Filmvisie

Dat film televisiedrama beïnvloedt, wisten we al. Maar dat het anders-om ook gebeurt, is nieuw. Het filmfestival in Rotterdam springt in op deze trend.

Film heeft televisiedrama door de jaren heen beïnvloed, zo veel is bekend. De voorbeelden van op filmische leest geschoeide Amerikaanse tv-series, van Mad Men tot Breaking Bad, zijn talrijk.


Nieuwer is dat andersom langzamerhand hetzelfde geldt: televisiedrama wint aan invloed op film.


Soms omdat een populaire serie met een bioscoopfilm wordt afgesloten, zoals Sex and the City of de deze week aangekondigde filmversie van de gestopte HBO-serie Entourage. Soms lijken tv-scenaristen filmmakers ook gewoon een stap voor te zijn; zoals dat het vorig jaar gestarte Homeland van kabelzender Showtime vrijwel dezelfde post-11-septemberparanoia behandelt als de vorige week verschenen film Zero Dark Thirty van Kathryn Bigelow. Dat de reikwijdte van het daaropvolgende debat over het martelen van terroristen bij de film aanmerkbaar groter was, geeft aan dat televisie qua maatschappelijke invloed nog altijd een achterstand heeft, maar de inhaalslag is onmiskenbaar.


Het International Film Festival Rotterdam speelt in op de trend met het Changing Channelsprogramma, dat de afgelopen tien dagen liet zien dat er naast de geijkte series van de Amerikaanse kabelaars ook heel goede tv wordt gemaakt in Chili, Tsjechië en Japan. Bioscoop Cinerama had zelfs een zogenaamde weblounge ingericht, waar aan de lopende band internetseries werden vertoond. Wat daarbij het meest opviel, was hoe sterk televisieculturen verschillen.


Changing Channels had daarom, los van de geboden kwaliteit, meer weg van een interessant maar willekeurig samenraapsel van internationale televisie. Het liet vooral zien hoe divers makers zijn. Ironisch genoeg leek het tv-aanbod daarmee vooral op film, zonder iets over de invloed en ontwikkeling van televisie te zeggen.


Of het moet de ontwikkeling zijn dat HBO Europees en Zuid-Amerikaans televisiedrama steunt. Maar het prachtig gefilmde Tsjecho-Slowaakse verzetsdrama Burning Bush van Agnieszka Holland (die eerder afleveringen regisseerde van The Wire, Treme en The Killing), een aantal weken voor het festival door HBO in ronkende trailers aangekondigd als een 'driedelige film', was met geen mogelijkheid te vergelijken met de actierijke drugsmaffiaserie Prófugos van Pablo Larraín (No). Waarvan de eerste twee afleveringen werden vertoond.


Illustratief was ook de vertoning van Going Home en Penance, krachtig televisiedrama van respectievelijk de Japanse filmauteurs Hirokazu Kore-eda (Nobody Knows) en Kiyoshi Kurosawa (Pulse), dat in zijn geheel was te zien (elf afleveringen met een totale speelduur van 495 minuten en vijf van 270). De series bleken dermate sterk in nationale tradities ingebed te zijn dat het lastig was het werk in een internationale context te plaatsen.


Hirokazu Kore-eda , te gast op het festival, verklaarde in ieder geval dat hij onbekend is met series als Breaking Bad en Mad Men. Op de vraag naar zijn beweegredenen een televisieserie te maken, leek de bedachtzame, opvallend jeugdig ogende Japanner (50) zich bijna te verontschuldigen: 'Ik kijk nou ook weer niet verschrikkelijk veel tv.'


Zijn elfdelige serie, een mystieke, kalme vertelling over een zieke vader die het gezin van reclameman Ryota op zijn kop zet, is vergeleken met het huidige Japanse televisieaanbod uniek. Daar verschijnen zo'n honderd series per jaar, en in tegenstelling tot Kore-eda 's werk zijn de afzonderlijke afleveringen daarvan vrijwel zonder uitzondering los van elkaar te bekijken. Maar dat de aaneengesloten vertelstructuur overeenkomt met het werk van zijn Amerikaanse tv-collega's berust op toeval.


'De aanpak die ik nu heb gekozen, is niet radicaal nieuw', zegt Kore-eda. 'Iemand als Shôhei Imamura heeft ook een tijd voor tv gewerkt en maakte daar schitterende dingen. Ik zie mijzelf graag in die traditie. Ik wilde gewoon een lang verhaal schrijven. Er zit natuurlijk wel kritiek in op het huidige televisieklimaat, maar voor mijzelf was het vooral teruggaan naar het soort series waarmee ik ben opgegroeid. Dit voelde het natuurlijkst.'


De film- en televisiewereld staan in Japan sowieso dicht bij elkaar. Kore-eda is met landgenoten als Takeshi Kitano en Takashi Miike een van de vele voorbeelden van filmmakers met wortels in televisie. 'In Japan is het vrij gebruikelijk dat filmregisseurs voor televisie werken, maar vaak zie je eraan af dat ze daarvoor niet echt hun best doen omdat ze geld sparen voor een volgende film. Ik kan mij daar kwaad om maken, vanwege mijn televisieachtergrond. Als je het doet moet je het goed doen.'


Het voelt onnodig: twee keer benadrukt Kore-eda dat hij echt niet neerkijkt op televisiedrama, als een onbewuste reflex van de ervaren filmmaker die zijn keuze moet verdedigen. Hij houdt van de rijkdom: televisie biedt hem vele uren extra tijd vergeleken met zijn filmwerk.


'Ik ben gewend mooie stukken in mijn films weg te knippen die niet rechtstreeks in dienst staan van het grote verhaal. Deze zijstraten kan ik nu wel meenemen. Ik denk dat dit de echte rijkdom van tv-drama is. Er zijn ongelofelijk veel details die je mee kunt nemen, dingen die anders verloren zouden gaan.'


Hij noemt een moment uit de eerste aflevering van Going Home, waarin de vader van het gezin terugkeert uit het ziekenhuis en de hele familie bij elkaar komt. 'Daar begint iedereen door elkaar heen te praten. Ik ben daar dol op. Je vindt het ook wel een beetje terug in Still Walking, maar niet zo eerlijk en uitgebreid. In aflevering acht gaat een oude man naar de tandarts om een afdruk te vragen van het gebit van zijn overleden vrouw. Dat soort scènes brengen het echte leven nog dichterbij.'


De geruchten dat het ook voor gearriveerde Japanse filmmakers lastiger wordt films te maken en ze hun toevlucht zoeken in tv-werk, wuift Kore-eda weg. 'Ik verkeer in de gelukkige omstandigheid dat ik mijn films kan blijven maken. Maar tv-drama en film zijn voor mij altijd vrijwel gelijk aan elkaar geweest. Ik ben een televisiekind, geboren in de jaren zestig. Ik keek vaak samen met mijn moeder. Ik had altijd al in mijn achterhoofd dat ik zelf ook een keer zo'n serie wilde maken, zodat ik die aan mijn moeder kan laten zien. Dat is helaas niet op tijd gelukt, maar tv blijft wel het medium dat er voor mij eerder was dan film.'


Nog te zien op het IFFR: Burning Bush: 2/2, 9.45 uur. Going Home 2/2, 15.30 uur.


Jan Palach

De serie Burning Bush van Agnieszka Holland is gebaseerd op de Tsjecho-Slowaakse student Jan Palach die zich op 16 januari 1969 in brand stak. Drie dagen later stierf hij. Palach protesteerde hiermee tegen de bezetting van Tsjecho-Slowakije door de Warschaupacttroepen. Hij groeide uit tot een symbool van het verzet tegen het stalinistische regime. Eerder schreef Palachbrieven aan de regering waarin hij opheffing van censuur en propaganda eiste. Foto AFP


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden