Column

Filmmakers op zoek naar authenticiteit in sloppenwijken is ingewikkeld

Pics: over hedendaagse beeldcultuur

Ze bedoelen het goed, maar het wordt snel ingewikkeld als filmmakers 'authentieke arme mensen' zoeken.

Angelina Jolie en Srey Moch.

U kent Angelina Jolie. Actrice, megaster, mensenrechtenactivist. Een van de meest geëngageerde regisseurs bovendien: met al haar sterrenkracht tilt ze noodzakelijke films van de grond waar geen mens anders interesse voor had gehad. Haar keiharde debuut In the Land of Blood and Honey (2011) bijvoorbeeld, over het doelmatig inzetten van verkrachtingen in oorlogen.

Diezelfde Angelina Jolie blijkt nu tijdens het casten van zo'n film, First They Killed My Father (vanaf deze week op Netflix) geld te hebben afgepakt van huilende, arme Cambodjaanse kinderen.

Nou ja, zo leek het even. First They Killed My Father gaat over een 5-jarig Cambodjaans meisje dat onder het bewind van de Rode Khmer in een werkkamp terechtkomt en als kindsoldaat wordt getraind. In een interview met Vanity Fair vertelde Jolie trots hoe ze hoofdrolspeler Srey Moch had gevonden.

De castingagenten hadden de Cambodjaanse sloppenwijken en weeshuizen afgereisd, juist omdat Jolie kinderen zocht die zelf ook veel hadden meegemaakt. Onderdeel van het castingproces was een improvisatieoefening. Er werd geld op een tafel gelegd en de kinderen kregen de opdracht zich in te beelden waarvoor zij dat zouden gebruiken, het vervolgens te pakken en weg te rennen. Dan werden ze in de kraag gegrepen door een volwassene.

Moch barstte op dat moment in snikken uit omdat zij dacht aan haar dode opa: haar familie was te arm om hem een knappe begrafenis te geven. Prachtig authentiek dus.

Jolie kwam door het interview onder vuur te liggen. Wreed spelletje, vonden critici. Jolie reageerde dat ze helemaal geen geld had afgepakt, dat ze met haar film juist arme kinderen wilde helpen. Vanity Fair weigerde een rectificatie en zette de transcriptie van het gesprek online. Wie scherp leest, ziet dat beide partijen gelijk hebben.

Het wordt snel ingewikkeld als filmmakers op zoek gaan naar authenticiteit in sloppenwijken. De ongelijkheid zit in de weg: Danny Boyle bijvoorbeeld zou de kindacteurs in Slumdog Millionaire niet genoeg hebben betaald. Dat bleek onzin. De filmmaatschappij had het geld in studiefondsen gestoken om afpersing te voorkomen. Prachtig of paternalistisch: het kan allebei.

Gevoelsmatig is het anders om een weldoorvoede semi-professionele kindacteur te vragen na te denken over iets naars (zeg: een dood huisdier) om naar emotie te hengelen, of een arme amateur uit Cambodja, voor wie zo'n rol van levensbelang kan zijn. Natuurlijk hoef je aan de intenties van Jolie niet te twijfelen, maar ongemakkelijk blijft het. Daarvoor hoeft ze niet persoonlijk kleine knuistjes open te wrikken om er geld uit te peuteren.