Filosoferen over de kwaliteit van het onderwijs

Nog maar nauwelijks was Nicolas Sarkozy gekozen tot president van de Vijfde Republiek, of hij kondigde aan zijn nieuwe minister van Onderwijs op te dragen ervoor te zorgen dat voortaan op alle middelbare scholen aan het begin van elk schooljaar de afscheidsbrief van Guy Môquet zou worden voorgelezen....

Parijs
Geen twijfel mogelijk: dat is een aangrijpend document, waarin een jongeman, een kind nog, uiteenzet wat hem bewogen heeft en waarom hij er niet tegenop ziet zometeen te worden vermoord. Hij heeft idealen en overtuigingen, al had hij daarnaast ook dromen, ambities en verlangens.

Parijs
De brief is helder geschreven en rechtlijnig van gedachtengang, maar nergens simplistisch of drammerig. Guy Môquet droeg zijn lot – en hij wist waarom.

Parijs
Het besluit van Sarkozy van die brief een seculier sacrament te maken voor de inwijding van ieder nieuw schooljaar voor Môquets huidige leeftijdgenoten, diende twee doelen. Het zou de scholen over geheel Frankrijk eenzelfde ritueel verschaffen. En het zou de jongelui van nu enige relativering voorhouden van hun eigen obsessies door hun het voorbeeld voor te houden van iemand als zij die het, nog niet eens zo heel lang geleden, minder getroffen had en die er desondanks indrukwekkende opvattingen op nahield. Beide doelen dragen een moreel en pedagogisch karakter: eenheid in de natie bevorderen en een stichtelijk voorbeeld stellen.

Parijs
Daar is, zou je denken, zowel uit geschiedkundig oogpunt als vanuit onderwijskundig perspectief, weinig tegenin te brengen. Met door de staat gedicteerde geschiedopvattingen moet je weliswaar uitkijken, maar het morele oordeel over Guy Môquet is onomstreden: dappere knul, het hart op de rechte plaats.

Parijs
Mis. Een paar dagen nadat Sarkozy zijn besluit had afgekondigd, verscheen er een brief in Le Figaro van een leraar in het middelbaar onderwijs die aankondigde niet mee te zullen doen. Zijn leerlingen, schreef hij, waren niet bij machte die brief te snappen, noch naar de omstandigheden waar die naar verwees, de periode van oorlog en bezetting, noch naar de taal, simpel Frans zonder moeilijke woorden of incourante werkwoordsvormen, noch naar de morele afweging die erin werd gemaakt.

Parijs
Op die eerste brief volgden er meer – en toen was het debat geboren: hoe gaat het eigenlijk met het Franse middelbare onderwijs, wanneer het zo treurig gesteld is met de kennis en ontvankelijkheid van de scholieren? Alain Finkielkraut, de zorgelijkste der Franse intellectuelen, maakte er een reeks radiogesprekken over met deskundigen en getuigen; die zijn nu uitgetikt en gebundeld onder de titel La querelle de l’école, ‘de schoolstrijd’.

Parijs
Veel daarin is herkenbaar voor wie het debat over de teloorgang van het Nederlandse lagere, middelbare, hogere en academische onderwijs heeft gevolgd. De sociale en de sociaal-culturele problemen van de afzonderlijke landen van Europa houden zich niet aan de grenzen die in de schoolatlassen nog staan aangegeven.

Parijs
Maar er zijn ook verschillen, en dat zijn verschillen in reactie. De Nederlandse minister van Onderwijs, Ronald Plasterk, benoemde een commissie die de problemen in het onderwijs moest inventariseren. De Franse president schreef, aan het begin van het nieuwe schooljaar, een brief aan alle leerkrachten, 850 duizend mannen en vrouwen, persoonlijk geadresseerd. De verschillen lijken mij cultureel bepaald, al is er iets voor te zeggen dat die verschillende culturen hun licht eens bij elkaar gaan opsteken.

Parijs
De commissie die aan Plasterk rapporteerde kwam met aanbevelingen waar iedereen het mee eens is en die een niet-commissielid op een regenachtige zondagmiddag ook wel had kunnen verzinnen: meer geld, meer vrije tijd, meer scholing voor de leerkrachten. Beter opgeleide leerkachten, die beter gaan verdienen en meer tijd aan hun leerlingen kunnen besteden, gaan beter onderwijs geven en dus betere leerlingen afleveren. Daar kunnen zelfs de vakbonden voor onderwijzend personeel geen bezwaar tegen maken.

Parijs
Sarkozy vindt ook dat leraren beter betaald moeten worden en dat de status van hun vak wel een herwaardering kan gebruiken. Maar hij vindt daarenboven dat er wel eens een nieuwe filosofie voor het onderwijs mag komen, een nieuw uitgangspunt waarmee de leerlingen tegemoet worden getreden. Interessante gezichtspunten, uit de pen van de man die tijdens de verkiezingen de Fransen voorhield dat zij te veel filosofeerden en te weinig deden.

Parijs
‘Onderwijzen’, schrijft Sarkozy, ‘is twee tegengestelde bewegingen met elkaar verenigen: de opvatting die ieder kind wil helpen zijn eigen weg te vinden en de opvatting die kinderen bij wil brengen wat wij zelf voor goed, mooi en waar houden.’ Zou het kunnen zijn, zo filosofeert de president, dat wij, nadat wij lange tijd de persoonlijkheid van het kind veronachtzaamd hadden, doorgeslagen zijn naar de andere kant?

Parijs
De vraag stellen is haar beantwoorden. ‘Men wijdt zich tegenwoordig minder aan de overdracht’, schrijft Sarkozy. En hij bepleit de traditie te hervatten die bij de renaissance en het humanisme begonnen is: onderwijs is vorming, van de persoonlijkheid, binnen de cultuur.

Parijs
Dat kun je afdoen als ‘typisch Frans’, zoals die litanie van ‘meer’ wel typisch Nederlands zal zijn: een volk van denkers tegenover een volk van handelaren. Maar daarmee doe je de gelijkvormigheid van de onderwijsproblematiek in Europa tekort.

Parijs
Volgens mij moet Plasterk ook maar eens zo’n brief schrijven – en uitleggen waarom hij, juist hij, vindt dat onvoldoendes op sleutelvakken moeten mogen. En daarna kan hij iedereen opdragen Het Achterhuis te gaan lezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden