'Film is beter af in museum'

Priep! Priep! De zaal reageert geïrriteerd; wie heeft nu weer zijn mobiele telefoon aan laten staan? Het blijkt het toestel van festivaldirecteur Simon Field, die een gesprek voorzit over de grenzen van film....

Field en Stan Brakhage, een van de sprekers, moeten naar een voorstelling. 'Het debat wordt de komende dagen ongetwijfeld vervolgd', besluit Field monter.

'What (is) Cinema', luidt de even dappere, pretentieuze als onbeantwoordbare vraag die het Rotterdamse festival zichzelf stelt. 'Het is een vraag die mensen moet stimuleren tot het bekijken van films en het praten over film', aldus Simon Field. Talrijke forumdiscussies moeten bewijzen dat het het festival ernst is.

Wie een van de eerste bijeenkomsten is binnengelopen, zou tot de conclusie kunnen komen dat er in Rotterdam geen gewone film wordt vertoond. Blanke mannen op leeftijd praten over films in musea en galeries, muziekvideo's in de bioscoop, en andere kruisbestuivingen. De teneur: 'Film is tegenwoordig beter af in een galerie dan in een multiplex' (Chris Dercon, directeur van museum Boijmans Van Beuningen). Of: 'Als de cinema op een treurige wijze aan zijn einde komt, zal het vermoedelijk in een multiplex zijn' (filmhistoricus Ian Christie).

Elke dag wordt een ander thema behandeld, van 'The Happy End of Cinema' tot 'Global Exchange', en 'Cinema and the Seven Arts' tot 'Looking for the Auteur.'

Programmeur Edwin Carels verzon bij elk onderwerp 24 provocerende vragen en stellingen ('Wanneer begon het einde van cinema?'), die werden opgenomen in een handzaam schriftje; een knipoog naar het fameuze Franse filmtijdschrift Cahier du Cinéma. Dat Carels negen keer 24 stellingen bedacht zal ook geen toeval zijn - film is 'de waarheid in 24 beeldjes per seconde', onderwees Jean-Luc Godard al.

Tot nieuwe inzichten hebben de discussies nog niet geleid. Niet omdat de voorzetten tekortschieten, maar door de gekozen vorm: te veel sprekers over te veel onderwerpen in te weinig tijd.

In de discussie over 'Film and the Seven Arts' stelde Aaron Betsky, directeur van het Nederlands Architectuur Instituut, dat er meer musea nodig zijn. 'Alleen musea en filmfestivals staan kunstenaars nog toe te experimenteren. Alleen daar is nog plaats voor reflectie.'

Stan Brakhage, Amerikaans avant-garde filmer en 'Filmmaker in Focus', betwijfelde of film wel zo goed af is in musea. 'De meeste worden gerund door cynische lieden die niets van film weten.' Of museumdirecteuren nog slechter zijn dan Hollywoodregisseurs, wilde Betsky weten. 'Ja', antwoordde Brakhage stellig.

'Hollywoodregisseurs en -producenten zijn tenminste eerlijk over hun motieven. Ze willen zoveel mogelijk publiek bereiken en zoveel mogelijk geld verdienen.'

Museumdirecteuren interesseren zich helemaal nergens voor. En voor veel critici geldt hetzelfde.'

Vervolgens richtte ook Betsky zijn pijlen op de kritiek. Niet 'Is cinema dood?', maar de vraag 'Wat is goed?' zou hier uitgediept moeten worden. Hoe opportunistisch ook, het was tenminste een moment van interactie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden