Filmmaakster laverend tussen verstand en gevoel

Documentairemaakster Netty Rosenfeld begon als radiovrouw, maar maakte naam bij de televisie. Ze maakte documentaires over onderwerpen waar ze sterk bij betrokken was....

Wim Wirtz

HAAR laatste documentaire, Zonder rabbinaal toezicht, was gemaakt uit boosheid. 'Verschrikkelijk kwaad' was ze geworden over het 'gegoochel met miljoenen' voor de joodse gemeenschap ter compensatie van de geroofde joodse bezittingen in de oorlog, vertelde ze in een proloog: 'Vroeger heette dat Wiedergutmachung, maar dat mag niet meer.' In mei van dit jaar zond de VPRO haar documentaire uit. Zondagochtend overleed film-, tv- en radiomaakster Netty Rosenfeld in haar woonplaats Amsterdam. Ze was ziek sinds de zomer. Ze werd 79 jaar.

In Zonder rabbinaal toezicht ging Rosenfeld op zoek naar 'de' joodse identiteit. Ze was zelf joods. Haar vader was vermoord in Sobibor, haar moeder was overleden bij haar geboorte. Bij het maken van documentaires probeerde ze de last van de oorlog die ze met zich meedroeg consequent uit te bannen. Maar dat ging moeizaam. Bij haar prachtige portret van de Italiaanse schrijver Primo Levi (1991) kwam het weer naar boven, vertelde ze later, dat schuldgevoel en verdriet. In 1995 vertelde ze in een VPRO-documentaire van Hans Keller (Vrede, godverdomme, vrede . . .) hoe ze als joods omroepster bij Radio Herrijzend Nederland in 1944 werd belaagd door protesterende antisemitische luisteraars. 'Toen hebben ze nog vergaderd of ze daar gehoor aan moesten geven of niet.'

Bij Radio Herrijzend Nederland beleefde ze haar debuut als radiovrouw. Op 5 oktober 1951 presenteerde ze de eerste televisie-uitzending van de AVRO, de tweede tv-avond in Nederland na die van de NTS op 2 oktober. Rosenfeld werd aanvankelijk vooral bekend door haar radiowerk bij de AVRO en de VARA. In de jaren zestig was zij ('de mooiste radiostem van Nederland') vooral te horen bij de VPRO.

Toch was het de televisie waarmee ze naam zou maken. Zoals de serie Landgenoten (1976), waarbij een blind geworpen pijltje op de kaart van Nederland bepaalde waar Rosenfeld die maand heen zou gaan, en Berichten uit de samenleving, waarin de alledaagse werkelijkheid onbevangen werd geregistreerd. In 1975 ontving ze de Zilveren Nipkow-schijf voor de documentaire Culemborg . . . bijvoorbeeld. Ze gaf blijk van een sterke betrokkenheid bij de documentaires die ze maakte. Zelf zei ze daarover in NRC Handelsblad: 'Recht en onrecht, daar draait alles om.' Als voorbeeld noemde ze de documentaire die ze maakte over twee asielzoekers (1988) in Nederland. Daarin liet ze zien hoe de asielprocedure verzandde in ambtelijke formaliteiten en haarkloverij.

Maar het was meer dan recht en onrecht waardoor Rosenfeld zich liet leiden. Ze registreerde ook de menselijke angst in prachtige documentaires als Ik heb mijn oog geslagen aan het bed (VPRO, 1993) over de praktijk van een doorsnee huisarts in Amsterdam en Het Martha Washington Hotel (VPRO, 1996) over een hotel in New York voor louter vrouwen. Ze laveerde tussen gevoel en verstand. Of zoals ze het zelf zei in 1996: 'Mijn documentaires zijn doorvoeld en geven blijk van hersens.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden