging’. Welnu, elke studie over de maffia laat juist zien dat het hier om een modern verschijnsel gaat dat uitstekend past in de door Oudemans zo gewraakte opkomst van de kapitalistische samenleving. En als Oudemans de beroemde uitspraak van Wittgenstein, ‘waarover men niet kan spreken, daar moet men over zwijgen’, door de onderstreping van het woordje ‘moet’ ook als zwijgplicht interpreteert, vergeet hij dat er in het Duits van mussen en niet van sollen sprake is. Alleen het eerste werkwoord is met plicht en plichtsethiek verbonden.

Oudemans is in ons land vooral bekend door de filosofische gesprekken over cultuur en techniek die hij zo’n tien jaar geleden in De horizon van Buitenveldert met Arnold Heumakers voerde. Daarna verscheen, vorig jaar, het boek Echte filosofie van zijn hand. In beide publicaties was er in veel gedeelten sprake van een spannende en oprechte filosofische zoektocht naar de mogelijkheidsvoorwaarden van een wijsgerig spreken in het tijdperk van een gelijkgeschakelde taal.

Ook in Omerta vinden we een aantal mooie voorbeelden van deze openheid voor een nieuw wijsgerig spreken. De al genoemde, aan Heidegger ontleende stemming van het ‘verzwijgen’ vormt er de voorwaarde voor. Wat dit voor de filosofie zou kunnen inhouden, maakt Oudemans in zijn fraaie laatste hoofdstuk duidelijk door de literaire teksten van Nescio en Marsman te vergelijken. Nescio schrijft ontwijkend en indirect, zijn emoties komen omhuld binnen een schijnbaar zakelijk verslag aan de orde. Marsman verzet zich als dichter rechtstreeks tegen de cultuur van de zakelijkheid. Zijn gedichten, met ‘Denkend aan Holland’ als extreem voorbeeld, worden volgens Oudemans daarom al snel als ‘lustig terzijde’ in de ‘vermaaksindustrie’ geïntegreerd.

Dat laatste gebeurt ook met de filosofie in haar academische gestalte. Oudemans wil zich daar verre van houden om via de benadering van het verzwijgen à la Nescio juist filosofisch te kunnen spreken. Dat dit soort wijsbegeerte waard is om gehoord te worden, werd in De horizon van Buitenveldert en in Echte filosofie duidelijk. In Omerta belooft Oudemans de verschijning van Echte filosofie 2. Nu de boosheid is uitgesproken en overgewaaid, zal dit ongetwijfeld een belangrijk en ‘echt’ polemisch werk worden. Hans Achterhuis

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden