Fille maakt huiswerk in Billy?s Stijlpaleis

Is Billy Doper een roman, zoals de uitgever zegt, of een gedicht? Allebei kan, bij deze weergaloos uit de bocht vliegende lyrische tekst van Jacob Groot, die ook als prozaïst een Meistersänger is....

Lyriek is de taal van het verlangen. De lyricus smacht met heel zijn wezen naar een onbereikbare vervulling, naar de eenwording met een geliefde die slechts in visioenen verschijnt en die het onvoorstelbare Goddelijke vertegenwoordigt. Mystieke ascese en grondeloze geilheid zoeken een taal voor wat zich niet laat uitdrukken, de taal wordt op haar beurt een autonome kracht die het verlangen opliert.

Wie in vervoering raakt komt los van de grond, verliest de greep op zichzelf.

Hoe hoger de vlucht, des te dieper kan men vallen. Daarom dient de lyricus, paradoxaal genoeg, zijn verrukking te ritualiseren om er niet aan te gronde te gaan, maar vooral om haar zo lang mogelijk in stand te kunnen houden. Consummatie van het genot is dodelijk. Zelfdiscipline is een voorwaarde voor zelfverlies.

Met Billy Doper schreef Jacob Groot (1947), de dichter die in 1970 debuteerde onder het pseudoniem Jacob der Meistersänger, een weergaloos uit de bocht vliegende lyrische tekst die volgens het omslag een roman is, maar die men even goed een gedicht zou kunnen noemen.

De held van het verhaal woont een jaar in het door Theo van Doesburg ontworpen atelier in de Parijse voorstad Meudon, waar hij vermoedelijk geacht wordt aan een boek te werken, al horen we daar weinig over.

Overdag fietst Billy door de heuvels of dwaalt hij door Parijs, ’s avonds frequenteert hij een dubieus café waar smoezelige randfiguren rondhangen, onder wie een wegens ontucht uitgerangeerde leraar en een Libanees die op onduidelijke wijze aan de kost komt.

Daar ontmoet hij ook Fille, een rank sletje dat eigenlijk op school zou moeten zitten, op wie hij reddeloos verliefd wordt.

Billy’s verlangen naar haar is een verzengend vuur van seksuele passie, maar tegelijkertijd heeft het een mystieke zuiverheid die niet bezoedeld mag worden door de banaliteit van het orgasme. Wanneer hij eindelijk met haar alleen is, raakt hij haar niet aan.

‘O wind die ons verlost. Nu kon hij haar, in het donker, de voorstad vleide zich als een wouddier in de flanken van haar helling, aanraken waar hij wilde, hij kon haar borsten losmaken uit hun cel, hij kon ze luchten in de bossen, hij kon al wandelend zijn vingers terwijl zijn lippen om haar tepels klemden door haar rok rukken, o hij hield van haar, soms zie je dieren neuken en gewoon doorlopen, dat konden zij nu ook, ze konden het, het was mogelijk,’ en zo gaat de zin nog even door, maar Billy sublimeert zijn lust en zet zijn geilheid om in woorden.

Hij spreekt met haar af dat ze iedere middag in zijn betonnen ‘Stijlpaleis’ haar huiswerk komt maken. Hoewel deze sessies van erotiek doordesemd zijn, onthoudt Billy zich als een ascetische kloosterling van seksuele handelingen.

Een monnik ontmoet zijn God immers ‘door hem hoogstpersoonlijk leeg te dienen, door, zelf leeg geworden, zelf afwezig, diens lege afwezigheid te vervullen door hem te zoeken waar hij hem toch niet vindt, door zich aan hem te geven maar niks terug te willen, aan het eind van de dag knielt hij dan neer en zegt: God ik dank u voor deze dag, wie kan ik anders danken dan u, daarom ben ik dankbaar dat u bent weggebleven terwijl u blijft komen en kniel ik voor u. Blijf me bij nu u weer weggaat, wees afwezig nu u er bent.’

Fille blijft een verwende Lolita die zich Billy’s verering graag laat aanleunen, waar hij haar bestookt met onnavolgbare bespiegelingen over het Andere dat taal wil worden.

‘In onze stem raken het onuitsprekelijke en de uitspraak elkaar aan’, probeert Billy, maar aan haar zijn dergelijke filosofische subtiliteiten niet besteed.

‘O fuck jij met je taal,’ zegt ze, en ze ‘spreidde haar benen als vleugels op de wind, in hun vlucht ruiste haar branding door hun bloed in zijn omloop, ze lieten haar liezen trillen, las Billy’.

Een liefde als deze is natuurlijk gedoemd te mislukken.

Hoe zorgvuldig Billy zijn verlangen ook stileert, uiteindelijk is het niet bestand tegen de nuchtere realiteit van Fille’s fysieke behoeften. Na een dramatische ontknoping worstelt Billy ’s nachts, als Jacob met de engel in Genesis, in de bossen van Meudon met een onbekende, die niemand anders kan zijn dan de auteur die hem schiep.

‘Hij zoende iemand, ze zoenden, hij gleed gemakkelijk los en verdween. Het was nog donker maar de zon begon. Hinkend ging hij, toilettas aan de hand, naar huis.’

Piet Gerbrandy

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden