Filosofen in gesprek

WELKE INTERVIEWER zou niet graag worden onthaald op een voorgerecht van paté van eendenlever en gerookte eendenborst? Terwijl hij zijn lijstje met vragen uit een van zijn zakken opduikelt, schenkt zijn gesprekspartner hem een glas Gewürztraminer in....

Het overkwam Ger Groot toen hij de Franse filosoof Michel Onfray interviewde in 1992. Diens boek De buik van de filosoof was toen net vertaald in het Nederlands. Hij koppelt daarin op onderhoudende wijze filosofie en eetgewoonten aan elkaar. Hij wilde laten zien dat filosoferen niet zo'n exclusief intellectuele bezigheid is als men denkt. Hij toonde aan dat de gedachten van een filosoof tot op grote hoogte worden bepaald door zijn eetgewoonten en lichamelijke gesteldheid.

Het interview van Groot verscheen indertijd in verkorte vorm in de zaterdagse bijlage Letter en Geest van Trouw. Het is nu opnieuw gepubliceerd, ditmaal volledig, in de bundel Twee zielen - Gesprekken met hedendaagse filosofen. De bundel bevat achttien interviews die Groot de afgelopen jaren maakte. Hij sprak met bekende denkers zoals de tegendraadse Amerikaan Richard Rorty, de populaire Spaanse filosoof Fernando Savater en de Duitser Rüdiger Safranski, van wiens hand kortgeleden een studie naar het kwaad verscheen.

Het interview met Onfray is het leukste om te lezen, omdat zijn persoon zo duidelijk gekoppeld is aan de filosofie die hij voorstaat. Nadat hij op zijn 28ste volkomen onverwacht een hartinfarct had gekregen, begon hij zijn ideeën over een hedonistische moraal te ontwikkelen. Het leven is te kort om te verdoen met verplichtingen en zelfkwelling. De dood is de enige zekerheid die we hebben, en het komt er niet zozeer op aan haar te temmen als wel te verachten, aldus Onfray.

Tijdens het gesprek met Groot brengt hij zijn filosofie direct in de praktijk. Af en toe rent hij naar de keuken om te zien hoe het staat met het hoofdgerecht. 'De zalm is een beetje aangebrand. Dat komt door Nietzsche. . . Mijn excuses. De saus is op basis van roquefort, de puree een mengsel van aardappelen en uien. De zalm, tja. . . die is een beetje éénzijdig geworden.'

De gastronomische geneugten weerhouden Groot er gelukkig niet van kritische vragen te stellen. Een hedonistische moraal, is dat geen contradictie? Hedonisme lijkt weinig ruimte te laten voor de medemens en voorbij te gaan aan zaken als armoede en milieuproblematiek.

Onfray is het daarmee niet eens. Genot is weliswaar een strikt persoonlijke zaak, maar de ander verdwijnt daarmee nog niet uit mijn blikveld, vindt hij. Ook het plezier van een ander doet mij plezier en dat is de basis van een werkelijke moraal. 'Geniet en doe genieten' is zijn devies. Of omgekeerd: 'Laat niemand lijden, anderen noch jezelf.'

Hij verzet zich tegen de arbeidsmoraal die in de huidige tijd zo overheersend aanwezig is. Er moet natuurlijk gewerkt worden, maar dat maakt arbeid nog niet tot een deugd, tot iets begerenswaardigs. Het Franse woord travail duidde oorspronkelijk een martelwerktuig aan, vertelt hij. 'Dat zegt genoeg. Een samenleving die zo'n noodzakelijk kwaad tot hoogste deugd uitroept, maakt van haar leden overtuigde masochisten die hun eigen lustgevoelens niet meer vertrouwen.'

De grootste perversiteit noemt hij het jezelf vrijwillig afbeulen omwille van een gezond lichaam. Het dagelijkse rondje joggen is voor menigeen een verplicht nummer. Drank en sigaretten zijn vanzelfsprekend taboe, evenals overdadig en vet eten. Misschien leeft een mens op deze manier langer, maar wat heb je aan een langer leven wanneer het je geen plezier geeft?

De afkeer van het lichaam is een christelijke erfenis, meent Onfray. Het lichaam bond de mens aan de aarde en hield hem af van het hogere. Vrijwel alle toonaangevende filosofen gingen mee in deze manier van denken. De zintuigen moesten worden afgezworen, want het geestelijk ideaal kon alleen worden bereikt door ascese, versterving en castratie. Vooral de neus moest het ontgelden. 'Hoe meer de mens ruikt, des te minder denkt hij', schreef de Franse denker Gobineau vorige eeuw nog.

Onfray verzet zich met hart en ziel hiertegen. Hij zoekt naar manieren om het lichaam juist bij het denken te betrekken. Het lichaam vertegenwoordigt voor hem de eerste werkelijkheid: eerst is er een lichaam, dan pas is er een denken dat orde brengt in de chaos van de materie. De geest staat bij hem niet tegenover het lichaam, maar maakt er veeleer deel van uit. 'Dat ontneemt aan het ascetische wereldbeeld - dat alleen maar voor een 'andere' wereld leeft - alle bestaansreden. Wilt u nog wat saus misschien?'

Groot weet de sfeer van het gesprek goed te vangen. Ook in de andere interviews hoort de lezer niet alleen antwoorden op gestelde vragen, maar krijgt hij ook een indruk van degene die aan het woord is. Groot geeft het gesprek kleur door een levendig beeld te geven van de plaats waar het gesprek plaatsvindt en de manier waarop de geïnterviewde antwoord geeft. Een gebaar, een frons en een verontschuldiging worden opgemerkt; dat geeft het interview diepte.

De keuze voor bepaalde filosofen werd in de eerste plaats ingegeven door journalistieke overwegingen. De vraag of een denker zich overeind zou weten te houden in het vluchtige medium van een dag- of weekblad, moest positief beantwoord kunnen worden. In zijn inleiding stelt Groot: 'Van een filosofie die zich niet meer in de krant interessant laat maken, valt te betwijfelen of ze dat ooit elders wordt.'

In de praktijk komt dat erop neer dat de Engelsen en Amerikanen weinig aandacht krijgen. De zogenoemde analytische filosofie is te academisch om de belangstelling van een breed publiek te kunnen wekken. De Fransen daarentegen zijn ruim vertegenwoordigd en worden geflankeerd door diverse Duitse, Italiaanse en Spaanse denkers. De twee Nederlandse filosofen die aan het woord komen, Cornelis Verhoeven en Theo de Boer, sluiten goed aan bij dit continentale gezelschap.

Hester Eymers

Ger Groot: Twee zielen - Gesprekken met hedendaagse filosofen.

SUN; 317 pagina's; * 39,50.

ISBN 90 6168 629 6.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden