‘Film is een soort hypnose’

Deze week gaat op het filmfestival Rotterdam de film TBS in première, met Theo Maassen als tbs’er die een meisje ontvoert....

Regisseur Pieter Kuijpers (39) breekt in 2002 door met zijn filmdebuut Van God Los, over de Bende van Venlo, waarvoor hij twee Gouden Kalveren krijgt. Kuijpers baseert zijn scenario’s vaak op waargebeurde verhalen. Na Van God Los volgt Off Screen, geïnspireerd op de buschauffeur die de Rembrandttoren gijzelde om Philips te laten stoppen met het verspreiden van geheime codes via de breedbeeldtelevisie. En in 2006 komt Dennis P. uit, een bioscoopfilm over een diamantroof. Zijn nieuwste film, TBS, gaat 25 januari in première op het Internationaal Filmfestival Rotterdam. Cabaretier Theo Maassen speelt hierin de ontsnapte tbs’er Johan, die tijdens zijn vlucht een 13-jarig meisje ontvoert.

Opnieuw een film over een antiheld. Wat trekt je zo aan in hen?

‘Antihelden zijn veel interessanter dan helden. In Nederland denken we vrij zwart-wit. Iedereen heeft meteen een mening als er iets gebeurt, zonder nuance. Ik wil laten zien dat het leven níet simpel is, maar juist gecompliceerd. Dat mensen heel nare dingen kunnen doen, om invoelbare gronden en redenen.

‘Er zijn weinig mensen die dingen doen die echt slecht zijn en die ook weten: wat ik nu doe is heel erg slecht. Vaak beseffen mensen dat ze iets niet mogen doen, maar zien ze het onder omstandigheden als de beste optie. Maar bij tbs is het een heel ander verhaal. Iemand die geestesziek is, kan zichzelf niet eens vertrouwen. Dus hoe moet ik dat dan begrijpen? Dat werd mijn experiment met TBS.’

Je probeert de menselijke kant van het kwaad te laten zien?

‘Ik wil laten zien dat het iets is dat helemaal niet zover van ons afstaat. Als iemand aan mijn kinderen komt, zie ik mezelf in staat bij iemand het licht uit te doen. Ik hoop dat ik het niet doe, maar ik kan me voorstellen dat je dan niet meer voor jezelf instaat. Eigenlijk zijn we ontzettend dierlijk. Als je verliefd wordt, ken je jezelf toch ook niet meer terug? Of dronken?

‘Ik heb nooit dat ik in het kwaad doorschiet. Maar ik ben er wel door gefascineerd. Het heeft ook iets aantrekkelijks als mensen het wel doen. Dat iemand gewoon in de aanval durft te gaan. Zelf ben ik heel afwachtend, laf. Ik zou het niet kunnen.

‘Ik geloof heel erg in het gevecht dat mensen met zichzelf moeten leveren. Tussen goed en kwaad. Het is een impuls om voor jezelf te kiezen en egoïstisch te zijn, terwijl je vaak weet dat het niet goed is. Ik voer dat kleine gevecht de hele dag.’

Daarom spelen emoties en driften een grote rol in je films?

‘Ik ben ervan overtuigd dat je enorm gestuurd wordt door je driften en dat je ratio eigenlijk alleen maar bezig is om daar achteraf een goed verhaal bij te bedenken. Deze gedachte is voor film heel bruikbaar. Een film is feitelijk de blauwdruk van hoe je de emoties van de kijker stuurt.

‘Daarom film ik het liefst vanuit een persoon. In TBS zit Theo eigenlijk in iedere scène. Zo ga je empathie voelen voor wat iemand doet. Daar is een bioscoop ook op gebouwd: horen en zien neemt alles over. Het is een soort hypnoseshow en als kijker word je gestuurd. Als je van het begin tot het einde weet wat je kijker doormaakt, heb je een topfilm gemaakt.’

Hoe test je dat?

‘In eerste instantie kijk ik naar hoe ik het zelf ervaar. Maar daarna observeer ik mensen, hoe ze reageren als ze naar die film kijken. Soms neem ik het op, dan zet ik de camera naast het scherm, richting zaal. Soms ga ik zelf in die zaal zitten. Je voelt dan wat zo’n twintig mensen om je heen doormaken. Als het niet blijkt te werken, weet je: ik moet nog even doormonteren.’

Over welk actueel feit zou je op dit moment een film willen maken?

‘Ik ben heel benieuwd wat er gebeurt met de Nederlandse militairen die terugkomen uit Afghanistan, uit oorlogsgebied, want dat is het toch. Ik zou wel een film willen maken over wat dat doet met die jongens en meiden van 18, 19. In het verleden is het natuurlijk al een paar keer misgegaan. Met die jongen in Heerlen bijvoorbeeld, die zijn schoonfamilie heeft uitgemoord.’

Een verhaal van iemand die ontspoort?

‘Over iemand die tegen zichzelf vecht. Die beseft: dit is niet goed gegaan. Vervolgens zoekt hij hulp en dat werkt niet helemaal. Als ik nu twee miljoen krijg, zou ik zo’n film maken.’

Dat is zo ongeveer het budget waarmee je werkt?

‘Nou, TBS was 1 miljoen, dus het kan ook voor minder. Maar dan moet je wel op alles beknibbelen. Het is gewoon lekker om net iets groter te kunnen denken. Voor 2 miljoen kun je een grote, internationaal aanvoelende film maken.’

Internationaal aanvoelend?

‘Dat je niet ziet of hij hier is gemaakt of in Engeland. TBS is op 16 millimeter gedraaid, een televisieformaat. In het buitenland doen ze dat echt nooit bij een speelfilm. Met meer geld verander je het verhaal niet, maar je kunt het net iets rijker vertellen.’

Heb je uitgebreide research gedaan voor TBS?

‘Ik ben met tbs-klinieken gaan praten over hoe het er daar aan toegaat, qua beveiliging ook. In veel klinieken is niet eens bewaking, maar alleen een soort sociale controle. Als jij iets doet, worden de andere mensen in die groep geacht jou daarop aan te spreken. Gebeurt dat niet, dan heb je pech. Er zijn ook zwaarbeveiligde klinieken. Maar als je daar een mes op de keel van een therapeute zet, zoals in TBS, loop je ook zo naar buiten hoor. Niemand die je tegenhoudt.’

Wanneer is de film voor jou geslaagd?

‘Ik hoop dat je heel erg meegaat met het verhaal en met Theo, en dat je achteraf bij jezelf te rade gaat: wat vind ik hier nou van? Als jij zegt: ik heb reuma, dan vind ik dat heel vervelend voor je. Maar als jij zegt: ik ben een psychopaat, dan zeg ik: dat vind ik eng, met jou wil ik niks te maken hebben. Terwijl het voor jou ook heel erg is. Het maakt je eng doordat je een bedreiging bent voor je omgeving. Maar je bent ook ziek. Je zult het maar hebben.’

En wanneer is een film commercieel geslaagd?

‘Het leukste is natuurlijk als er veel mensen naartoe gaan en dat je internationaal met zo’n film ook nog furore maakt. Dat je wat festivals wint, dat je dvd en film goed in het buitenland verkopen. Van God Los draaide niet op veel festivals, maar werd wel weer goed verkocht op dvd.’

Op Off Screen en Dennis P. kwamen minder mensen af. Teleurgesteld?

‘Bij Off Screen viel dat wel mee, die heeft heel veel prijzen gewonnen. In het buitenland verkocht hij goed. Maar bij Dennis P. vond ik het echt jammer. Ik vind het zelf een leuke komedie, het is helemaal mijn humor. Maar blijkbaar niet die van heel veel andere mensen.’

In NRC Handelsblad heb je een keer een dagboek bijgehouden. Je kreeg rode vlekken bij de première van Off Screen.

‘Ja.’ (kleurt rood) ‘Ik voel ze alweer opkomen.’

Ben je zo nerveus dan?

‘Ja, absoluut. Ik wil er echt alles aan doen om mensen te laten weten dat die film er is. Moke heeft net een titelsong gemaakt, met een clip erbij. Mensen moet er vaak mee geconfronteerd worden. En ze moeten zoiets hebben van: dat is een heftige, verontrustende film.’

En het gezicht Theo Maassen helpt ook mee?

‘Ja, op Theo kun je het echt verkopen.’

Niet op Pieter Kuijpers?

‘Voor Alfred Hitchcock ging je naar de bioscoop. En misschien voor Paul Verhoeven of zo. Maar niet voor Pieter Kuijpers.’

Is dat de reden dat je Theo gekozen hebt?

‘Nee, Theo heeft auditie gedaan met heel veel andere kandidaten. Ik vond hem het overtuigendst. Veel mensen kennen hem, maar dat is nog geen garantie. Katja Schuurman speelt nu de hoofdrol in Kapitein Rob en daar gaat geen hond naartoe.’

Je maakt een film per jaar, hoe kom je aan geld?

‘TBS is helemaal via de omroepen gemaakt.’

Flink lopen leuren?

‘Nee. Ik zei dat ik iets wilde doen met een TBS’er die ontsnapt. Bij BNN zijn ze dan al meteen geïnteresseerd natuurlijk. De distributeur geloofde er ook wel in. En toen ik zei dat ik eraan dacht om Theo Maassen te vragen, was iedereen meteen om.’

Ook door je cv?

‘Ja, zonder Van God Los had ik nu geen film gemaakt. Het is heel belangrijk dat je eerste film een goede film is. Ik zeg altijd tegen mensen die van de filmacademie komen en meteen een film willen maken: zorg dat je eerste film over iets gaat dat je echt gaaf vindt, en waar je je hele ziel en zaligheid in kunt leggen. Als het dan lukt, ben je met recht trots. Lukt het niet, dan kun je zeggen dat je alles hebt geprobeerd.’

Je zegt in interviews regelmatig dat je een hekel hebt aan cabaret. En dan cast je Theo Maassen.

‘Ja, maar Theo is natuurlijk wel een uitzondering in het vak, hè. Hij kan cynisch zijn, maar hij maakt niet alleen maar grappen over andere mensen. Ik vind afzeiken zo makkelijk. Vijf regels schrijven over wat je mooi vindt, dat is pas moeilijk. Als ik een film maak, wil ik wel mensen erbij die ook durven te zeggen: dat vind ik mooi en interessant. Anders creëer je niets.’

Vriendschap tussen jou en acteurs is belangrijk.

‘Ja, net zo belangrijk als artistieke talenten en prestaties. Met Theo en Lisa (Smit, die de 13-jarige Tessa speelt, red.) ben ik een maand of vier fulltime aan het werk geweest. Daarna moet ik ook nog een half jaar naar hen kijken. Om mensen echt goed te laten spelen, moet je op een bepaalde manier met elkaar omgaan. Het is heel intiem. Ik moet mijn donkere kant laten zien, mijn angsten en verlangens. Als ik me niet veilig voel bij mensen doe ik dat niet.’

Kun je een voorbeeld geven?

‘In TBS introduceer ik bewust een meisje van 13 op zo’n manier dat je als man kunt denken: ‘Zo, lekker wijf.’ Als je tien minuten later Theo hoort vragen hoe oud ze is, en zij zegt: ‘13’, dan zie je hem schrikken. Als het goed is, schrik je ook als kijker. Dat is een angst die ook in mij zit: je mag dat niet voelen. Theo moet dat ook durven toegeven. Dat zeg ik dan ook tegen Lisa. Anders snapt zij niet waarom ze in die sexy kleren door de film loopt.

‘Het is gewoon de bedoeling dat mensen in de knoei komen met hun eigen gevoelens. In de bioscoop kun je daarmee spelen.’

Eigenlijk wilde je dierenarts worden.

‘Ja. Ik ben opgegroeid op het Limburgse platteland, in Belfeld, en had een romantisch idee bij diergeneeskunde. Maar ik ben drie keer uitgeloot.’

Uiteindelijk koos je voor Theater-, Film- en Televisiewetenschappen.

‘Ik vond films gaaf en interessant, maar meer als hobby. Dat was wel een voordeel, dat ik geen heilig moeten had om filmmaker te worden.

‘Die studie was een beetje een afvoerputje van afgewezenen bij andere studies. Maar ze waren wel heel gedreven en goed. Een clubje mensen dat elkaar hielp en inspireerde. Ik kom ze nu nog overal tegen. Acteurs, zoals Jacob Derwig, dramaturgen, mensen bij de omroepen. Mijn vrouw zat er ook bij. Het grappige was wel dat iedereen heel specifieke dingen wilde. Ik had dat niet. Zo bleef de rol van regisseur meestal over. Op het moment dat je merkt dat je het een beetje kan, word je er wel gedreven in. Ik werd vooral aangestoken door de geestdrift van die mensen. Toen ik met cameraman Bert Pot een korte film had gemaakt, zei hij: ‘Je moet films maken, dat kun je goed.’

Dat had je zelf nooit bedacht?

‘Niet echt. Na mijn studie ging ik eerst televisie maken om praktijkervaring op te doen. Langzamerhand ben ik richting drama gegaan. Na zo’n zeven jaar zag ik tv als een mond die gevuld moest worden. Het maakte op een gegeven moment niet meer uit wat erin gedouwd werd. Dat begon me echt fysiek tegen te staan. Ik was aan het draaien en moest bijna overgeven. Omdat Bert maar bleef zeggen dat ik een film moest maken, dacht ik: misschien moet ik het maar proberen.’

Dat werd Van God Los, over de bende van Venlo. Als jij in de coffeeshop verkeerde vrienden had gekregen, had je ook die kant op kunnen gaan, vertelde je ergens.

‘Dat denk ik ook echt. Ik ben in Venlo opgegroeid, ik kende één van die jongens ook van gezicht. Op de lagere school had ik ook wel foute vriendjes.’

Hoe kwam Van God Los tot stand?

‘In Nederland was nooit echt een verfilming gemaakt van een waargebeurd verhaal, zeker niet met actie. Iedereen zei: dat lukt je nooit. Maar Anton Smit van IdtV (Oud Geld, Pleidooi) wilde de film wel co-produceren, met een vriend van me. BNN deed ook mee. Eggie (Egbert Jan Weeber uit Van God Los, red.) kende ik van de realityserie Finals, die ik had geregisseerd. Om het script beter te maken, hebben we Paul Jan Nelissen gevraagd. Sindsdien werk ik vaak met hem. Waar ik vrij rommelig ben, is hij heel gestructureerd. Maar ik kan ook perfectionistisch zijn. In de zin dat ik het echt verschrikkelijk vind als je iets hebt gemaakt zonder het in de hand te hebben. Ik moet het helemaal snappen en het moet kloppen.’

Je doet ook reclame, waarom?

‘Ik heb een eigen productiebedrijf voor film, tv en reclame. Met meerdere regisseurs werken we ook voor commercials. Bij commercials werk je een idee uit, daarna zeg je pas wat het kost, grof gezegd. Het móet goed, dat is heel uitdagend. Ik vind het ook echt leuk om een commercial te maken voor pure dingen, zoals een Bastognekoekje. En als je er elke twee maanden een commercial bij doet, kun je met veel leuke acteurs werken. Als je één keer per jaar een film maakt, werk je maar met weinig mensen.’

Hoe combineer je werk en privé?

‘Mijn vrouw (documentaireproducent Renée van der Grinten, red.) wilde heel graag kinderen. Ik zei: voor mij hoeft het niet, maar als jij het wilt, leuk, maar dan moet jij het ook doen. Dat is goed, zei ze toen. Ik dacht: ik kan wel zeggen dat ik veel ga doen en dat ik een dag in de week vrij neem, maar ik wist gewoon dat dat niet zou gebeuren.’

Wel heel eerlijk.

‘Ja, zo is het gewoon. Ook bij vakantie kan ik niet garanderen dat ik erbij ben. Deze zomer heb ik geen vrij. Zij gaat met de kinderen naar Italië en ik sluit af en toe een dag of weekend aan. Soms heb ik periodes dat ik schrijf. Dan ben ik wel veel thuis. Dat is de andere kant: twee maanden per jaar doe ik alles. Veel mensen in mijn omgeving vonden het wel raar hoor, maar nu ze zelf kinderen hebben denken ze: pfff, het lukt niet.’

Je twee dochters herkennen hun vader nog wel?

(lacht) ‘Ja, het leuke is dat je veel meer doet als je die afspraak helder hebt gemaakt. Ik doe veel met de kinderen. Het is niet zo dat mijn vrouw alles doet. En je kunt ook heel veel hulp inhuren en erbij halen.’

Waar ben je nu mee bezig?

‘Het lijkt me wel gaaf om een film te maken die je kunt insturen voor de Oscars. Dat is mijn nieuwe doel: ‘1979’, een film die zich afspeelt in een klein dorpje. Het gaat over een jongetje van 12 dat verliefd wordt op een meisje van 15. Hij denkt dat hij speciale gaven heeft en die probeert hij in te zetten om dat meisje voor hem te winnen, maar dat lukt niet. Tot ze ziek wordt.

‘Het is semi-autobiografisch. Ik schrijf het samen met acteur Edward Stelder. Je kent hem misschien wel als de dikke jongen uit de Amstelreclame. Hij komt ook uit die omgeving waar ik ben opgegroeid.’

Jullie waren ooit ook jongetjes van 12 die verliefd waren op oudere meisjes en dachten dat ze bijzondere gaven hadden?

‘Ja, zoiets. (lacht) Wij hadden allebei veel te veel fantasie op een plek waar het helemaal niet paste. We tekenden fantasiedieren als we eigenlijk moesten hoofdrekenen. Mijn ouders waren onderwijzers op een andere school, die vonden dat maar niks. Mijn vader maakt zich trouwens nog steeds zorgen om mij. Of ik wel geld kan verdienen met wat ik doe.’

En, verdien je geld met het film maken?

‘Ik ben niet heel rijk, maar kan er goed van leven en woon in een groot huis. Ik zit natuurlijk wel in een gesubsidieerde business. Het zou gek zijn als ik tonnen per jaar zou binnenslepen aan allerlei subsidies. Dat zou niet netjes zijn, haha.’ *

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden