Filmrecensies

Trash humpers * * *

Trash Humpers voert je een andere wereld binnen, die je niet meer uit je hoofd krijgt.


Harmony Korine toont in groezelige beelden wat je zoal met afval kunt doen. De titel dient letterlijk genomen te worden: de drie afzichtelijk gemaskerde hoofdpersonages uit Trash Humpers doen inderdaad niets liever dan vuilnisneuken. De hele dag bonken ze als geile honden tegen afvalemmers, schuttingen en hekken; verder eten ze graag pannekoeken met afwasmiddel en poepen ze het liefst voor een garagedeur.


Een bij de groep betrokken cameraman (Korine zelf) registreert het allemaal met bibberige opnames, die van de ene VHS-band op de andere gekopieerd lijken te zijn eer ze de bioscoop bereikten. Het beeld wiebelt aan alle kanten en wordt regelmatig door ruis overspoeld; soms verschijnen de aanduidingen 'rew' en 'ffw' in beeld. Korine monteerde de film op twee videorecorders en met die primitieve handelswijze koketteert Trash Humpers volop. Maar de fantasie prikkelt het zeker: het is alsof je aan de rand van de vuilstort een nieuw mensenras ontdekt.


Elke diepere interpretatie komt voor eigen rekening. Korine liet zich inspireren door de vieze hangouderen die hij als kind bezig zag, en verder gaat Trash Humpers wat hem betreft helemaal nergens over. Een logisch standpunt van de even bejubelde als verguisde cineast, die ook met het inmiddels klassieke Gummo (1997), Julien Donkey-Boy (1999) zo goed als plotloze, collage-achtige films afleverde.


Als vormexperiment had Trash Humpers best wat radicaler mogen zijn. De film heeft nog steeds een begin- en aftiteling; en met een moordpartij en een ontvoering is er ook nog steeds zoiets als een verhaal. Hij werd keurig in de filmtheaters uitgebracht en niet, zoals ooit de bedoeling was, op een morsige tape door de brievenbussen van nietsvermoedende burgers geschoven.


Dus moet je een kaartje betalen voor een rare, lelijke film waar je van Korine geen diepere betekenis in mag zien. Waarom dan nog tachtig minuten naar deze goorlappen kijken, tot je hun misselijke gekir en eindeloos herhaalde mantra ('Make it, make it, don't fake it') niet meer uit je hoofd krijgt?


Omdat Trash Humpers je een wereld binnenvoert die je eerder nog niet kende. En omdat je door de film je met een inspirerende gulzigheid kunt vergapen aan afval en viezigheid. Na afloop zal geen vuilnisbak of rioolput dezelfde zijn.


Kevin Toma


Regie Harmony Korine. Met Rachel Korine,Harmony Korine. In SMART Project Space, daarna in diverse filmtheaters.

---------------


Paul * * *

Hij is kaal en grijs, heeft grote ogen en kan zichzelf onzichtbaar maken wanneer dat handig uitkomt voor de plot. Toch is Paul geen doorsnee film-ruimtewezen. Weinig aliens die zo droogkloterig kletsen als Paul - en geen één die zo graag een dansje doet op Marvin Gaye.


In Paul, alweer een mix tussen SF-avontuur en komedie van de schrijvers van Shaun of the Dead (2004) en Hot Fuzz (2007), ontstaat er iets moois tussen Paul en twee Britse bezoekers van een Amerikaanse SF-conventie. Maar niet zomaar, natuurlijk: behalve een milde genre-persiflage is Paul ook een roadmovie, en duurt het dus een tijdje eer Graeme en Clive warm lopen voor het marsmannetje. Ook al zouden de alien-geobsedeerde mannen het als de ultieme eer moeten beschouwen dat ze Paul mogen helpen terugkeren naar zijn eigen planeet.


Daarbij worden ze op de hielen gezeten door allerlei mannen in zwart, stuiten ze op een leuk maar godvrezend meisje, vliegt van alles in de lucht en blijkt Paul de ervaringsdeskundige achter E.T. en The X-Files. Het is een handvol geslaagde en flauwe grappen die door Pegg en Frost wordt uitgemolken, en regisseur Greg Mottola (Superbad, Adventureland) heeft er verder niet al te veel aan toe te voegen.


Niettemin is Paul duidelijk met plezier en liefde gemaakt, van de vele filmcitaten en het ontspannen acteerwerk. Intussen dreigen de genrekomedies van Pegg en Frost wel ook zelf op formulefilms uit te draaien.


Kevin Toma


Regie Greg Mottola. Met Simon Pegg, Nick Frost. In 33 zalen.

---------------


Scream 4 * * * *

Na Scream 3 werd aan hoofdrolspeelster Neve Campbell gevraagd of er nog een nummer vier zou komen. 'Het heet een trilogie', zei ze toen. 'Hoe kunnen dat er vier zijn?'


Dat kan dus wel. Regisseur Wes Craven vond ruim tien jaar na het derde deel van de franchise de tijd toch rijp voor een vierde Scream. Die werd weer gewoon geschreven door Kevin Williamson, de man achter Scream en Scream 2. En na het geijkte gesputter kwam toch ook heldin Campbell weer opdraven - net als de rest van de overlevende cast.


In Scream 4 is ook een decennium verstreken sinds 'Ghostface' Woodsboro terroriseerde: Sidney Prescott (Campbell) is Bekend Slachtoffer en bestsellerauteur. Gale (Courtney Cox) wil weer aan de slag als onderzoeksjournaliste. David Arquette is de suffe Dewey, de agent die weer vooral achter de feiten aanloopt als de gemaskerde moordenaar opnieuw toeslaat onder een groep verse scholieren. Aan de populaire formule is evenmin weinig veranderd. Scream 4 is een slasherfilm en parodie in één. Nog steeds worden de -inmiddels veranderde - regels van het genre en de sequel of reboot hardop benoemd: 'het onverwachte is een cliché geworden' en 'de maagd gaat ook dood'.


Het voldoet naadloos aan de nieuwe standaard die de eerste Scream ooit zette: sindsdien gaan immers bijna alle horrorfilms die mikken op een groot publiek gepaard met een dosis ironie. Hoeveel mobieltjes, referenties aan Facebook en internet of nieuwe opvattingen over beroemdheid je er ook tegenaan gooit: het maakt een vierde deel echt niet veel vernieuwender.


Maar wat is het fijn om na tenenkrommende horrorparodieën als Scary Movie (allemaal) een vervolgfilm te zien die met liefde voor horrorfilms geschreven en geregisseerd lijkt te zijn. Eentje die gaat voor slimme verwijzingen in plaats van makkelijke grappen en echt eng wil zijn. Die zelfverzekerd genoeg is om aan de eigen erfenis te refereren. 'Die postmoderne shit is zó 1996', klaagt een personage. Daar heeft hij ongelijk in: als het zo fris wordt opgediend, kan het nog steeds vermakelijk zijn.


Floortje Smit


Regie Wes Craven. Met Neve Campbell, Courteney Cox, David Arquette. In 91 zalen.

---------------


All my tomorrows * *

Aan de losse bestanddelen ligt het niet: All My Tomorrows bevat alles wat je van een documentaire over kanker mag verwachten. We volgen een vooraanstaande Nederlandse medicus die de wereld overvliegt om te lobbyen voor nieuwe medicijnen, we zien baanbrekend onderzoek: een muis krijgt een raampje in zijn rug genaaid, zodat wetenschappers de kankercellen letterlijk kunnen zien groeien. En dan zijn er nog de slechtnieuwsgesprekken met patiënten: doffe, klinische klappen in het gezicht.


Dat de Nederlandse filmmaakster Sonia Herman Dolz uit dat rijke materiaal evenwel een warrige, oppervlakkige documentaire optrekt, zit hem in de gekozen opzet om kanker van allerlei kanten te belichten, maar nergens te engageren met de gefilmde personen, die hun leven beheerst zien (professioneel, of als patiënt) door de ziekte. Ook de wijze van filmen (veel buitenshots, veel pianogetingel) suggereert een pretentie die het vluchtige All My Tomorrows niet waar maakt.


Bor Beekman


Regie Sonia Herman Dolz. In 2 zalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden